24 oktober 2020

Buurt moet lawaai op schoolplein dulden

JURIDISCHE KWESTIE | In de wereld van de ruimtelijke ordening is het een huiveringwekkend begrip: nimby. Een acroniem uit het Engels dat staat voor not in my backyard,  ‘niet in mijn achtertuin’. Nimby is de weerstand van burgers waar plannenmakers tegenaan lopen als ze een weg, een winkelcentrum, een industrieterrein, een ziekenhuis, een verzorgingstehuis, een school enz. een plek ergens op de kaart van Nederland willen geven. Prima voorzieningen, zeggen omwonenden, maar niet in onze buurt.

Vrij recent is dat omwonenden in het geweer komen tegen – in hun ogen – overlast van scholen. Dan gaat het bijvoorbeeld om extra verkeersdrukte in de straat, om rondhangende scholieren en lawaai dat kinderen produceren als ze op het schoolplein spelen. In het laatste geval leken klagende buurtbewoners hier en daar aan het langste eind te trekken met een succesvol beroep op de milieuwetgeving.

De wetgever had namelijk verzuimd in het zogenoemde Activiteitenbeluit, dat gerelateerd is aan de Wet milieubeheer en sinds 1 januari 2008 van kracht is, een uitzondering te maken voor geluidsoverlast veroorzaakt door spelende schoolkinderen. De uiterste consequentie zou zijn dat kinderen alleen nog zonder geluid te maken buiten zouden kunnen spelen. De Tweede Kamer vond dat te gortig en vroeg in december vorig jaar milieuminister Cramer in een motie om in te grijpen.

Het gat in de regelgeving wordt per 1 januari 2010 gedicht. Vanaf dan mogen kinderen op het schoolplein met hun stemmen de wettelijke geluidsnormen overschrijden, net als bijvoorbeeld bezoekers van een openluchtzwembad of een sportterrein. De uitzondering heeft overigens alleen betrekking op het basisonderwijs, niet op het voortgezet onderwijs.

Maar sommige burgers zijn niet voor een gat te vangen en zoeken naar andere juridische aanknopingspunten om hun gelijk te halen. Kort voor de zomervakantie diende een zaak voor de Raad van State, waarin een buurman van een Haagse basisschool de kinderen het zwijgen op wilde leggen. Van het college van B. en W. eiste hij dat het op grond van de wetgeving (art. 18.14 Wet milieubeheer) tegen de geluidsoverlast zou optreden.

De juridische insteek van de bezwaarmaker was dat de school een gymlokaal voor de kleuters had en dat de school daarom gelijk gesteld kon worden aan een sporthal en een sportschool. Die moeten namelijk wel aan de geluidsnormen voldoen. Maar de Raad van State ging in die redenering niet mee, een gymlokaal is toch echt iets anders.

Tolerantie

De vraag is of omwonenden niet gewoon wat toleranter zouden moeten zijn ten aanzien van jonge kinderen die nou eenmaal  – in pedagogisch opzicht zelfs wenselijk – een uitlaaklep nodig hebben. In een andere (civiele) zaak over geluidsoverlast van een school, vond de rechter dat in ieder geval van wel. De procederende burger had moeten beseffen dat toen hij een woning betrok naast de basisschool, hij het geluid van de kinderen op de koop moest nemen.

Net zoals bewoners van een binnenstad het lawaai van cafébezoekers hebben te accepteren, zo geldt dat ook voor omwonenden van een school. Dan is het in de ogen van de rechter voor de burger een kwestie van aanpassen of verhuizen. Maar dat ontslaat een school niet van de plicht om, binnen het redelijke, de overlast van het stemgeluid zoveel mogelijk te beperken, voegde de rechter er in zijn uitspraak aan toe.

[September 2009]

 

Deel dit artikel