25 november 2017

Jongeren weten niet beter: de consumptiemaatschappij was er altijd al

COLUMN  | Duurzaam produceren, duurzame relatie, duurzame toekomst, duurzame samenwerking, duurzaam onderwijs, duurzaam voedsel – de lijst is eindeloos. Duurzaamheid is een onvervalst containerbegrip.

Ik ben van een generatie die is opgegroeid met de apocalyptische voorspellingen van de Club van Rome. In de jaren zestig en zeventig was het slechts een kleine, idealistische voorhoede die zich zorgen maakte over de oneindige verspilling die de opkomende consumptiemaatschappij veroorzaakte. Vrijwel al het ‘afval’ belandde op grote, stinkende vuilnisbelten. Zand erover, klaar. Niks geen hergebruik.

Hoe anders gaat het nu. We verdelen ons huishoudelijk afval keurig over diverse minicontainers. Zelfs groenafval, al is de stank daarvan tijdens de zomerhitte niet te harden. En als we in de winkel een dubbeltje moeten neertellen voor een plastic tasje, dan brengen we voortaan onze eigen tas mee – we blijven een zuinig volkje.

Ook in het bedrijfsleven krijgt het kringloopdenken steeds meer voet aan de grond, zoals in dit HANblad uit de doeken wordt gedaan. Doorgaans is dat niet uit idealisme maar uit welbegrepen eigenbelang. Ondernemers die niet meegaan in de circulaire economie op een prijzen zich op een gegeven moment de markt uit. Opdrachtgevers, zeker als het om de overheid gaat, stellen steeds hogere eisen ten aanzien van de duurzaamheid van de producten.

Vier decennia na de Club van Rome is er dan toch vooruitgang, zou je op het oog zeggen. Maar waarom lopen studenten slechts mondjesmaat warm voor onderricht in de circulaire economie, zoals hoofddocent Frank Croes in dit blad tot zijn teleurstelling vaststelt? Waarom dringt de achterliggende boodschap over de noodzaak van een circulaire economie – de kwetsbaarheid van Moeder Aarde – kennelijk  zo moeizaam door?

Croes’ constatering deed mij denken aan wat een filosofielerares op een gymnasium mij ooit vertelde. Ze raakte tijdens een les in een verhit debat met haar leerlingen, omdat die er niet het nut van inzagen om allerlei kennis in hun hoofd op te slaan. Als je iets moet weten dan zoek je dat toch op je mobieltje of pc op? Kennis was voor hen een wegwerpartikel.

Jonge mensen weten niet anders dan dat er altijd een consumptiemaatschappij bestaan heeft. Paradoxaal genoeg heeft het hergebruik van materialen, als antwoord op de verspilling, de consumptiemaatschappij als zodanig versterkt. Kijk maar eens wat er op een zaterdag aan nauwelijks versleten producten wordt gedumpt in een milieustraat. De circulaire economie als redder van ons welvarend leven, wie had dat ooit kunnen denken.

[Deze column is eerder geplaatst in HAN-blad, een uitgave van de Hogeschool Arnhem-Nijmgen]

Deel dit artikel