25 april 2017

De brede brugklas staat onder druk

ANALYSE | In het voortgezet onderwijs waren brede brugklassen lang het ideaal. Dat gaf meer kansen voor kinderen. Maar de brede brugklas is op zijn retour.

Door Emmanuel Naaijkens

De brede brugklas, waarin leerlingen van verschillende niveaus bij elkaar zitten, raakt uit de gratie. Klassen waarin mavo-, havo- en vwo-leerlingen bij elkaar zitten voordat ze doorstromen naar het niveau dat past bij hun capaciteiten. De Tweede Kamer maakt zich daar zorgen over en staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) heeft toegezegd met maatregelen te komen.

De brugklas bestaat sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968. De gedachte was dat het te vroeg is als kinderen meteen na de lagere school ‘voorsorteren’. Een kwart eeuw later kwam daar de basisvorming overheen, die de brugperiode verder oprekte om dat keuzemoment uit te stellen.

Maar daarna is de trend gekeerd. Steeds meer middelbare scholen gingen over tot enkelvoudige brugklassen (bijvoorbeeld alleen mavo of havo) of dakpanbrugklassen (bijvoorbeeld mavo/havo, of havo/vwo). En nu de het advies van de basisschool leidend is geworden, ten koste van de eindtoets, zijn er scholen die nog een stap verder gaan.Het Durendaelcollege in Oisterwijk heeft bijvoorbeeld helemaal geen gemengde brugklassen meer. Scholen met grote vwo-afdelingen, splitsen hun brugklas in atheneum en gymnasium.

Critici, onder wie de Onderwijsraad, vinden dat vooral kinderen uit kansarme milieus de dupe zijn. Smalle brugklassen maken opstromen lastiger. Ook tasten volgens critici smalle brugklassen de sociale samenhang aan. In vergelijking met andere landen vindt er al vroeg een selectie plaats aan de poort van het voortgezet onderwijs.

Kritiek niet terecht

Rector Roel Scheepens van het Sint-Janslyceum in Den Bosch deelt die stelling niet. “Die kritiek zou terecht zijn als de brugklas al beslissend zou zijn, dat is te vroeg. Maar bij ons zitten de leerlingen pas vanaf de derde klas op hun plek.” En integratie is ook op een andere manier te bereiken.

“Bij ons op school gaan in de vierde klas bijvoorbeeld alle mavo-, havo- en vwo-leerlingen samen op reis. Ze leren zo – en dat is ook een beetje eigen aan een scholengemeenschap –om te gaan met kinderen die een ander soort opleiding doen en later misschien in een ander soort beroep terechtkomen.” En je kunt leerlingen van verschillende niveaus samen laten gymmen, of een kunstzinnig vak laten volgen, merkt hij op.

Ook opleidingsdirecteur Ingrid van Zuijdam van het Stedelijk College in Eindhoven nuanceert de  vroege selectie in het Nederlandse onderwijs. “Een leerling kan nog overstappen en daar houden we ook rekening mee. Bijvoorbeeld in de lessentabel en met de mogelijkheid om een inhaalprogramma te doen.”

> Lees hier de brief van de staatssecretaris over de brugklassen [29-2-2016]

> Zie ook Ingrid van Zuijdam: Na brugklas is switchen mogelijk
> Zie ook Rector Scheepens: Vanaf derde klas op de goede plek

Print Friendly