19 oktober 2020

De folders voor studiekeuze kunnen de prullenbak in

BREDA | NIEUWS | In het beleid van dit kabinet ten aanzien van het hoger onderwijs is een van de speerpunten het terugdringen van de uitval van studenten in het eerste jaar. Het gaat om tienduizenden studenten die afhaken omdat ze er na verloop van tijd achterkomen dat de gekozen studie niet is wat ze ervan verwachtten. Dat kost de samenleving volgens een berekening het instituut ROA miljarden euro’s.
 
De verantwoordelijk staatssecretaris Zijlstra borduurt voort op de lijn die toenmalig minister Plasterk al in 2007 uitzette. Ook hij kwam met ideeën om er voor te zorgen dat scholier door een perfecte studiekeuze meteen op de goede plek zit op havo of vwo.
 
Volgens dr. Frans Meijers, lector aan de Haagse Hogeschool en o.a. gespecialiseerd in loopbaanontwikkeling, gaat dat niet lukken met de geijkte aanpak van het proces van studiekeuze. Een aanpak die er op neer komt dat leerlingen overstelpt worden met informatie die niet aansluit bij wat ze echt nodig hebben om een goede keus te kunnen maken. Folders en voorlichtingsbijeenkomsten, het is als boter aan de galg.
 
Meijers pleit ervoor om het roer om te gooien en hij heeft inmiddels op tal van plekken in het onderwijs zijn boodschap, vaak vermengd met ironie, verkondigd. Donderdag was hij in Breda te gast op een studiedag van het West-Brabantse Netwerk Voortgezet Onderwijs – Hoger Onderwijs. Een samenwerkingsverband van vijftien middelbare scholen en vijf hogescholen en universiteiten. Zo’n honderdvijftig professionals konden inleidingen en workshops volgen over het thema brein.  
 
Verliefdheid
Het maken van een studiekeuze is volgens Meijers te vergelijken met hoe relaties ontstaan. Eerst is de onverklaarbare verliefdheid die na verloop van tijd overgaat in liefde – zoniet is het einde oefening met de relatie. Zo gaat het ook met zoeken naar een studie en het daarbij behorende beroep. Eerst moet er een vonk overslaan, pas daarna kan een proces op gang komen.
 
Volop belangstelling voor de studiedag van het voortgezet en hoger onderwijs in Breda.

Volgens Meijers zijn er vier keuzedeterminanten te onderscheiden:
–           De eigen ervaring of die van relevante anderen
–           Geruchten, van horen zeggen
–           Beeldvorming
–           Objectieve informatie, zoals folders.
 
Maar de eerste determinant – de ervaring – is veruit het meest bepalend, de andere doen er eigenlijk nauwelijks toe. Zeker niet de objectieve informatie, al is het proces van studiekeuze daar meestal op gebaseerd. “Maar dat werkt niet, het is informatie waar door de leerling niet om gevraagd is, dat komt niet aan”, aldus Meijers, die zegt dat er tal van onderzoeken zijn die dat telkens weer bevestigen.
 
Vertwijfeling
Het resultaat van die benadering is al jaren hetzelfde: 35 tot 40 procent van de eerstejaars studenten vraagt zich na een paar weken al vertwijfeld af waarom ze in hemelsnaam voor die studie hebben gekozen. Dat scholieren keuzes maken hoewel ze geen idee hebben waar ze aan beginnen komt ook door de druk van hun omgeving. Door opmerkingen als: dat is precies een studie voor jou want die sluit mooi aan bij je vakkenpakket.
 
Ook (digitale) keuzetesten bieden de dolende scholier geen uitkomst, legde Meijers in antwoord op een vraag uit de zaal uit. Dat ligt niet aan die testen maar aan de persoon die hem aflegt.  “Als de test iets oplevert wat de leerling niet ziet zitten dan deugt voor hem de test niet. Klopt het wel dan zal hij zeggen: dat wist ik al.”
 
Intuïtie
In de visie van Meijers op studiekeuze is de intuïtie, het gevoel het uitgangspunt. Leerlingen moeten al op de middelbare school kans krijgen om ervaringen op te doen buiten de muren van de school. Om elders in de keuken te kunnen kijken, in het bedrijfsleven en in de toekomstige studie-instellingen. Voorlichtingsbijeenkomsten zijn zonde van de tijd, stelt Meijers, beter is het om leerlingen op hogescholen en universiteiten te laten proefstuderen, liefst meerdere dagen.
 
“Hoe realistischer de ervaringen zijn hoe beter”. Die ervaringen zijn vervolgens voor docent, mentor of studieadviseur het vertrekpunt om de dialoog aan te gaan met leerlingen om af te tasten waar de echt de interesses liggen. Door de leerling zelf verantwoordelijkheid te geven zal de intrinsieke motivatie toenemen. Een professional – maar dat kan ook de ouder zijn – die een leerling in een bepaalde richting probeert te sturen, bereikt vaak het tegenovergestelde. De opdracht aan het onderwijs is om bij leerlingen het vermogen te ontwikkelen om keuzes te maken.
 
 

Deel dit artikel