26 november 2020

Een jammerlijk mislukt taalexperiment

COLUMN | Begin oktober was ik in het kader van de Dag van de Leraar bij een mini-conferentie op de School van de Toekomst in Den Bosch. Op het programma stond onder meer een presentatie van ervaren docenten die een masteropleiding volgden om zich onderzoeksvaardigheden in de onderwijspraktijk eigen te maken. Een mooi voorbeeld van een continue professionalisering van de leraar.
 
Een van die presentaties werd gegeven door Ceacile van Gorp, docente Frans op het St. Odulphuslyceum in Tilburg. Kort gezegd gaat haar onderzoek over hoe je leerlingen in de onderbouw van havo en vwo op een aansprekende manier Frans kunt leren, zodanig dat ze er plezier in krijgen en het vak niet opgelucht laten vallen zodra ze een profiel moeten kiezen.
 
Voor veel leerlingen is de confrontatie met grammatica in de eerste jaren namelijk een afknapper. Van Gorp wil daarom in de onderbouw beginnen met spreek- en luistervaardigheid aan de hand van thema’s die aansluiten bij het leven van alledag. De techniek van de taal komt pas in de bovenbouw aan de orde. De gedachte achter deze volgorde is simpel. Je een leert jong kind ook geen Nederlands door te beginnen met het erin stampen van taalregels.
 
Bij deze aanpak is ict een prachtig hulpmiddel dat vandaag de dag een rijke bron aan taalprogramma’s biedt. Toch is het idee niet zo nieuw als misschien lijkt, want nota bene op het Odulphuslyceum werd er ruim veertig jaar geleden op eenzelfde manier geëxperimenteerd met het vernieuwen van het taalonderwijs.
 
Talenpracticum
Het Tilburgse lyceum deed mee aan een landelijke pilot om het talenpracticum in het voortgezet onderwijs te introduceren. Als leerling van Odulphus was ik in die dagen een van de proefkonijnen. Het experiment bestond eruit dat elke leerling in een klas een koptelefoon met microfoontje droeg, die in verbinding stond met een bandrecorder én met de docent. Op een scherm werden met dia’s dagelijkse situaties in beeld gebracht.
 
De crux was dat je als leerling via de koptelefoon een native speaker een bepaald zinnetje (Frans, Duits) hoorde zeggen dat correspondeerde met de dia. Wij moesten dat zinnetje nazeggen. Via het geluidssysteem kon de docent van elke individuele leerling horen of hij het zinnetje goed uitsprak.
 
Experiment met talenpracticum op St. Odulphuslyceum in Tilburg, eind jaren zestig.

Bandrecorder
Helaas, het experiment mislukte jammerlijk. De techniek was volstrekt ontoereikend, hoe modern op dat moment ook. Zo’n grote bandrecorder met van die banden die door de docent keer op keer teruggespoeld moest worden, op zoek naar een zinnetje. De infrastructuur die, mede door toedoen van verveelde leerlingen, om de haverklap kapot was.
 
Voor ons als leerlingen was het onderwijs uitermate saai terwijl het juist de bedoeling was dat de nieuwe aanpak het taalonderwijs zou verlevendigen. Talloze malen moesten wij dezelfde zinnetjes herhalen. Zoals Je vais chercher du bon vin à la cave. Het zit er voor eeuwig ingeramd, maar wat moet je ermee?
 
Achteraf kun je vaststellen dat het experiment zijn tijd ver vooruit was. Te ver. We zijn misschien ook te ongeduldig als het om innovatie gaat. Gras groeit immers niet harder door er aan te trekken.

► Lees hier het artikel over de onderzoekende docent.

Deel dit artikel