23 oktober 2020

Elke regio heeft rebound voor scholieren met gedragsproblemen

DEN HAAG | NIEUWS | Er is een landelijk dekkend netwerk van reboundvoorzieningen ontstaan. Alle 82 samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs beschikken nu over een rebound, waar scholieren met gedragsproblemen tijdelijk een speciaal gedragsprogramma en onderwijs volgen. Het oogmerk is dat ze zo snel mogelijk weer terugkeren naar hun reguliere school.

Dat blijkt uit een inventarisatie van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Het rapport is onlangs door staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs) naar de Tweede Kamer gestuurd. De landelijke dekking van de rebounds is in het vorige schooljaar bereikt. De doelstelling was om in totaal een aanbod te creëren van 4500 plaatsen. Dat aantal lijkt inmiddels ruimschoots gerealiseerd. De capaciteit van de reboundvoorzieningen loop heel erg uiteen, van 10 tot 336 plaatsen.

Op basis van de gegevens van 76 van de 82 samenwerkingsverbanden komt het NJi tot de conclusie dat 68 procent van de leerlingen die in een rebound hebben verbleven, terug zijn gekeerd naar het reguliere onderwijs. In vergelijking met het startjaar van de rebounds (2005/2006) een stijging van 8 procentpunt. Iets meer dan veertig procent van de ‘rebounders’ keert terug naar de eigen school, ongeveer twintig procent zet de schoolloopbaan op een andere school verder. De rest van de uitstroom is o.a. naar het mbo en het speciaal onderwijs.

De rebounds zijn voor jongeren die het op hun eigen school door hun gedrag verbruid hebben en niet vrijblijvende kans om de draad van school weer op te pakken. Hun verblijf Voor de scholen vormt een rebound een ontlasting, omdat hun middelen om zorg te bieden zijn uitgeput en de betrokken leerlingen de veiligheid in het geding brengt.

►Zie ook het rapport over de stand van zaken van de Reboundvoorziening Midden-Brabant in 2008.

Deel dit artikel