20 oktober 2020

‘Met leenstelsel krijgt studeren weer de hoogste prioriteit’

DEN HAAG | NIEUWS | Staatssecretaris Halbe Zijlstra (hoger onderwijs, VVD) heeft zijn notitie gepresenteerd waarin hij uiteen zet wat zijn beleid is te aanzien van de toekomst van de studiefinanciering in het hoger onderwijs.
 
Kern van zijn beleid is dat de basisbeurs beperkt blijft tot de bachelorfase, voor de masterfase moet de student een beroep doen op een sociaal leenstelsel. De student krijgt wel meer tijd (maximaal 20 jaar) om zijn schuld af te betalen. In de masterfase blijft er een mogelijkheid om een beroep te doen, onder voorwaarden, op een aanvullende beurs.
 
Volgens de bewindsman is deze aanpassing een verantwoorde zaak omdat een opleiding op universiteit of hogeschool de student later een gunstiger inkomen oplevert. Zijlstra heeft de beleidsnotitie daarom ‘Studeren is investeren’ genoemd.  
 
Toegankelijkheid
Onder verwijzing naar (internationaal) onderzoek stelt de staatssecretaris dat een beperking van de beurs en de uitbreiding van het leenstelsel  geen negatief  effect heeft op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Ook de bezuinigingsmaatregelen in het verleden hebben er niet toe geleid dat minder jongeren in Nederland aan een studie aan hogeschool of universiteit zijn begonnen.
 
Studentenprotest tegen bezuinigingen in het hoger onderwijs (archieffoto).

Door een aanpassing van de ‘stufi’ gaan studenten volgens Zijlstra bewuster met hun studie om. “Studenten zullen mede door het sociaal leenstelsel bewuster gaan nadenken over nevenactiviteiten, bijverdiensten en eventuele studievertraging die ze daardoor kunnen oplopen. Studeren krijgt weer de hoogste prioriteit. Alleen zo kunnen studenten het maximale halen uit de kostbare voorzieningen die hen op hogeschool of universiteit gedurende een beperkte studietijd worden geboden.”
 
Vrije tijd
“In dat licht kan het voor een student voordeliger zijn om zijn studie gedeeltelijk met een lening te financieren dan ten koste van zijn studie meer bij te gaan verdienen: studievertraging is niet alleen duur vanwege extra studiekosten, maar ook omdat het langer duurt voordat de investering in de studie geld gaat opleveren. Daarbij is het normaal dat nevenactiviteiten –uitzonderingen
daargelaten – binnen het domein van vrijetijdsbesteding vallen. De kosten daarvan dienen
voornamelijk door studenten zelf of direct door belanghebbenden gedragen te worden”, aldus Zijlstra.
 
Het nieuwe beleid moet op termijn een bezuiniging van 150 miljoen euro per jaar opleveren. De bedoeling is ook dat het systeem van studiefinanciering efficienter wordt en dat de dienstverlening verbetert. De maatregelen gaan, als het parlement zijn goedkeuring geeft, in per augustus 2012.
 
► Lees hier de notitie van de staatssecretaris.
 

Deel dit artikel