21 oktober 2020

Meespreken en inzeggen

Beroep: onderwijs | Aflevering 1.9
 
COLUMN |Ik was bij congres van de JongerenOrganisatieBeroepsonderwijs (=JOB) over medezeggenschap in het mbo en won (in een spannende laatste ronde) de zaalquiz met het antwoord op de vraag: ‘Hoeveel procent van de mbo’ers wil meewerken aan inspraak en medezeggenschap op school?’.
 
We waren nog met z’n zessen over in die laatste ronde, en de eerste die aan de beurt was, schatte 85%.
‘Nee, 90’, ging de volgende daar overheen.
‘70’, zei nummer drie. ‘60’. ‘65’. Toen was ik aan de beurt en volgens mij was dat veel te hoog. ik hield het op 20%.
 
Boe-geroep in de zaal. Schamper commentaar van de dagvoorzitter: ‘Wat een negatieve insteek.’
Maar toen werd het echte getal omgeroepen en dat was 29% en kreeg ik een bos bloemen.
Iets minder van een derde van onze studenten wil zich wel inspannen voor medezeggenschap op hun ROC. Is dat weinig of is dat veel?
 
Het valt mij eerlijk gezegd nog mee want waarom zou je mee willen spreken en in willen zeggen? Onze studenten willen een goede opleiding en een betekenisvol diploma en een leuke tijd terwijl ze daar mee bezig zijn –  dat is het wel en geef ze eens ongelijk.
 
Nou goed, ik geef ze ongelijk. Inspraak moet, inspraak is goed, zowel voor de school als voor de studenten, want een goede school luistert naar zijn klanten – dan word je een betere school. En daar gaat het om: een betere school worden. Je hoeft niet slecht te zijn om beter te willen worden.
 
Lees hier de vorige aflevering.
 

Deel dit artikel