24 oktober 2020

Bredase school: Diploma voor praktijkonderwijs is niet nodig

BREDA | NIEUWS | Het heeft geen zin om voor het praktijkonderwijs een diploma in te voeren want de niveauverschillen tussen leerlingen zijn veel te groot. Bovendien is het niet nodig want een deel van de leerlingen haalt in het vervolgonderwijs alsnog een mbo-diploma.
 
Dat stelt Jasjo Badura, directeur van de Praktijkschool Breda, in reactie op vragen van D66 in de Bredase gemeenteraad. Het praktijkonderwijs is voor leerlingen met een IQ van tussen de zestig en tachtig voor wie het vmbo te hoog gegrepen is. Leerlingen die hun opleiding aan de praktijkschool afsluiten krijgen geen diploma maar – in de regel – een certificaat.
 
Onlangs pleitten enkele directeuren van praktijkscholen in Den Haag op de opiniepagina van De Volkskrant ervoor om een officieel diploma in te stellen. Een belangrijke overweging is dat een heus diploma meer status geeft en dat komt de motivatie en het zelfvertrouwen van de leerlingen ten goede. De praktijkscholen in Den Haag hebben al ervaring opgedaan met het ontwikkelen van een eigen examen en bijbehorend diploma. 
 
D66 in Breda is het van harte eens met de oproep van de Haagse directeuren en heeft het college van B. en W. gevraagd om samen met de Praktijkschool in Breda te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om ook een diploma in te voeren. Maar directeur Badura van de Praktijkschool Breda zegt desgevraagd weinig te zien in zo’n initiatief.
 
Maatwerk
Vanwege de grote niveauverschillen is het onderwijs op de praktijkschool maatwerk, voor elke leerling wordt individueel een pad uitgestippeld naar het einddoel. “Wij kennen als praktijkonderwijs drie uitstroomrichtingen. Naar de sociale werkvoorziening, naar het bedrijfsleven en naar het volgonderwijs, namelijk het mbo. Een deel van onze leerlingen volgt een smalle beroepsopleiding op niveau 1 en gaat vervolgens, met een mbo-diploma, de arbeidsmarkt op. En sommigen gaan door op niveau 2 van het mbo”, legt de directeur uit.

  In het praktijkonderwijs worden ook leerlingen voor de techniek opgeleid.

Omdat een leerling in het praktijkonderwijs gebaat is zijn opleiding binnen een vertrouwde omgeving te kunnen volgen worden deze mbo-trajecten op de praktijkschool aangeboden. Onder auspiciën van een van de mbo-colleges in de stad. “Wij zijn niet bevoegd om te examineren, vandaar deze constructie.”
 
Certificaten
Voor leerlingen die een mbo-niveau aankunnen is een diploma praktijkonderwijs dus niet nodig, stelt de directeur. Daar komt bij dat zo’n diploma de bevestiging is van een bepaald niveau. “Omdat de verschillen zo groot zijn zal een deel van de leerlingen nooit kunnen voldoen aan de eisen, die hebben dan nog steeds geen diploma. Of je gaat de eisen verlagen maar wat is dan nog de waarde van dat diploma?”, vraagt Badura zich af.
 
Bovendien heeft een certificaat wel degelijk betekenis op de arbeidsmarkt omdat de eisen zijn afgestemd met de brancheorganisaties en het door hen erkend is. “Een werkgever weet dus wat hij mag verwachten van een leerling die met een certificaat, bijvoorbeeld voor de horeca, komt solliciteren”, aldus de directeur.
 
Badura beseft dat er ook een emotioneel aspect een rol speelt, namelijk de waardering die uit een echt diploma spreekt. “Wij benadrukken bij de uitreiking van de certificaten altijd dat leerlingen en ouders terecht trots mogen zijn op de geleverde prestatie. Voor ons is er geen verschil.”
 
 

Deel dit artikel