28 november 2020

Wethouder Marieke Moorman: School is meer dan taal en rekenen

CONGRES | Op 17 maart vindt het eerste Onderwijscongres Brabant plaats. Enkele inleiders lichten alvast een tipje van de sluier op over hun bijdrage aan de hand van zes vragen met als ijkpunt het onderwijs in 2025. In deze aflevering drs. Marieke Moorman (PvdA), wethouder Onderwijs, Jeugd en Studentenzaken van de gemeente Tilburg. Zij leidt een debat over onderwijs en samenleving.

 
Wat is uw functie en wat uw specialiteit?
“Ik heb beleids- en organisatiewetenschappen gestudeerd aan de Universiteit van Tilburg en ben wethouder Onderwijs, en Jeugd en Studentenzaken. Onderwijs vind ik heel erg sectoraal en eigenstandig terwijl de vraagstukken die op dit moment spelen rondom jongeren om meer gaan dan alleen onderwijs. School is geen geïsoleerde plek in de samenleving. De corebusiness is lesgeven, maar dat staat niet op zich. Een school is een minimaatschappij.”

Marieke Moorman
 
Waar gaat u het over hebben op het congres?
“Ik ben gevraagd een debat te leiden over de school in de samenleving. Dat gaat over de vraag hoe je interactie tussen school en samenleving handen en voeten kunt geven. Dan moet je denken vragen aan als ‘Hoe kun je zorgen dat de school een wat rijkere leeromgeving is’, ‘Hoe kan de school gebruik maken van de omgeving en vice versa’, ‘Wat kunnen scholen en bedrijfsleven leren van elkaar’.  Dat gaat nog een stapje verder dan de brede school zoals we die al kennen.”

“Op het congres zou het ook moeten gaan over de vraag of het onderwijs opleidingen biedt waar de samenleving op zit te wachten. Dat is heel actueel. Want ondanks dat er nu een crisis is, over paar jaar is er schreeuwend tekort aan mensen op de arbeidsmarkt. Leiden wij de goede mensen op voor de goede dingen? Daar kom je alleen achter door daar als onderwijs, overheid en bedrijfsleven met elkaar in gesprek te zijn.
De rol van de gemeente is signaleren wat er in samenleving speelt, Zoals bijvoorbeeld over segregatie. Minister Van Bijsterveldt zegt dat het voor haar geen issue meer is. Voor ons wel. Wij zien dat scholen of eenzijdig donker kleuren of eenzijdig wit kleuren in wijken die keurig gemêleerd is. Een school moet een afspiegeling van de wijk zijn. Ander thema is de zorg voor kinderen die opgroeien in armoede,  die te maken hebben met schulden. Kinderen met ADHD en dergelijke. Als gemeente brengen we alle partijen bij elkaar.”
 
Hoe kijkt u naar het huidig onderwijs?
“Als moeder van schoolgaande kinderen ben ik heel tevreden. Als wethouder zie ik dat er veel discussie is over het onderwijs, dat lijkt van alle tijden. Wij vragen als maatschappij veel van het onderwijs. Vroeger was een school vooral rekenen en taal en nu komen er allemaal taken bij. Dat is goed, de maatschappij verandert.” 

Als we in 2025 nog schriftjes hebben dan hebben we iets verkeerd gedaan

Hoe ziet het onderwijs er in 2025 uit?
Dat is ver weg… voor het basisonderwijs zou ik willen dat de school fysiek in de buurt blijft. Maar de school is dan wel intensief bij de buurt betrokken. Ik hoop, in de glazen bol kijkend, dat ICT en social media een nuttige rol in het onderwijs vervullen. Als er in 2025 vooral nog met schriftjes wordt gewerkt dan hebben wij met zijn allen iets verkeerds gedaan. Ik hoop dat mbo en hoger onderwijs van een menselijke maat blijven. Het zijn nu hele grote onderwijsinstellingen waar kinderen verloren lopen. Dat mag niet zo zijn.”
 
Is het onderwijs innovatief genoeg?
“Dat vind ik lastig te zeggen, naar mijn idee is het wisselend. Ik zie wel een zekere vermoeidheid ten aanzien van onderwijsvernieuwing als het gaat over de inhoud. Maar tegelijkertijd zie je bij de Centra voor Jeugd en Gezin dat schoolbesturen daar hun schouders onder zetten omdat ze dat een goede ontwikkeling vinden. En kinderen zijn heel enthousiast over de digiborden.”
 
Hoe kijkt u terug op uw eigen schooltijd?
“Laatst was er een reportage bij Omroep Brabant over scholen in Vlaanderen, daar zag je beelden van kinderen die in de rij moesten staan. Dat was in mijn tijd op de lagere school, jaren zeventig, ook zo. Vreselijk was dat. Pas als iedereen in de rij stond en stil was mochten wij als klas naar binnen. Wat hebben wij toch vaak lang in de rij moeten staan, soms wel een kwartier of een half uur, in de kou. Op de middelbare school heb ik een supertijd gehad. Ik zat in een goede vriendenclub en er was een vrije manier om zelfstandig te worden. En ik heb op school netjes leren schrijven, ik krijg nog altijd complimenten voor mijn nette handschrift.”
 
► Lees hier meer over het onderwijscongres
 

Deel dit artikel