28 november 2020

Afrekencultuur sluipt het onderwijs binnen

OPINIE | Over dik twee maanden is het weer zover, dan wordt de Cito Eindtoets Basisonderwijs afgenomen. Het zou wel eens een historisch moment kunnen zijn. Er komt een einde aan de vrije keuze voor scholen om wel of niet mee te doen.
 
Scholen zijn nu niet verplicht om deze toets te gebruiken en ongeveer 15 procent van de scholen doet dat niet. Met name in de hoek van de Jenaplanscholen is er principieel verzet tegen de Citotoets. Maar de afgelopen jaren is ook in verschillende regio’s in Brabant discussie ontstaan over de vraag of de Citotoets afgeschaft zou moeten worden.
 
Meestal is het bij het stellen van die vraag gebleven, maar een gevoel van enig onbehagen is wel gebleven. Niet eens zozeer over de toets als zodanig, maar over de eigen dynamiek die de toets gekregen heeft: als absoluut ticket voor het voortgezet onderwijs én als instrument voor de overheid om de prestaties van de school als geheel te meten.
 
Verplichte eindtoets
Als het aan minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt ligt komt snel een eind aan de vrijblijvendheid. In antwoord op vragen die tijdens het debat over de begroting van Onderwijs zijn gesteld laat de minister er geen enkel misverstand over bestaan: ‘Er komt een verplichte, uniforme eindtoets’. En het kan bijna niet anders dan dat dat, gezien haar dominante positie, de Cito Eindtoets is.
 
Die vragen gingen overigens niet over de eindtoets, maar over de hantering van de predikaten ‘zeer zwak’, ‘zwak’ en ‘voldoende’ door de Onderwijsinspectie bij de beoordeling van de kwaliteit van scholen. Waarom niet ook de predikaten ‘goed’ en ‘excellent’?

 

Minister Van Bijsterveldt was in haar reactie klip en klaar: zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs krijgen de scholen straks een van bovengenoemde etiketjes. En een uniforme eindtoets is daarbij een prima hulpmiddel. Niet voor niets trekt de minister een parallel met het centraal eindexamen in het voortgezet onderwijs.
Haar motivatie is: ‘Publieke erkenning dat scholen excellent presteren geeft het stelsel als geheel een prikkel om beter te gaan presteren’.
 
Afrekencultuur
Het lijkt alsof deze minister – en dit kabinet – nog altijd in het dromenland van de vrijemarktwerking vertoeft. Alsof niet juist het najagen van de hoogste winst het economisch systeem op zijn grondvesten doet schudden. Dat het met andere woorden maar zeer de vraag is of het aanwakkeren van een competitie tussen scholen het onderwijsstelsel sterker maken.  
 
De minister loodst met dit beleid een afrekencultuur het onderwijs binnen. En in feite breekt ze daarmee een belofte van toenmalig staatssecretaris Dijksma, in het vorige kabinet verantwoordelijk voor het primair onderwijs. Zij was pleitbezorger van het opbrengstgericht werken en toen daar onrust over ontstond verzekerde ze, in brieven aan de Kamer, dat scholen niet op de prestaties zouden worden afgerekend.
 
Tijdens een bezoek aan basisschool De Regenboog in Tilburg  in februari 2009 bezwoer Dijksma opnieuw, na vragen vanuit het personeel, dat het geenszins de bedoeling was om de scholen af te rekenen op hun resultaten. ´Ik sta voor een verbetercultuur, niet voor een toetscultuur´. Ze peinsde niet over een verplichte, uniforme  eindtoets.
 
Sociale opbrengsten
Is er wat op tegen? Jazeker, de Citotoets geeft een beperkt beeld van wat een school presteert, het gaat vooral over cognitieve resultaten. De sociale opbrengsten blijven buiten beschouwing, die laten zich ook niet zomaar in een cijfer samenvatten.
De inspectie werkt aan een bredere definiëring van opbrengsten en de toetsing daarvan, maar er is wat dat betreft nog geen toetsingskader. Tekenend is in dit verband dat de inspectie zelf gestopt is met het toekennen van het predikaat ‘excellent’ in het voortgezet onderwijs. Excellente scholen gingen zichzelf op grond van een beperkt oordeel op de borst kloppen. En dat vond de inspectie niet verantwoord.
 

Deel dit artikel