27 oktober 2020

OMO gaat tegen de trend in en blijft een vereniging

TILBURG | NIEUWS | Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), het grootste schoolbestuur in het voortgezet onderwijs in Nederland, blijft een vereniging. Daarmee gaat OMO tegen een trend in het onderwijs in, waarbij besturen steeds vaker kiezen voor een stichtingsvorm.
 
“We zijn in 1916 begonnen als vereniging en dat blijven want alleen op die manier heb je een echte achterban en kun je het eigenaarschap van het onderwijs daar neerleggen waar die thuishoort: in de samenleving. Dat willen we goed borgen”, aldus Eugène Bernard, voorzitter van de Raad van Bestuur van OMO.
 
Hij zei dit dinsdag 2 november tijdens een informatieavond over het voorstel om te komen tot een ‘vereniging nieuwe stijl’. Hij wees er, in antwoord op een vraag uit de zaal, op dat zelfs in het openbaar onderwijs steeds vaker voor de stichtingsvorm wordt gekozen en daardoor de invloed van buiten wordt beperkt.
 
Maar dat OMO heel bewust aan de verenigingsvorm vasthoudt wil niet zeggen dat alles bij het oude blijft. Want de huidige vereniging telt ongeveer 400 leden (zowel ouders als personeel), terwijl het potentieel aan ouder-leden meer dan honderdduizend is. De algemene ledenvergadering wordt bovendien slecht bezocht, dus in die zin fungeert de verenigingsdemocratie niet goed.
 
Colleges van Advies
OMO wil daarom naar een ander bestuursmodel waarbij er nog steeds een belangrijke rol is weggelegd voor de Algemene Ledenvergadering (ALV). De samenstelling is echter anders, in die ALV zitten straks vertegenwoordigers van de Colleges van Advies van de afzonderlijke scholen. Deze colleges worden bevolkt door mensen die een maatschappelijke functie vervullen en die voor de directeur of rector van een school een klankbord vormen.
 
Over de rol en de samenstelling van die Colleges van Advies ontstond tijdens de bijeenkomst, die door ongeveer vijftig belangstellenden werd bijgewoond, een levendige discussie. Wie bepaalt welke mensen in zo´n college komen, wat is de invloed van de medezeggenschapsraad, hebben deze leden wel zin om ook zitting te nemen in een ALV? Dat waren zo enkele vragen die werden opgeworpen en waarvan Bernard zei dat het voorstel op dit punt nog eens goed tegen het licht wordt gehouden.
 
De bestuursvoorzitter van OMO toonde zich aangenaam verrast door de wijze waarop er over de voorstellen gedebatteerd werd. “Een goede inhoudelijke discussie, dat is heel belangrijk. Wat wij beogen is dat we als bestuur tegenspraak krijgen, we noemen dat gedisciplineerde of constructieve oppositie. Dat is zeer waardevol.”

Ongeveer vijftig belangstellenden luisterden in de aula van het Theresialyceum in Tilburg naar de uitleg van de bestuursvoorzitter van OMO Eugene Bernard.

Bisschoppen
De voorstellen zijn er ook op gericht om weeffouten in het huidge bestuursmodel wat betreft de ‘checks and balances’ te herstellen. Het kan straks niet zo zijn dat binnen een organisatie als OMO één partij zijn eigen zin kan doordrukken, er is dan een machtsevenwicht. Een tekortkoming is nu dat niemand de Raad van Toezicht (RvT) controleert. In de nieuwe constructie gaat de Algemene Ledenvergadering over de benoeming van de leden van de RvT. Deze RvT op haar beurt controleert de Raad van Bestuur. Ouders, leerlingen en personeel hebben wettelijk inbreng via de (G)MR.
 
Tijdens de bijeenkomst kwam ook het punt van de identiteit van OMO aan de orde. In de statuten is en blijft vastgelegd dat de identiteit is geworteld in de katholieke traditie. Vanuit de zaal werd de vraag opgeworpen of in deze geseculariseerde samenleving dat nog wel relevant. Ook werd verwezen naar het gedeukte imago van de katholieke kerk. Is het dan nog wel nodig om in de Raad van Toezicht een kwaliteitszetel te reserveren voor de bisschoppen van Breda en Den Bosch, vroeg een aanwezige zich hardop af.
 
Rooms-katholiek
Bernard wees er op dat ‘kwaliteitszetel’ alleen maar wil zeggen dat de bisschoppen het recht hebben om een kandidaat-lid voor te dragen, de ledenvergadering heeft het laatste woord. Verder legde hij uit dat niet wordt gesproken over rooms-katholieke traditie, want als dat wel het geval zou zijn geweest dan zou OMO verbonden zijn geweest met het instituut kerk.   
 
Pieter Hendrikse, lid van de Raad van Bestuur, haalde de ontstaansgeschiedenis van OMO aan om te pleiten voor het handhaven van de katholieke traditie als inspiratiebron. “Daar zijn we uit voortgekomen. Onze scholen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de emancipatie van de bevolking. Maar we moeten die katholieke traditie wel vertalen naar de moderne tijd, naar een open katholiek karakter.”
 
Op donderdag 2 december komen de voorstellen voor een aangepast bestuursmodel aan de orde tijdens de – wellicht laatste – Algemene Ledenvergadering oude stijl.

► Lees hier een eerdere publicatie over de aanpassing van het bestuursmodel van OMO
 

Deel dit artikel