1 november 2020

Allochtone leerlingen doen het beter op de basisschool

DEN HAAG | NIEUWS | Leerlingen van niet-westerse afkomst zijn de afgelopen jaren beter gaan presteren in het basisonderwijs. Dat constateert de OESO, de organisatie van rijke Westerse landen, in een onderzoek naar de resultaten van migrantenkinderen in het onderwijs. Desalniettemin bevinden de prestaties van allochtone leerlingen zich gemiddeld op het niveau van zwakste autochtone leerlingen.

Verhoudingsgewijs veel leerlingen stromen door naar het vmbo. Maar de OESO-onderzoekers hebben ook vastgesteld dat een groeiende groep allochtone leerlingen via het stapelen van opleidingen een steeds hoger onderwijsdiploma behalen. Dat blijkt ook uit een toename van het aantal allochtone studenten op hogeschool en universiteit. In vergelijking met andere landen doen de migrantenkinderen in Nederland het goed in het onderwijs, aldus de OESO. Daarentegen hebben migranten met een laag onderwijskwalificatie het moeilijker op de arbeidsmarkt.

Zorgen heeft de OESO over het feit dat in de vier grote steden tien tot twintig procent van de basisscholen (zeer) zwak zijn. Juist in deze steden wonen veel nieuwe Nederlanders die baat hebben bij kwalitatief sterk onderwijs. De OESO merkt in het rapport op dat allochtone jongeren oververtegenwoordigd zijn in de groep van voortijd schoolverlaters.

Op dit moment is in de steden Amsterdam en Rotterdam al meer dan de helft van de leerlingen in het voortgezet onderwijs van niet-westerse afkomst, in Den Haag is dat 45 procent en in Utrecht 37 procent. 

[april 2010]

Deel dit artikel