20 oktober 2020

Bestuur steunde belasterde docent onvoldoende

JURIDISCHE KWESTIE | De tekst van artikel 611 van het Burgerlijk Wetboek bestaat uit een ogenschijnlijk simpel zinnetje: ‘De werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen’. In de afgelopen decennia zijn er tal van rechters geweest die zich in een concrete kwestie gebogen hebben over de vraag wat er onder ‘een goed werkgever’ (c.q. een goed werknemer) verstaan moet worden. Het artikel is een juridisch ijkpunt voor de arbeidsrelatie tussen twee partijen, het verschaft hen een aantal zekerheden in hun omgang met elkaar. Anders gezegd, de relatie werkgever en werknemer is allerminst vrijblijvend.

Een schoolbestuur heeft dus als werkgever te maken met artikel 611 BW, maar er zijn meer partijen waar men rekening mee houden, zoals bijvoorbeeld de ouders. Op het moment dat er een conflict ontstaat van ouders met of over een leerkracht, is het daarom opletten geblazen voor het schoolbestuur. Klachten van ouders niet goed op waarde schatten, kan een bestuur duur komen te staan. Maar de belangen van de leerkracht als werknemer in zo’n conflictsituatie onvoldoende beschermen, kan een bestuur in zijn rol als werkgever ook opbreken, zoals blijkt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Wat was het geval. Een moeder beschuldigde er een leerkracht van een openbare basisschool van zich onjuist te gedragen tegenover haar zoon en er ‘pedofiele gedachten’ op na te houden. Ze deed deze uitspraak in een gesprek waar ook de directeur bij was. Kort daarna escaleerde de kwestie, waarna de betrokken leerkracht zich ziek meldde. Omdat er volgens het schoolbestuur een vertrouwensbreuk was ontstaan tussen de leerkracht en de leiding van de desbetreffende school, kreeg de leerkracht te horen dat hij, op grond van toenmalig artikel C16 van de CAO PO (nu 10.6)  naar een andere locatie zou worden overgeplaatst. Dit artikel biedt het bestuur de mogelijkheid een leerkracht zonder diens instemming over te plaatsen, ingeval van een ernstig conflict. Het was het begin van een hele reeks juridische procedures.

In de ultieme uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd de leerkracht in het gelijkgesteld.

Geen rehabilitatie

Belangrijke overweging voor de Raad was dat het bestuur onvoldoende in de bres was gesprongen voor zijn werknemer, in het conflict met de ouder. Na het bewuste gesprek was deze ouder gaan rondbazuinen wat voor bedenkelijke reputatie die leerkracht volgens haar wel niet had. Het schoolbestuur had deze actie van de ouder gemeld bij de politie, waarna een brigadier de ouder ervoor waarschuwde om nog langer door te gaan met het verspreiden van onbewezen beschuldigingen. Maar het schoolbestuur vond het niet nodig om de leerkracht publiekelijk te rehabiliteren. Het bestuur ging pas overstag na een uitspraak van de bezwarencommissie. Tot een ontlastende verklaring was het vervolgens niet gekomen, omdat bestuur en leerkracht het niet eens konden worden over de tekst.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuur al met al vanaf het begin van het conflict ‘niet adequaat heeft gehandeld en niet al het mogelijke heeft gedaan wat van een goed werkgever verwacht mag worden om te voorkomen dat het conflict zodanig zou escaleren, dat het niet langer verantwoord was om appellant [de leerkracht] en de directeur op één school te handhaven’. Het schoolbestuur werd verplicht om alsnog een verklaring aan de overige leerkrachten en de ouders te sturen, waarin de beschuldigde leerkracht van alle blaam werd gezuiverd. Bovendien vond de Raad het alleszins redelijk om de leerkracht een schadevergoeding van 30.000 euro toe te kennen omdat het bestuur hem niet de steun had gegeven ‘die in de gegeven omstandigheden op zijn plaats zou zijn geweest’.

[Gepubliceerd in SBM, februari 2009]

Deel dit artikel