22 oktober 2020

Met een zwarte school zijn we weer terug bij af

COLUMN |  Vanochtend las ik op mijn iPhone ‘Het bestaan van zwarte scholen in Nederland is gewoon een feit dat het kabinet accepteert.’

 
Nog een keer.
‘Het bestaan van zwarte scholen in Nederland is gewoon een feit dat het kabinet accepteert’.
Serieus??
 
Daar moest ik even goed over nadenken. Mijn kleurrijk gemengde kleuterklas, met inmiddels kinderen met veertien verschillende nationaliteiten, had, als ik het goed begrijp,  volgens minister Van Bijsterveldt niet hoeven te bestaan. Mijn school was tot zes jaar geleden immers ook een ‘zwarte school’. Dat had best zo kunnen blijven. Het lijkt wel alsof Van Bijsterveldt recht in mijn gezicht ‘Whatever’ zegt. Dat de school er qua resultaten en leerlingenaantal stukken op vooruit is gegaan maakt dus even niet uit?

Zes jaar geleden zag de directeur zijn school langzaam leeglopen. De school was bijna helemaal ‘verzwart’ en de andere ouders bleven weg. In onze buurt in Amsterdam Oud-Zuid is dat absoluut onnodig. Dicht bij onze school bevinden zich bijvoorbeeld ook enkele overwegend witte Montessorischolen.
 
Onder leiding van de directeur werd het roer omgegooid. Onze school werd een school met een kunstprofiel, waar extra aandacht aan kunst wordt geschonken, onder andere door het aantrekken van een leerkracht beeldende vorming. De school laat de kunst van de leerlingen nu overal zien, want kunst is de taal die ons bindt. Hoogopgeleide witte ouders wisten vanaf dat moment onze school ook te vinden en het begin was gemaakt.
 
Nou moet ik bekennen dat ik er zes jaar geleden nog niet werkte. Maar ik ken de geschiedenis van de school en de voordelen van een gemengde populatie. De kleuters die bij ons in een gemengde klas zitten met in ieder geval vijftig procent Nederlandssprekende kinderen, scoren beter op hun kleuter Cito-toetsen dan kinderen die in een ‘zwartere klas’ zitten. Ok, nog geen bewijs dat gemengd beter is, wel een belangrijk signaal.
 
Daarnaast speelt op het schoolplein iedereen samen. Probeer in een klas met zoveel verschillende nationaliteiten maar eens je eigen etnische groepje te maken! Bovendien is het helemaal niet logisch om in je eigen subgroep te blijven plakken. In Amsterdam is tegenwoordig nog maar krap vijftig procent van de inwoners uit Nederland afkomstig. De andere helft komt uit 177 andere landen. Kun je dan niet beter vroeg beginnen om met elkaar om te gaan?
 
Demotiverend
Laat ik dat illustreren met een ervaring uit mijn eigen leven. Woonachtig in een Brabants dorp kreeg ik een bijbaantje bij McDonald’s in Tilburg. Het was voor het eerst dat ik, zestien jaar oud,echt in contact kwam met allochtone leeftijdgenoten! Later toen ik naar Amsterdam verhuisde om te gaan studeren raakte ik ook bevriend met geboren en getogen witte Amsterdamse studenten, die op het Vossius of Barleaus gezeten hadden. Hun vriendenkring bestond uit de mensen die ze van de middelbare school kenden; mensen zoals zij.
 
Het is niet mijn bedoeling om kinderen uit hun buurt te halen om elders naar school te laten gaan. En ja, kwaliteit is belangrijker dan samenstelling. Maar als die kwaliteit nou ‘relatief makkelijk’ verbeterd kan worden door een meer gemengde populatie? Ouders en leerkrachten staan vaak open voor nieuwe ideeën. Iedereen wil immers het beste voor zijn of haar kind. Maar iemand moet het voortouw nemen. Als de overheid bij voorbaat al stelt dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt, demotiveer je juist de mensen die je nodig hebt.
 

Deel dit artikel