22 juli 2017

Afgezaagde bomen in het bellettriebos?

Opinie logoGASTOPINIE | In de week dat Christiaan Weijts, eind januari in de NRC, het vuurtje onder de discussie over de verplichte literatuurlijst oppookte, waren heuse wakken te ontwaren in de kasten van onze uitgebreide schoolbibliotheek. De mondelingen gingen bijna beginnen!

Traditiegetrouw waren sommige leerlingen ruim op tijd klaar met het lezen voor hun lijst. Anderen lazen in een race tegen de klok, henzelf of alle verplichtingen des levens, hun laatste boek of, jawel, boekén. Een enkeling kon dat niet opbrengen. Sommige zaken veranderen niet.

Het opgepookte vuurtje van Weijts kreeg menig houtblok op zich geworpen. De discussie was opnieuw opgelaaid. Op zaterdag 18 maart jl. vulde zowel Aleid Truijens als Sylvia Witteman haar column met een stellingname over de verplichte leeslijst. Mijn leerlingen uit twee klassen 6 vwo hadden zojuist hun taak volbracht. Het állerlaatste schoolexamen zat erop. Dit mondeling schoolexamen vormt de afronding van ruim tweeënhalf jaar literatuuronderwijs in de bovenbouw van het vwo.

De stof van dit mondeling omvat de behandelde literatuurgeschiedenis vanaf de middeleeuwen, de uitgebreide behandeling van poëzie en de door henzelf samengestelde leeslijst van literaire werken. De leerlingen hadden hun cijfer voor deze laatste klus inmiddels gekregen. De meesten waren tevreden. Enkelen toonden zich zelfs verheugd, anderen teleurgesteld. Sommige zaken veranderen niet.

Columns voorgelegd

Ik heb hun de eerstvolgende les beide columns voorgelegd. Ik vroeg aan hen om schriftelijk antwoord te geven op de volgende vragen: schaar je je achter Truijens of Witteman? En vooral: waarom? Ik roep leerlingen altijd op om eerlijk en degelijk onderbouwd hun eigen mening te geven. Mocht er nog iemand aan twijfelen: ze kónden ook echt eerlijk zijn. Het mondeling betrof immers het laatste schoolexamen, waarvan ze het cijfer al hadden gekregen. Ze hoefden mij niet naar de mond te praten in de illusie nog invloed op hun cijfers te kunnen uitoefenen.

Dat bewijs leverde een jongen wiens mondeling ik met een onvoldoende beoordeelde. Hij spreekt zich uit vóór de verplichte literatuurlijst en is inmiddels in een nieuw boek begonnen! Als hij dat uit heeft, gaat hij: “ (…) beginnen aan De engelenmaker of De donkere kamer van Damokles, of aan één van de vele andere boeken waarover we het hebben gehad in de les.” Helaas mag ik zoveel vrijwillige vlijt niet belonen met een bonuspunt.

Veel reacties

Ik heb inmiddels veel reacties van leerlingen ontvangen. Ook ík ben eerlijk. Niemand pleit voor afschaffing van de verplichte literatuurlijst, noch voor inboeten op literaire kwaliteit. Wél pleit een enkeling voor een andere verhouding tussen oude en nieuwe boeken. Wij zijn dan ook wel heel ouderwets. Onze vwo-leerlingen moeten niet willekeurig drie werken van voor 1880 lezen, maar wij hanteren tijdvakken: één werk uit de middeleeuwen, één uit de renaissance enz. Uitzonderingen bestaan altijd, zoals één leerling wellicht de regel bevestigde: “Oude boeken zijn vaak helemaal niet saai. De leukste boeken van de boekenlijst zijn geschreven voor 1880, met een paar uitzonderingen in het heden.”

Geen enkele leerling ging mee met Witteman. Het gros van mijn leerlingen huldigt het standpunt van Truijens. Hun zienswijzen maak ik graag publiek. Helaas kan ik niet alle boeiende, interessante, soms grappige, maar stuk voor stuk oprechte reacties van leerlingen woord voor woord citeren. Eén leerling, Eva Beekmans, formuleerde haar visie zo treffend, dat ik die hier graag deel. Niet omdat ik er zelf niet al te beroerd vanaf kom in haar stukje, maar omdat zij m.i. de vinger op de cruciale plek legt: de rol van de docent.

Bos niet rooien

We moeten het bos niet rooien omdat het te moeilijk is voor leerlingen daarin zelfstandig een weg te vinden. Nee! We moeten leerlingen de weg wijzen en hun leren zich op eigen kracht door dat bos vol avontuur en onverwachte, vaak aangename en bijwijlen onaangename verrassingen te begeven.

Leerlingen die lamenteren over school, zich hardop en zuchtend afvragen “Waarom moet ik dit leren?” en het nut ergens niet van inzien? Ouderen die jeremiëren over de jeugd van tegenwoordig? Sommige zaken veranderen niet! Docenten die iedere dag met veel plezier voor de klas staan en prettig samenwerken met die soms dwarse maar eerlijke, talentvolle, aardige jongelui? Ze door de bomen een betoverend en boeiend bos kunnen laten zien? Oók anno 2016? Sommige zaken zullen echt nóóit veranderen! Ik laat Eva Beekmans aan het woord.

Nicole Nooijen
Docent Nederlands
Theresialyceum Tilburg

 

'Niks mis met verplichte lijst'

“Als antwoord op de vraag of de literatuurlijst moet blijven, deel ik mijn mening met die van Aleid Truijens. Ik vind dat de literatuurlijst een verplicht onderdeel moet blijven en dat daar niks mis mee is.

Ten eerste viel mij op dat Sylvia Witteman in haar artikel het volgende beweert: “Wie lezen niet leuk vindt, kan het beter laten.” Naar mijn mening slaat dit helemaal nergens op, omdat de literatuurlijst zeker niet het enige onderdeel in het onderwijs is waar leerlingen tegenop zien. Zo zijn er ook meer dan genoeg leerlingen die het onderdeel bewijzen bij wiskunde met tegenzin moeten leren, of die binnen de scheikunde het onderwerp groene chemie saai vinden. Worden deze onderwerpen, die wij als saai, oninteressant en moeilijk ervaren, ook afgeschaft? Nee, bij deze vakken wordt het normaal geacht dat we maar even doorbijten. Bij de literatuurlijst daarentegen tellen onze meningen in een keer wel mee. Deze redenering vind ik krom en daarom vind ik die een slecht argument om de lijst af te schaffen.

Eisen
Verder zijn er aan de lijst enkele eisen gebonden, zoals de tijdvakken en het voldoende literaire gehalte van de boeken, maar zelfs met deze eisen heb je, als leerling, enorm veel ruimte om je eigen boeken te kiezen. Met deze eigen vrijheid komt ook een eigen verantwoordelijkheid. Als jij niet tevreden bent over die boeken die je hebt gelezen, omdat deze te saai of te moeilijk waren, kun je jezelf ook afvragen hoeveel moeite je erin hebt gestoken om een interessant boek te zoeken. Als je je leeslijst dus vindt tegenvallen, moet je misschien meer kijken naar je eigen keuzes dan naar het principe van de literatuurlijst.

Ten slotte heb ik zelf helemaal geen negatieve ervaring met de literatuurlijst. Voornamelijk door de hulp van mijn lerares Nederlands heb ik boeken gelezen die mij aanspraken, mij ontroerden en die mij lessen hebben geleerd die ik niet snel zal vergeten. Ik vind de lijst een leuke manier om de literatuurgeschiedenis in de praktijk te ervaren en heb de boeken met plezier gelezen. Naar mijn mening is er dus geen werkelijk goede reden die het standpunt om de verplichte lijst af te schaffen, overeind houdt.”

Eva Beekmans
6 vwo Theresialyceum

Deel dit artikel