26 september 2017

Zwakke opleidingen bij OMO bijna verleden tijd

Leerlingen van het technasium van het Eckartcollege in Eindhoven – een OMO-school – overleggen over een opdracht. Rechts rector Jean Wiertz. (Archieffoto)

TILBURG | NIEUWS | In het schooljaar 2015 – 2016  waren er nog drie vmbo-opleidingen van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) met het predicaat zwak. Maar dat is binnenkort voorbij, schrijft de raad van bestuur van deze vereniging van scholen in het jaarverslag 2016. Alle 176 opleidingen (vmbo, havo en vwo) hebben dan het basisarrangement ( = voldoende).

Inmiddels is bij één opleiding (basisberoepsgericht vmbo van het d’Oultremont) het predicaat zwak vervangen door het basisarrangement. De twee andere zwakke broeders van de Bossche Vakschool volgen binnenkort, zo is de overtuiging van de raad van bestuur. Drie jaar geleden nog hadden 13 van de toen nog 197 opleidingen het predicaat zwak, en een vwo-afdeling zelfs zeer zwak.

Wat betreft de examenresultaten blijven de scholen van OMO het vrijwel over de hele linie goed doen. Leerlingen vmbo-basis en vmbo-kader presteerden tijdens hun examen gelijk aan het landelijk gemiddelde en leerlingen van vmbo- g/t ( mavo) scoorden zelfs hoger. Uitzondering zijn echter de slagingspercentages van het vwo, die in het verslag iets onder het landelijk gemiddelde liggen.

Andere elementen uit het jaarverslag:

           De vergrijzing van het personeelsbestand neemt gestaag af. Drie jaar geleden was de hoge gemiddelde leeftijd nog een punt van zorg. In het verslagjaar 2016 was 43,6 procent van het personeel ouder dan vijftig. Drie jaar geleden was dat nog 47,2 procent.
De verhouding man – vrouw is vrijwel in evenwicht met een gat van 0,6  procentpunt. In het verslag van 2010 was die kloof nog 14 procentpunt.

           Ook in leidinggevende functies nam het aantal vrouwen iets toe ten opzichte van 2015. In 2008 werd 24,1 procent van de leidinggevende functies vervuld door een vrouw. In 2016 was dat 35,4 procent. Onder leidinggevende functie wordt in dit verband verstaan rector/directeur, conrector/directielid en directeur. Lagere managementfuncties zijn niet meegeteld.

           Alle OMO-scholen samen hadden in het verslagjaar 62.715 leerlingen in de klas. Een kleine stijging ten opzichte van het jaar daarvoor. Maar de verwachting is dat nu een gestage daling inzet door bevolkingskrimp. Dat effect doet zich met name voor in het westen en oosten van Brabant. Volgens berekeningen zijn er in 2020 bij de OMO-scholen afgerond 59.500 leerlingen ingeschreven. Die daling heeft ook gevolgen voor het personeelsbestand, dat zal navenant afnemen. Toch blijft er ook dan een grote behoefte aan nieuwe leraren, omdat de komende jaren relatief veel docenten met pensioen gaan.

           Financieel staat Ons Middelbaar Onderwijs er goed voor, zo valt op te maken uit het jaarverslag. De omzet is inmiddels met 525 miljoen het half miljard euro ruim gepasseerd.  Op de jaarlijkse exploitatie is het resultaat licht negatief, maar dat is het gevolg van een bewuste keuze om meer geld in het onderwijs te investeren.

Lees hieronder het jaarverslag 2016 van OMO. Ook de aangesloten 34 scholen/scholengroepen doen daarin verslag.

 

Deel dit artikel