21 oktober 2020

Nijmeegse onderzoekers: ‘Jongens presteren niet minder’

NIJMEGEN | NIEUWS | De leerprestaties van jongens zijn niet noemenswaardig minder dan die van meisjes. Wel hebben ze een achterstand ten opzichte van meisjes als het gaat om hun sociaal-emotioneel functioneren en hun schoolloopbaan. Dat stelt het onderzoekinstituut ITS in een rapport dat gemaakt is in opdracht van het ministerie van Onderwijs en dat over enkele weken verschijnt.

De onderzoekers gaan met deze opvatting in tegen recent onderzoek uit onder andere de neurocognitieve ontwikkelingspsychologie waar uiteenlopende onderwijsprestaties van jongens en meisjes worden verklaard uit biologische verschillen in hersenfunctioneren en –ontwikkeling.
“Voor zover er al gemiddelde sekseverschillen kunnen worden aangetoond, zijn deze over het algemeen veel kleiner dan de individuele variabiliteit. Met andere woorden: Het feit dat je een jongen of meisje bent, zegt nog heel weinig over je capaciteiten”, aldus de ITS-onderzoekers.
 
Ze merken verder op dat kleine bewezen sekseverschillen in de hersenontwikkeling bovendien wel heel erg gemakkelijk vertaald worden naar grotendeels nog onbewezen gevolgen voor het onderwijs. “Tot nu toe heeft geen enkel onderzoek seksespecifieke processen kunnen aantonen die betrokken zijn bij het opbouwen van neuronale netwerken tijdens het leren, zoals het OECD in 2007 constateerde”, aldus het ITS in verklaring die op de site van het instituut is gepubliceerd.
 
Sekseverschillen
De onderzoekers reageren op een artikel in De Volkskrant van 4 mei waarin alarm wordt geslagen over de positie van (puberende) jongens in het onderwijs. De onderzoekers van het ITS wijzen erop dat de leerprestaties helemaal niet zo erg uiteen lopen. Jongens doen het met rekenen en wiskunde iets beter dan meisjes, terwijl de meisjes het iets beter doen met taal en lezen.  
 
Ze vinden dat een eenzijdige focus op sekseverschillen een verkeerd beeld geeft. “Uit alle gegevens blijkt bijvoorbeeld dat kenmerken als sociaal milieu en etniciteit nog steeds veel meer van invloed zijn op de mate van onderwijssucces dan sekse”. 
 
De aandacht voor (veronderstelde) verschil in prestaties tussen jongens en meisjes is vorig jaar op de Haagse agenda gezet door het CDA-kamerlid Jan Jacob van Dijk. Hij bracht in november tijdens het begrotingsdebat van OCW naar voren dat het hem was opgevallen datin het vwo in de derde en vierde klas substantieel minder jongens dan meisjes zitten. Ook in het hoger onderwijs doen meisjes het substantieel beter dan jongens, merkte hij op.

[mei 2010]

Deel dit artikel