16 juli 2019

Pabo’s in Brabant positief over intakegesprekken

NIEUWS | Intakegesprekken zijn een goed instrument om scholieren die naar de pabo willen gaan bewuster te laten nadenken over hun studiekeuze. De verwachting is dat de uitval daardoor kan worden teruggedrongen.

Dat blijkt uit een rondgang langs de vijf pabo’s in Brabant. Die van Fontys (Den Bosch, Tilburg, Eindhoven/Veghel), Avans (Breda) en De Kempel (Helmond). Het houden van intakegespreken met aspirant-studenten is een uitvloeisel van de nota Krachtig Meesterschap die in 2008 door toenmalig staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs) is uitgebracht.

In die nota zijn maatregelen opgenomen om de kwaliteit van de lerarenopleidingen, en dus ook van de pabo’s, te versterken. De invoering van de verplichte taal– en rekentoets en de kennisbasis zijn andere voorbeelden van maatregelen. De uitval is relatief hoog, na drie jaar is dertig procent van de vrouwelijke studenten afgehaakt en maar liefst de helft van de mannelijke studenten.

Selectie aan de poort
Onze ervaringen met de intakegesprekken zijn positief. Als er twijfel is kun je iemand voorhouden om nog eens goed na te denken of het wel verstandig is om leerkracht basisonderwijs te willen worden. Nee, iemand die aan de eisen voldoet kunnen we niet weigeren. Als het aan mij ligt zouden we de mogelijkheid moeten hebben om te selecteren”, zegt Harrie van de Ven, directeur van de Fontys Pabo in Eindhoven.
Studenten van de pabo's van Fontys hebben meegedaan aan het iPad project.
Hij krijgt bijval van Nicole van Son, directeur van de Avans Pabo in Breda. “We zijn dit jaar voor het eerst gaan werken met een intake om na te gaan of de opleiding wel echt iets is voor de betrokken scholier, wat de verwachtingen zijn, over en weer. Dat duurt een een hele dag en dat mondt uit in een advies. Liever zouden we selecteren aan de poort, maar in strikte zin mag dat niet.”

Maar dat neemt niet weg dat de Avans Pabo toch kans heeft gezien om de drempel te verhogen. Want een hbo-instelling mag zelf bepalen hoe hoog de lat aan het eind van de propedeuse ligt. Deze zogeheten instellingstoets is bij de Avans Pabo zwaarder dan bij de collega’s waardoor er alsnog een selectiemechanisme optreedt, legt Van Son uit.  

De Bredase directeur benadrukt dat het bij de beoordeling of een student op de pabo thuishoort niet alleen gaat om goede cijfers voor vakkennis. “Het gaat ook om vaardigheden zoals om kunnen gaan met kinderen, kunnen reflecteren.”

In Helmond hebben ze twee jaar ervaring met de brede intake. Dan wordt ook nagegaan of er leemten zitten in reken- en taalvaardigheden. Zonodig kunnen de aspirant-studenten op dat vlak nog bijgespijkerd worden.

Beter imago
De Kempel heeft al een lange traditie als het gaat om taal– en rekentoetsen wat er mede toe heeft bijgedragen dat de Helmondse Pabo al vaak tot de beste van het land is uitgeroepen. Geert Hendriks, voorzitter van het college van bestuur, heeft de indruk dat scholieren en met name de studenten met een mbo-achtergrond  nu beter voorbereid de pabo instromen. Er hoeft minder ‘reparatiewerk’ verricht te worden.

De directeuren van de Brabantse pabo’s zijn ervan overtuigd dat een stevig studieprogramma uiteindelijk het imago van de opleiding goed zal doen. Elders in het land doen pabo’s dat onder meer door allianties te sluiten met universiteiten waardoor ze een academische pabo voor vwo´ers (en zij-instromers vanuit het hbo) in de markt kunnen zetten.

De pabo’s in Brabant zien niet zoveel in die constructie en hebben eigen varianten ontwikkeld voor topstudenten die een pittig, verdiepend programma willen volgen. Fontys heeft de Pabo Plus opgericht, De Kempel kent een Challenge Program en Avans heeft topklassen.

Moed tot Meesterschap
Harrie van de Ven, directeur van Fontys in Eindhoven, is van mening dat de kwaliteit van de pabo’s sinds 2003 met zichtbaar vooruit is gegaan. Toen werd het rapport Moed tot Meesterschap gepubliceerd, een verslag van de visitaties van de pabo. In dat rapport werden nogal wat kritische kanttekeningen geplaatst bij de kwaliteit van de opleidingen en het niveau van de afgestudeerden.

Als het over het imago van het vak van leerkracht gaat is er een ding dat Van de Ven dwars zit en dat is de hoogte van het salaris. “Wat ik niet begrijp is dat een leraar in het voortgezet onderwijs meer verdient dan zijn collega in het basisonderwijs. Ze hebben alle twee een hbo-opleiding gedaan, waarom is er dan toch een verschil in salaris?”

► Dit is deel 3 in een korte serie over de pabo’s in Brabant. Lees hier deel 2.
 

Deel dit artikel