1 december 2020

Kanttekeningen bij Schoolprestaties

OPINIE | De redactie van Trouw houdt stug vol, voor de veertiende keer inmiddels presenteert de krant de bijlage Schoolprestaties. Voorwaar een prestatie van formaat.
 
Dat transparantie en verantwoording afleggen aan de buitenwereld vandaag de dag in het voortgezet onderwijs gemeengoed is, is vooral te danken aan de onderwijsredactie van Trouw. Die zette immers, met steun van onderwijssocioloog prof. Jaap Dronkers, in 1997 figuurlijk een breekijzer in de brandkast van de overheid waar de resultaten van de scholen tot dan toe werden opgeborgen.

Het heeft ertoe geleid dat eerst de Onderwijsinspectie en sinds kort ook de scholen zelf (met Vensters voor Verantwoording) hun prestaties toegankelijk maken voor de buitenwereld.Vooral van belang voor ouders die op zoek zijn naar een school voor zoon of dochter. Maar de betekenis van deze openbaarheid is toch zeker ook dat scholen een scherper oog hebben voor de opbrengsten, al was het maar uit concurrentieoverwegingen.
 
Kanttekeningen
Prima dus, dat initiatief van Trouw. Toch zijn er na dertien jaar nog altijd kanttekeningen te maken bij de publicatie van de schoolprestaties. Met name waar het gaat om het eindoordeel. Trouw geeft dit jaar, althans in de papieren versie, voor het eerst een eindoordeel uitgedrukt in een rapportcijfer. In het verleden werd dat eindoordeel uitgedrukt in symbolen. Een eindcijfer is handig voor de lezer, motiveert de krant.
 
Schoolprestaties 2010Schoolprestaties 1997

Maar wat zegt zo’n eindoordeel eigenlijk over de kwaliteit van de school? Als ik het oordeel van  individuele scholen nader bekijk, dan bekruipt mij het gevoel dat de vlag (het oordeel) de lading niet helemaal dekt. Dat komt omdat Trouw (en de wetenschappers Dronkers en Van Alphen die cijfermatige analyses voor hun rekening nemen) voor de scholen dezelfde slaag/zakregeling hanteert zoals die geldt voor leerlingen. En dat wringt. Enkele kanttekeningen:
 
– De  kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde leggen een zwaar gewicht in de schaal. Dit geeft voor de gymnasia een vreemde uitkomst. Een gymnasium kan onvoldoende scoren in de klassieke talen en toch een voldoende eindoordeel halen dankzij een positieve uitkomst in de kernvakken. (Bijvoorbeeld Stedelijk Gymnasium Den Bosch). Ik zou zeggen dat klassieke talen voor een gymnasium toch ook tot de kernvakken gerekend zouden moeten worden.
 
– Voor leerlingen wordt het eindcijfer met een vijf achter de komma naar  boven afgerond (5,5 is een 6). Voor scholen is de zes de absolute cesuur, een 5,9 geldt als onvoldoende.
 
– Bij drie vakken onvoldoende (= lager dan een zes) is een school ‘gezakt’ en dat levert in het overzicht van Trouw een 5 op. Alle vakken tellen even zwaar en kennelijk doet ook het aantal leerlingen dat in een vak examen doet er niet toe. Stel dat vijf leerlingen examen doen in het vak filosofie op een vwo. Als die samen een onvoldoende scoren dan legt dat onevenredig veel gewicht in de schaal bij het eindoordeel.
 
– En scholen kunnen, anders dan leerlingen, niet calculerend te werk gaan. Misschien kunnen ze wat invloed uitoefenen met het schoolexamen, maar de bandbreedtes zijn, na onderzoek trouwens van prof. Dronkers, beperkt.
 
– Het oordeel van inspectie en Trouw kan uiteen lopen. Een voorbeeld. Het Altena College in Sleeuwijk scoort als eindoordeel bij het vwo een 5. Vier vakken lager dan een 6, maar hoger dan 5,5. De school scoort zeer gunstig als het gaat om onvertraagd naar het examen (doubleren). Op de kaart van de inspectie scoort het Altena met exacte vakken zeer ruim boven het landelijk gemiddelde (maar onder het landelijk gemiddelde met moderne vreemde talen en aardrijkskunde en geschiedenis). De inspectie oordeelt, gemeten over drie jaar,  voldoende; de cijfers centraal examens zijn boven de norm.
 
– Voor ouders is het overzicht een handig hulpmiddel, maar biedt het inderdaad een stevig houvast bij het maken van een schoolkeuze? Zie bijvoorbeeld de wispelturige eindoordelen van het vwo van 2College Durendael in Oisterwijk vanaf 2006: 4, 6, 8, 6, 8.
 
Compensatie
Een meer principieel punt is dat in het eindoordeel ook wordt meegewogen het niveau van de instroom van de leerlingen. Dus een school met veel achterstandsleerlingen kan toch goed uit de bus komen hoewel de gemiddelde examencijfers achterblijven bij het landelijk gemiddelde. Er vindt dus compensatie plaats omdat zo’n school veel toegevoegde waarde realiseert.
Vanuit het oogpunt van de scholen is deze nuancering zeer begrijpelijk, maar de vraag is wat je als ouder dan aan het eindoordeel hebt. Immers, scholen worden niet allemaal langs dezelfde meetlat gelegd. De ene zeven is dus niet de andere zeven.

► Lees hier: Trouw: Eenzesde vo-afdelingen in Brabant scoort onvoldoende

Deel dit artikel