22 oktober 2020

Onderzoek naar laten meetellen van taalfouten in examen

DEN HAAG | NIEUWS | Het kabinet moet onderzoeken of het mogelijk is om taalfouten die leerlingen maken bij het centraal examen in de toekomst mee te laten wegen bij de bepaling van het cijfer. De Tweede Kamer heeft daar dinsdag met grote meerderheid een motie over aangenomen. De motie was ingediend door Jan Jacob van Dijk van het CDA en Jasper van Dijk van de SP.

De examenregels schrijven nu voor dat alleen voor het vak Nederlands incorrecte spelling en grammatica van invloed zijn op het cijfer. In andere vakken zoals geschiedenis of aardrijkskunde wordt alleen de specifieke vakkennis getoetst. Taalfouten in de beantwoording van de vragen worden niet meegerekend. De Tweede Kamer vindt dat maar een rare zaak. In theorie kan een leerling bij deze regeling een voldoende halen voor een bepaald onderdeel in het centraal examen (niet zijnde het vak Nederlands) terwijl de beantwoording qua spelling en grammatica ver beneden peil is, schrijven de twee Van Dijken in hun motie.

Referentieniveaus

Ze kaartten de kwestie aan bij de behandeling van het wetsvoorstel dat voorziet in de invoering van referentieniveaus rekenen en taal in het funderend onderwijs. Jan Jacob en Jasper van Dijk verwezen daarbij naar de commissie-Meijerink (en niet Meijering zoals de Kamerleden schrijven in hun motie, red.) die ervoor gepleit heeft om de verantwoordelijkheid voor het behalen van de referentieniveaus niet alleen bij de docenten Nederlands en wiskunde te leggen.

Tijdens eerdere beraadslagingen over het wetsvoorstel hebben de bewindslieden van OCW gezegd op dit moment niets te voelen voor het laten meewegen van taalfouten in alle examenonderdelen. Ze voerden onder meer aan dat deze verandering ingrijpende gevolgen heeft voor het nakijken van de examens. Alle docenten zullen dan bijvoorbeeld voldoende geschoold moeten zijn om de antwoorden van de leerlingen niet alleen vakinhoudelijk te beoordelen, maar ook op correct taalgebruik. 

Deel dit artikel