21 november 2017

Anja Vink: Laat het beroepsgericht vmbo niet langer in de steek

INTERVIEW | Onderwijsjournaliste Anja Vink zat een jaar lang tussen leerlingen van een kleurrijke vmboschool in Rotterdam. Haar ervaringen legde ze vast in het boek ‘Van deze kinderen ga je houden’. De auteur vindt dat het beroepsgericht vmbo ondanks alle mooie woorden van beleidsmakers verwaarloosd wordt. ‘We moeten om het vmbo heen gaan staan’.

 

Tekst: Emmanuel Naaijkens   Foto’s: Dirk Kreykamp

 

• Als onderwijsjournalist schrijf je veel over het vmbo. Op wat voor middelbare school zat je zelf?

“Ik zat in 1976 in de brugklas op een school Amsterdam Zuid toen we verhuisden naar Drenthe. Mijn vader kreeg een baan als leraar wiskunde aan een LTS in Hoogeveen. Voor mij was dat een enorme cultuurshock. Drenthe was heel conservatief, het verschil met het Amsterdam van de jaren zeventig was toen nog groot. Op de scholengemeenschap waar ik terecht kwam  ben ik nooit gelukkig geweest. Ik ben zelfs twee keer in 4 vwo blijven zitten, absurd natuurlijk. Ik heb er uiteindelijk mijn havodiploma gehaald en ben vervolgens linea recta naar Amsterdam teruggekeerd. Op de toenmalige Moedermavo heb ik op 22-jarige leeftijd alsnog mijn atheneumdiploma gehaald. Dankzij de oudere vrouwen die er zaten, zij hebben mij gedisciplineerd.”

• Je hebt een jaar meegelopen in een brugklas van het vmbo Gijsbert Karel van Hogendorp (GKH) in de Rotterdamse wijk Delfshaven en daar een boek over geschreven. Waarom wilde je dat?

“Ik wilde het dagelijkse leven in een school vangen. Als onderwijsjournalist loop je een school na een paar uur weer uit en heb je slechts een oppervlakkig beeld. Ik wilde doordringen tot de essentie wat onderwijs is, in het bijzonder vmbo. Het vmbo is verwaarloosd, en dan bedoel ik de beroepsgerichte leerwegen: basis, kader en gemengd. Het krijgt een hoop lippendienst maar er wordt geen invulling aan gegeven. Beleidsmakers hebben geen idee van dit soort scholen. In de grote steden is dit vmbo een steeds groter probleem. Het gaat niet alleen over het feit dat scholen verdwijnen, maar vooral ook over wat er op die scholen met de kinderen gebeurt. Tachtig procent van de kinderen kan veel meer. Ze zitten op het vmbo omdat ze een taalachterstand hebben. Daar worden ze al op afgerekend op de basisschool. Dat zie je trouwens ook in bijvoorbeeld Zuid-Limburg, Noordoost-Groningen en Zuidoost-Drenthe. Daar gaat het over blanke leerlingen met een taalachterstand. Ik wilde met mijn boek laten zien wat er in een klas van zo’n vmboschool gebeurt waar het wel goed gaat.”

• Wat voor een vmbo is het Gijsbert Karel van Hogendorp?

“Het is een vmbo voor economie en ICT, vroeger heette dat de leao. In de brugklas zitten leerlingen van basis-, kader- en gemengde leerweg, waarvan de helft met een lwoo-indicatie. De gemengde leerweg is op de GKH een ontsnappingsroute, leerlingen kunnen dan doorstromen naar niveau 3 en 4 van het mbo. De school heeft geen theoretische leerweg. Dat zie je op steeds meer plekken in het land, daar zijn mavo’s aan havo en vwo geplakt. En je hebt enkele categorale mavo’s.”


• Wat is het perspectief voor deze kinderen?

“Een heleboel leerlingen gaan hele andere dingen doen. Sommigen gaan alsnog naar verzorging. Er zijn pogingen om leerlingen naar de haven te krijgen. Maar de arbeidsmarkt is voor deze leerlingen niet rooskleurig, zeker niet richting administratief. Ook niet als de economie weer aantrekt. Je ziet dat functie-eisen omhoog gaan zowel in de administratieve sector als in zorg en techniek. Daar kunnen deze leerlingen niet aan voldoen. Ik plaats ook grote vraagtekens bij het idee van het beroepsgerichte vmbo. Voor kinderen op die leeftijd is een beroep heel ver weg en abstract. Zeker voor deze leerlingen die in hun omgeving nauwelijks voorbeelden hebben. Toch moeten ze heel jong al een keuze maken.”

• Hoe zou het vmbo moeten veranderen?

“Taalachterstand op die leeftijd haal je nooit helemaal meer in. Maar je kunt ze wel onderwijs bieden dat ze breder vormt. Die kinderen hebben geen referentiekader, zoals onze kinderen van de middenklasse. Ze weten niet hoe de wereld eruit ziet, ze komen nauwelijks buiten hun eigen wijk Delfshaven. Een wijk met een zeer complexe problematiek. Met veel ouders die vooral bezig zijn met overleven, die kunnen hun kind niet steunen. De functie van het vmbo zoals dat ooit is bedacht, is er hooguit nog voor een kleine groep. In 2020 gaat nog maar 20 procent van de leerlingen naar beroepsgericht.”

• Wat maakt het Gijsbert Karel van Hogendorp dan anders?

“Eind jaren negentig is daar in de onderbouw het concept van de kerndocent ingevoerd. Eén docent, meestal afkomstig uit het basisonderwijs, geeft meerdere vakken. In mijn klas  was dat Vincent van der Pas, een geweldige leerkracht. Kinderen die op deze school zitten weten al sinds groep 6  verdomd goed dat ze onderaan bungelen. Vincent slaagt erin die leerlingen omhoog te trekken, ik heb het zien gebeuren. Leerlingen die anders misschien uit zouden vallen, gaan in zichzelf geloven. Van huis uit krijgen deze kinderen geen sociale skills mee. Dat doet de school, die voedt ze op. Die opent een wereld voor ze. Deze aanpak zou ook voor andere vmbo’s heel goed kunnen werken. De kwaliteit van de docent is, meer nog dan op andere scholen, doorslaggevend.”

• Ondanks dat succesvolle concept heeft de school het moeilijk, het leerlingenaantal loopt terug. De inspectie was kritisch over resultaten van de gemengde leerweg in de bovenbouw. Hoe komt dat?

“Het gaat erg mis in de buurt, dat raakt de school hard. Delfshaven is voor veel bewoners een doorgangshuis. De sterken trekken weg en de zwakken blijven achter. En wat je in heel Rotterdam ziet is een vlucht naar scholen buiten de stad. Met de metro ben je er zo. Het gaat om 5000 leerlingen per dag! Aan de ene kant van de stad lopen scholen leeg, aan de andere kant worden er scholen gebouwd. Dat is een enorme geldverspilling. Het is de perverse bijwerking van vrije schoolkeuze.”

• Hoe is de negatieve spiraal te doorbreken?

“Scholen als het GKH staan er alleen voor. Het vorige bestuur, dat het veld heeft moeten ruimen, keek er nauwelijks naar om. De samenleving moet om dit soort scholen hen gaan staan. Ik vind het absurd dat wij een aantal regels hebben voor onderwijs die gelden zowel voor Rotterdam als voor Aerdenhout, terwijl de omstandigheden zo verschillend zijn. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat je onderwijs op lokaal niveau moet regelen, bijvoorbeeld door een lokale onderwijsautoriteit in te voeren. Geen wethouder van onderwijs maar een autoriteit waarin schoolbesturen, gemeente, ouders en bedrijven een stem hebben.”

• Wat is jouw boodschap aan bestuurders?

“Beconcurreer elkaar niet, werk samen. Help elkaar. Zorg als schoolbestuur of als gemeente dat er goede leraren worden opgeleid. En directeuren. En hou ze vast, zorg goed voor ze. Kijk naar wat Amsterdam onder wethouder Asscher op dit gebied heeft gedaan. En vooral, steun deze scholen. Laat ze niet langer in de steek.”

[Dit interview verscheen eerder in VO-magazine]

 

Anja Vink (50)
Ze is o.a. freelance onderwijsjournalist bij NRC en Vrij Nederland, docent en ze won twee keer de Prijs voor de Onderwijsjournalistiek.

‘Van deze kinderen ga je houden. Een schooljaar in klas 1d van een vmbo’ verscheen bij uitgeverij Atlas Contact.

In 2010 verscheen van haar hand ‘Witte zwanen, zwarte zwanen. De mythe van de zwarte school.’ (Uitgeverij J.M. Meulenhoff).

> Lees ook: Dappere vmboscholen

Deel dit artikel