21 november 2017

Effect acties in het PO kan ook averechts zijn (1)

Juf in kleuterklas.

ANALYSE | Op dinsdag 27 juni gaat het dan gebeuren, in het eerste uur van de schooldag leggen de leerkrachten in het primair onderwijs het werk neer. Onder de hashtag #POfront protesteren de ‘juffen en de meesters’ (zoals veel media schrijven) tegen de hoge werkdruk en het te lage salaris.

Hier en daar is wat gniffelend gedaan over dat ene uurtje waarmee je als actievoerder nog geen deuk in pak boter kunt slaan. Heel anders dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw toen basisscholen wekenlang op slot gingen uit protest tegen de draconische bezuinigingen van toenmalig minister van Onderwijs Deetman. Maar ja, dat was vorige eeuw. De samenleving is door de opkomst van twee werkende ouders drastisch veranderd.

Het is een lastig dilemma waar je als protesterende leerkracht voor staat. Je wilt de overheid pijn doen, maar je moet ook rekening houden met de ‘klanten’. Een staking dupeert direct de kinderen en vooral niet te vergeten de vele ouders met een strak tijdschema voor werk en gezin. En potentiële bondgenoten moet je niet van je vervreemden door er keihard de beuk in te gooien.

Een echt dilemma is het tweeledig doel van de actie. Die gaat namelijk over een beter salaris en een aanpak van de werkdruk. De sector vraagt van de overheid een forse uitbreiding van het budget zodat er meer banen voor leerkrachten kunnen worden gecreëerd.

Maar zelfs als de overheid die eis ruim honoreert en dan is dat probleem nog niet zomaar opgelost. Want het aantal afgestudeerden aan de pabo loopt al jaren gestaag terug. In 2007 waren er dat nog afgerond 7000, naar verwachting is dat aantal in 2020 gehalveerd [PO-raad]. En dan hebben we het niet eens over het gegeven dat tweederde van de jonge leerkrachten het binnen vijf jaar voor gezien houdt (in PO en VO). Daar komt nog bij dat de komende jaren een flinke groep leerkrachten met pensioen gaat.

Er zijn in de nabije toekomst dus veel nieuwe leerkrachten nodig om al die klassen draaiende te houden. Hoe haal je die jongeren binnen, hoe verleid je die jongens en meisjes op havo en vwo (het mbo is wat uit de gratie) om zich in te schrijven voor een opleiding aan de pabo? De acties in het PO zullen daar niet bij helpen, het effect zou wel eens averechts kunnen zijn. Want de boodschap van al die leerkrachten die in de media aan het woord komen is dubbelzinnig. Samengevat: we hebben een prachtig vak, maar het verdient weinig en je werkt onder grote stress.

Niet bepaald een uitnodigend beroepsperspectief. Jazeker, er zijn duizenden scholieren die zich hierdoor niet laten afschrikken in hun studiekeuze, maar voor twijfelaars kan het kwartje met zo’n dramatisch beroepsbeeld net de andere kant uitvallen.

Imago is een heel lastig ding. We zien het ook in de technische beroepen op mbo-niveau. Al decennia loopt het aantal jongeren met een technische beroepsopleiding terug, ondanks talloze campagnes. Wat zeggen ze in die sector: dat komt doordat de samenleving een achterhaald beroepsbeeld heeft van werken in de techniek. Het beeld van vuile handen en blauwe overalls. Maar dat imago krijgen ze niet de wereld uit.

Dus maar geen acties in het onderwijs? Nee natuurlijk niet. Sowieso omdat de strijd om hoger salaris ook los staat van de werkdruk. En met acties kun je een vraagstuk agenderen, zeg maar gerust een immens groot vraagstuk.

Zie ook Invoering hogere salarisschaal basisonderwijs stagneert 

Deel dit artikel