26 november 2020

Inspectie let extra op aanwezigheid Verklaring Omtrent Gedrag

UTRECHT | NIEUWS | De Onderwijsinspectie gaat handhavend optreden als blijkt dat instellingen niet alle Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG) van hun personeel kunnen overleggen.
 
Gebleken is dat nogal wat scholen in het primair en speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en bve-sector daarin tekortgeschieten. De instellingen krijgen tot 31 december de tijd om hun administratie op orde te brengen. De inspectie denkt dat veel instellingen wel die VOG’s van hun personeelsleden hebben verlangd toen die in dienst traden, maar dat de verklaringen vervolgens niet zijn vastgelegd in de schooladministratie.
Als er van personeelsleden geen VOG’s beschikbaar zijn, dan moeten die alsnog worden aangevraagd en overlegd. De accountant van de instellingen dient na te gaan of alle VOG’s aanwezig zijn. Als in 2012 blijkt dat een instelling de zaak niet op orde heeft kan een sanctie volgen ter hoogte van 15 procent van de bekostiging.
 

De regels voor een VOG zijn aangescherpt na een een tv-uitzending in 2006 over (veroordeelde) pedofielen die ondanks hun verleden van seksueel misbruik werkzaam waren in het onderwijs. De criteria op grond waarvan een VOG voor een aanstelling in het onderwijs zou kunnen worden geweigerd, werden door de minister van Justitie aanzienlijk opgerekt.
 
Sollicitant
Deze verklaring – die in de volksmond een verklaring van goed gedrag wordt genoemd – komt voort uit artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en dient een sollicitant te overleggen als hij reageert op een vacature in het onderwijs. Dat geldt niet alleen voor de eerste baan, maar ook als hij of zij naar een baan bij een andere werkgever in het onderwijs wil overstappen.
 
De achterliggende gedachte is dat mensen die strafbare feiten hebben gepleegd in bepaalde omstandigheden een risico kunnen vormen voor de specifieke omgeving waarin zij werken. Voor het onderwijs geldt dat het personeel werkt met leerlingen, die in mindere of meerdere mate afhankelijk kunnen zijn van docenten of assistenten en dat misbruik op de loer kan liggen.
 
Om te beoordelen of een aanvraag voor een verklaring gehonoreerd kan worden, doet het Centraal Orgaan VOG namens de minister van Justitie onderzoek in een landelijke database van Justitie, waarin is vastgelegd of en op welke wijze een burger met de politie of de rechter in aanraking is geweest en of er strafbare feiten bekend zijn.
 
Zedenzaken
Daarbij kan het ook gaan om vermoedens van betrokkenheid bij zedenzaken. Het Centraal Orgaan behandelde tussen april 2004 en november 2006 ruim honderdduizend aanvragen, waarvan er enkele tientallen op grond van het onderzoek in de justitiële dossiers, werden afgewezen.
 
Als een sollicitant geen verklaring (die niet ouder dan zes maanden mag zijn) kan overleggen, dan mag een schoolbestuur de betrokkene niet in dienst nemen. Het strafrechtelijk verleden hoeft niet alleen betrekking te hebben op een kwestie die zich in het onderwijs heeft afgespeeld, zo bepaalde de Raad van State in een zaak van docent die geen VOG kreeg vanwege de verkrachting in de privé-sfeer.

► Ga hier naar de site van de inspectie

Deel dit artikel