20 oktober 2020

Grote eenpitters vertrouwen op eigen kracht

 ACHTERGROND | Bestuurlijke eenpitters hebben wel degelijk bestaansrecht, zeggen de directeuren van basisschool Laurentius in Breda en Silvester Bernadetteschool in Helmond en ze wijzen op hun eigen situatie. Toch is dat ideaal niet altijd te verwezenlijken. Vrije School Tiliander in Tilburg geeft na ruim twintig jaar met pijn in het hart de zelfstandigheid op. Drie directeuren aan het woord.
 
Ladja Jiran, directeur Vrije School Tiliander:
“We zijn in gesprek met het bestuur van Tangent over aansluiting, we hopen dat het op 1 augustus 2011 in kan gaan. We kunnen niet anders. De eisen die de overheid stelt zijn te ingewikkeld om daar met een bestuur van vrijwilligers aan te voldoen. Dat ging tien, vijftien jaar geleden nog wel, maar je hebt echt specifieke deskundigheid nodig. Daar is steeds lastiger in te voorzien”. 

De financiële risico’s zijn groter geworden zegt Jiran. “Een fout en je kunt een groot probleem hebben. Wij zijn bijvoorbeeld geconfronteerd met plotselinge terugloop van het aantal leerlingen, we zijn gezakt 270 naar 200. Nu zitten we op ongeveer 220 en dat is mooi want in deze gemeente neemt het totale aantal leerlingen af.” De teruggang werd vooral veroorzaak doordat de inspectie de kwaliteit van het onderwijs als zeer zwak bestempelde. De inspectie heeft, na het doorvoeren van verbeteringen, de kwaliteit van het onderwijs nu als voldoende beoordeeld.
 
De directeur van Tiliander is optimistisch over de aansluiting bij Tangent. “We zijn minder kwetsbaar. We hebben er vertrouwen in dat we onder een groot schoolbestuur de eigen identiteit kunnen borgen. We behouden onze eigenheid, pedagogisch en didactisch.”

Vrije basisschool Tiliander aan de Lange Nieuwstraat in Tilburg.
 
Fons Fluitman, directeur van katholieke basisschool  Laurentius in het Bredase Ginneken:
“We zijn uit overtuiging eenpitter en dat zullen we ook blijven. Grote schoolbesturen hebben heel veel overhead, besluitvorming gaat over heel veel schijven. Als wij vandaag een plan hebben dan voeren we het morgen uit. De lijnen in de organisatie zijn hier heel direct, de contacten een op een.”
 
Dat maakt de school slagvaardig. Als directeur weet Fluitman wat er op de werkvloer speelt, ook al staat hij zelf niet meer voor de klas. Er is geen extra managementslaag, er is alleen een managementsteam. In dat team zit veel expertise en dat is nodig, want de complexe regelgeving en de nog altijd toenemende verantwoordingsplicht zijn voor een directeur alleen nauwelijks te behappen. Met ongeveer 840 leerlingen is Laurentius een grote, financieel gezonde school.
 
In de jaren negentig, toen de fusiegolf op gang kwam, is Laurentius met andere besturen in Breda in gesprek gegaan over samenvoeging, maar de school haakte al snel af. “Er zaten veel meer nadelen aan vast dan voordelen. Hier in Nederland slagen we er altijd in om iets wat eenvoudig en goed functioneert te vervangen door een ingewikkelde structuur met veel bureaucratie”.
 
Tot zijn spijt leidde de fusiegolf in Breda er toe dat het directeurenoverleg werd opgedoekt. “Door de fusies kregen die grote schoolbesturen hun eigen interne directeurenoverleg. Ze vonden het niet meer nodig om ervaringen uit te wisselen met anderen.”
 
In West-Brabant en Zeeland hebben veertien eenpitters en kleine besturen (met twee of drie scholen) het Netwerk Kleine Besturen Zuidwest Nederlandopgezet om kennis en ervaring te delen en om de bestuurslast te verminderen door taken van elkaar over te nemen. Zo is Fluitman namens het netwerk vertegenwoordiger bij de PO-Raad.
 
Fluitman vindt het lastig om aan te geven hoeveel leerlingen een eenpitter minmaal moet hebben om zelfstandig te kunnen zijn. “Dat hangt van de plaatselijke omstandigheden af. De ene school kan met tweehonderd leerlingen heel goed zelfstandig zijn, maar een andere redt met dat aantal niet.”
 
En eenpitter zijn is geen doel op zich. “Als je in een dorp drie scholen van bijvoorbeeld 40, 60 en 80 leerlingen hebt, dan kan ik me voorstellen dat je toch eens gaat nadenken om er één bestuur van te maken. Zodat je de kwaliteit van het onderwijs kunt borgen, want het gaat uiteindelijk om het belang van de kinderen.”
    
Willy van der Linden, directeur van de Silvester Bernadetteschool in Helmond: 
“Er is bewust voor gekozen om eenpitter te blijven, schaalvergroting bood in onze ogen geen voordelen. Financieel redden we ons prima, ik ben algemeen directeur en daarnaast een managementsteam van drie leden die ieder verantwoordelijk zijn voor een bouw en daarnaast een portefeuille hebben zoals personeelzaken. De interne lijnen zijn kort, er is een grote betrokkenheid.”
 
De school heeft geen bestuurskantoor en geen overhead, ‘want daar hangt wel een duur prijskaartje aan vast’. “En dat blijkt nu juist onze kracht te zijn. Nu het rijk het budget voor bestuur en management in twee jaar tot nul reduceert, kunnen grote besturen in problemen komen. Want waar moeten de kosten van die bureaus nu van betaald worden? Dat kun je niet oneindig uit de reserves doen, op een gegeven moment moet je gaan snijden op de budgetten van de scholen.”
 
Hij beaamt dat de regelgeving complex is en dat er steeds meer verantwoording wordt geëist. “Maar dat kunnen we tot nu toe goed handelen. Wij hebben geen moeite om deskundige bestuursleden en bekwame MR-leden te vinden. En we kunnen terugvallen op bestuurbureau OSG in Sint Oedenrode. We hebben wel een federatief samenwerkingsverband met de Goede Herder in Helmond, ook een eenpitter. We werken o.a. samen op gebied van personeel.
 
De Silvester Bernadetteschool telt 350 leerlingen en volgens de prognoses kan dat in 2020 oplopen tot 400. Bijzonder is dat Helmond maar liefst zes eenpitters telt, maar hoe dat komt weet ook Van der Linden niet. “Ik ben al 20 jaar directeur, maar pas 2,5 jaar van onze eenpitter.”Van der Linden zit landelijk in een clubje van eenpitters bij de PO-raad, dat komt enkele keren per jaar regionaal bijeen. De Helmondse directeuren  van de eenpitters vertolken in dat beraad een actieve rol.
 

Deel dit artikel