22 oktober 2020

Onderzoeker ziet vijf succesfactoren bij excellente kleurrijke scholen

TILBURG | NIEUWS | Dat acht kleurrijke scholen* in Brabant excellent presteren is toe te schrijven aan vijf succesfactoren. Het gaat om actief burgerschap, ruime tijdbesteding voor taal en lezen, de kwaliteit van de leerlingenzorg, sterk pedagogisch handelen van leerkrachten en een goed materieel voorzieningenniveau van de school.
 
Oud-onderwijsinspecteur drs. Joop Smits komt tot deze ‘schijf van vijf’ op basis van een nadere analyse van de gegevens uit eerder onderzoek dat hij heeft uitgevoerd naar de prestaties van de 95 kleurrijke basisscholen die Brabant telt. Uit dat onderzoek kwam al eerder naar voren dat acht van die kleurrijke scholen excellent presteren. Ze doen het volgens Smits zelfs beter dan excellente witte scholen. Hij verrichte het onderzoek onder auspiciën van wetenschappers prof. Dr. Ton Vallen en dr. Rian Aarts, verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
 
Kopgroep
Opvallende uitkomst van het onderzoek is ook dat de meeste kleurrijke scholen wat resultaten betreft tot en met groep 6 min of meer gelijk optrekken en vooruitgang boeken met hun leerlingen. Vanaf groep 7 ontstaat er echter een scheiding tussen een kopgroep van kleurrijke scholen die goed blijft presteren en het overgrote deel dat (fors) terugvalt.
 
Smits constateert dat de achterblijvers in groep 7 en 8 helemaal de mist ingaan wat betreft het begrijpend lezen. Dan gaat, in de woorden van de oud-inspecteur, op veel kleurrijke scholen ‘het licht uit’. Op dit onderdeel is er aan het eind van groep 8 een leerachterstand ontstaan van bijna een heel schooljaar, ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle scholen. Dat is des te pijnlijker omdat in de groepen 5 en 6 op de onderzochte kleurrijke scholen nog sprake was van een voorsprong.Ook op gebied van rekenen/wiskunde doen deze scholen het minder.
 
Weinig rooskleurig
Al met al moet Smits concluderen dat het bestaande beeld klopt dat de kwaliteit op kleurrijke in het algemeen weinig rooskleurig is. En dat de extra formatie waar deze scholen over beschikken op zichzelf geen garantie zijn dat de talenten van deze leerlingen optimaal tot bloei komen. Maar tegelijkertijd wijst zijn onderzoek uit dat er kleurrijke scholen zijn die onder dezelfde condities topprestaties leveren.

In het bereiken van goede resultaten is de kwaliteit van de leerkracht op een kleurrijke school cruciaal. En dat is een opvallend verschil met ‘witte’ scholen, stelt Smits. Want uit onderzoek dat hij eerder deed onder excellente ‘witte’ scholen kwam naar voren dat de inbreng van de leerkracht er nauwelijks toe doet bij het behalen van hoge leeropbrengsten.
 
De vijf succesfactoren zijn:
 
1.       Een relatief sterke investering in actief burgerschap door maatschappelijke oriëntatie in de lessen en een actieve betrokkenheid van de school op haar omgeving
2.       Een ruime besteding van onderwijstijd aan taal en lezen; ongeveer 45 procent van de totaaltijd in alle groepen (1 t/m 8)
3.       Een hoge kwaliteit van de leerlingenzorg, zowel qua faciliteiten en organisatie als in effectiviteit
4.       Een grote vaardigheid van leerkrachten in het kunnen omgaan met leerlingen, het pedagogisch handelen. Leerkrachten beschikken over twee belangrijke competenties: niet alleen ‘empatisch optreden’, ‘toegankelijkheid’ en ‘de leerling serieus nemen’, maar ook ‘grenzen stellen’, ‘duidelijk zijn’ en ‘structuur en discipline bieden’
5.       Een aanvaardbaar materieel voorzieningenniveau: bijvoorbeeld een goede schoolbibliotheek en een aantrekkelijke inrichting van de klaslokalen. Gezonde financiën.
 
 
Definitie leerresultaten
Joop Smits hanteert overigens bij het bepalen van de prestaties van de scholen een bredere definitie dan de gebruikelijke Cito-eindscore zoals de inspectie doet. Volgens Smits is deze maatstaf voor kwaliteit om verschillende redenen ontoereikend en eenzijdig. Kleurrijke scholen zouden daardoor zelfs bevoordeeld worden. Want hun prestaties worden beoordeeld op basis van de leerlingkenmerken, ze worden ‘gecompenseerd’ voor het feit dat ze veel achterstandsleerlingen hebben. Daardoor komt het dat veel kleurrijke scholen niet het predikaat (zeer) zwak opgeplakt krijgen. Het feit dat op meer dan dat de helft van de kleurrijke scholen leerlingen de school verlaten met een leerachterstand van ten minste drie maanden wordt zo verdoezeld.
 
► Lees hier: Schets van een topschool
 
► Lees hier: Acht kleurrijke basisscholen in Brabant presteren ‘excellent’
 
Joop Smits*) Oud-onderwijsinspecteur Smits spreekt van een kleurrijke school als minimaal 75 procent van de leerlingen van allochtone herkomst is. Dat is gebaseerd op de oude gewichtenregeling waarin het herkomstland van de ouders er nog toe deed. In de nieuwe definitie die wordt gebruikt om het aantal gewichtenleerlingen (kansarme allochtone en autochtone kinderen) te bepalen is het opleidingsniveau van ouders de belangrijkste factor. Volgens die maatstaf tellen kleurrijke scholen gemiddeld nog maar 57 procent allochtone leerlingen. Smits gebruikt liever het woord ‘kleurrijk’ dan ‘zwart’ vanwege de stigmatisering.
Van de ongeveer 900 basisscholen in Brabant zijn 95 kleurrijk.

De titel van de onderzoekspublicatie van Smits luidt: ‘Werkelijke excellentie is schaars’

Deel dit artikel