22 oktober 2020

Het gelijk van Karin Adelmund

COLUMN | Staatssecretaris Karin Adelmund baarde twee jaar geleden opzien door tijdens een Kamerdebat over onderwijs aan allochtonen in tranen uit te barsten. De harde kritiek in de Tweede Kamer dat er weinig vooruitgang was geboekt in de prestaties van allochtonen raakte Adelmund in haar ziel.

De staatssecretaris hield de Kamerleden voor dat er wel degelijk sprake was van positieve ont­wikkelingen. Maar ze kon de scepsis niet wegnemen, want er lag op dat moment een somber rap­port van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Adelmund baseerde zich op waarnemingen in de praktijk van alledag, op succesverhalen van allochtone studenten die, vaak via omwegen, op steeds hoger niveau diploma’s halen. Wat Adelmund indertijd heeft opgebroken, is dat onderzoeken als van het SCP vaak gebaseerd zijn op oudere gegevens en dus achterlopen op de actualiteit.

De re­cent verschenen Rapportage Minderheden geeft een momentopname van de situatie van twee jaar geleden. Daaruit komt naar voren dat allochtonen de afgelopen jaren in het onderwijs beter zijn gaan presteren. De achterstand van allochtone leerlingen bij aanvang van het basisonderwijs is nauwelijks minder dan in de jaren tachtig, maar aan het eind van de basisschool hebben ze een sprong voorwaarts gemaakt. Vooral op het gebied van rekenen is de winst, volgens het SCP, op­merkelijk. De betere prestaties komen tot uitdrukking in de scores in de Cito-eindtoets waarbij de achterstand ten opzichte van autochtone leerlingen substantieel is afgenomen, aldus het SCP.

De positieve ontwikkeling schrijven de onderzoekers vooral toe aan het feit dat de scholen met veel achterstandsleerlingen (in Brabant met name in de grote steden als Tilburg, Den Bosch en Oss) er beter in slagen hun onderwijs af te stemmen op de doelgroep. In het voortgezet onderwijs tekent zich eenzelfde trend af. Zo is het aantal allochtone leerlingen dat naar havo/vwo doorstroomt vol­gens het SCP flink toegenomen. Bovendien blijkt dat de (beperkte) groep die inmiddels in het ho­ger onderwijs is terecht gekomen, vrijwel evengoed te presteren als de autochtone studenten.

De uitkomsten van dit rapport bevestigen dat het cri du coeur van Adelmund meer was dan een emoti­onele opwelling. Als bovendien waar is wat het CBS vorige week bekendmaakte, namelijk dat allochtone scholieren ambitieus zijn in hun studie, dan gaat het eindelijk de goede kant uit. Maar alle gunstige signalen kunnen niet verhullen dat er nog een wereld te winnen is in het wegwerken van achterstanden. Onvoldoende kennis van de Nederlandse taal is nog altijd een groot probleem, en in het voortgezet onderwijs verlaten verhoudingsgewijs veel allochtone leerlingen de school zonder diploma.

Tot slot nog de volgende kanttekening. Als het om achterstand in het onderwijs gaat, richt de schijnwerper zich vooral op allochtonen. Maar we moeten niet uit het oog verliezen dat van de ongeveer 450.000 kinderen op de basisschool die onder de noemer ‘achterstand’ vallen ruim de helft van Nederlandse afkomst is.

[Gepubliceerd in Brabants Dagblad 1999]

[Karin Adelmund was staatssecretaris in het tweede – Paarse- Kabinet Kok. Ze overleed onverwacht in 2005, 56 jaar oud. Ze was op dat moment Tweede Kamerlid voor de PvdA]

Deel dit artikel