19 oktober 2020

Promovenda: Prentenboek draagt bij aan literaire vorming van het jonge kind

TILBURG | NIEUWS | Het voorlezen van prentenboeken draagt bij aan de literaire competentie van kleuters. Ze krijgen daardoor meer inzicht in de structuur van verhalen en manieren van vertellen. Hierdoor ontdekken ze wat een verhaal nu precies tot een verhaal maakt.
Ook worden ze zich bijvoorbeeld bewust van het feit dat verhalen ‘verzonnen’ zijn. Dit blijkt uit het proefschrift van Coosje van der Pol (Den Bosch, 1970), die op 17 december aan de Universiteit van Tilburg promoveert.

Doorgaans lezen leerkrachten kleuters voor om de taalontwikkeling (en dan vooral de woordenschat) van kinderen te ondersteunen, om hun kennis van de wereld te vergroten, of om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kleuters te stimuleren. Het genre van het prentenboek blijkt zich echter ook goed te lenen voor een literaire leeswijze.

Het prentenboek lezen als literatuur betekent dat er op een voor kinderen uitdagende wijze aandacht is voor de onderliggende vertelstructuren en voor verhaalconventies. Deze kenmerken maken van de woorden en beelden eenverhaal en zorgen voor effecten als spanning of humor.

Leesplezier
Volgens Van der Pol is het goed om kinderen vanaf het begin van het basisonderwijs te laten kennismaken met hoe literatuur werkt. Literair competente kleuters kunnen bijvoorbeeld de hoofdpersoon van een verhaal identificeren en aangeven hoe dat personage zich onderscheidt van andere verhaalfiguren. Uit het onderzoek in kleutergroepen blijkt bovendien dat het literaire lezen een eigen vorm van leesplezier kent.

Tekeningen uit traditioneel prentenboek van Rie Cramer (1887 - 1977)Coosje van der Pol

De promovenda toetste haar wetenschappelijke opvattingen in de praktijk op 18 basisscholen. In een periode van drie maanden werd hen door de leerkrachten voorgelezen ui 24 prentenboeken. Voor en na het lezen van de 24 boeken wordt bij ongeveer 100 kinderen op een individuele taak afgenomen om na te gaan of er daadwerkelijk sprake was van ontwikkeling van literaire competentie.

Vertelstructuur
Een deskundigenpanel dat betrokken was bij het ontwikkelen van het ‘literaire repertoire’ van de kleuters, heeft verschillende prentenboeken op de geschiktheid voor literair (voor)lezen beoordeeld. Het blijkt dat bepaalde prentenboeken een zodanig interessante vertelstructuur hebben dat zij bij kleuters bijna vanzelf een literaire leeshouding oproepen. Ook zijn er in het onderzoek leesaanwijzingen gemaakt die leraren helpen bij het literair voorlezen.
 
Met haar proefschrift borduurt de promovenda voort op onderzoek dat eerder verricht is door de toenmalige Tilburgse literatuurdocent dr. Piet Mooren. Hij promoveerde tien jaar geleden op het proefschrift ‘Het prentenboek als springplank. Cultuurspreiding en leesbevordering door prentenboeken’. Hij toonde onder meer aan dat dat het gebruik van prentenboeken in de klas kleine, maar positieve effecten heeft op diverse vaardigheden van leerlingen.

Coosje van der Pol studeerde algemene cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Ze is werkzaam bij de faculteit Geesteswetenschappen. Ze deed haar onderzoek in opdracht van de PROO, de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, onderdeel van NWO. Voor meer informatie: j.a.vdrpol@uvt.nl.
[Bron: NWO,UvT]
 
► Lees ook het artikel over lector Kees Vernooy en het leesonderwijs

Deel dit artikel