27 oktober 2020

Slechts zestien procent hoogbegaafde jongeren haalt universitair diploma’

EINDHOVEN | ACHTERGROND | Van alle hoogbegaafde scholieren behaalt slechts zestien procent een universitair diploma. Een onthutsend cijfer, want op grond van hun intellectuele capaciteiten zouden alle hoogbegaafde jongeren in staat moeten zijn om een universitaire studie met succes af te ronden.
 
Nu zegt dit cijfer niet alles, want er zijn ook hoogbegaafde jongeren die een hbo-diploma halen of die zonder enig papiertje succesvol zijn in hun verdere leven. Maar dit extreem lage percentage laat wel in één oogopslag zien dat er in het funderend onderwijs extreem veel slimme kinderen uit de boot vallen.
 
Jan Hendrickx, grondlegger van de Leonardoklassen voor hoogbegaafde kinderen, noemde dit cijfer vrijdag 18 maart op de conferentie van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en Brainport onder het motto ‘Hoogbegaafd…en dan?’ Hij betoogt al jaren dat het huidig onderwijs fnuikend is voor kinderen met een IQ van 130 tot hoger.
“Het Nederlandse onderwijs is goed tot zeer goed voor kinderen met een IQ tot 115. Voor kinderen met een IQ tussen 115 tot 130 is het middelmatig, en daarboven schiet het tekort. Zestig procent van de kinderen met een IQ van 145 of meer komt in de problemen”, aldus Hendrickx.
 
Een impressie van de leerlingenconferentie over hoogbegaafdheid op de TU/e. Alle foto's: Bart van Overbeeke Fotografie

Onderpresteren
Slimme kinderen worden onvoldoende intellectueel uitgedaagd, ervaren school als een keurslijf waardoor ze zich niet of nauwelijks kunnen ontwikkelen. Ze missen de ervaring om te leren omdat ze zich nooit echt hoeven in te spannen. Gevolg is dat ze blokkeren of gaan onderpresteren en naar een steeds lager niveau afzakken. Met alle dramatische gevolgen voor de betrokken leerling en diens ouders vandien.
De Leonardoklassen zijn het antwoord van Hendrickx voor hoogbegaafde leerlingen die in het reguliere onderwijs vastlopen. Het is, zo erkent Hendrickx, een vorm van speciaal onderwijs aan de bovenkant. Dat wil overigens niet zeggen dat al deze leerlingen voor dit traject in aanmerking komen, er zijn er ook die zich in de reguliere klas wel redden.

Zoals bijvoorbeeld Jarla Thiesbrummel, die in 4 gymnasium van het Lorentz Casimir Lyceum in Eindhoven zit. Tot en met de brugperiode haalde ze hoge cijfers, maar daarna zakte ze terug. Nu is ze in de ban van de zesjescultuur. Ze spant zich ook niet echt in, geeft ze volmondig toe. “Ik verveel me in de klas. Met mijn vriendinnen op school is het wel gezellig. Die zeggen tegen mij, jij hebt het gemakkelijk, jij kunt goed leren. Maar ik vind het vooral saai”, vertelt ze.
 
Motivatie
Ze heeft niet echt een idee van wat ze later wil gaan studeren, vroeger wilde ze uitvinder worden. “Misschien dat ik iets met bewegingswetenschappen ga doen”. En dat is omdat ze graag sport, daar is ze zo gemotiveerd voor dat het haar geen moeite kost om flink te trainen. Ze is nu een fanatiek schaatsster maar een nieuwe Irene Wüst, dat zit er niet in. “De top is voor mij onbereikbaar, maar misschien ga ik wel zwemmen. daar ben ik beter in, of roeien.”
 
Voor prof. Alex van Herk, hoogleraar scheikundige technologie, is het relaas van Jarla Thiesbrummel heel herkenbaar. Hij is betrokken bij de Werkgroep Excellentie van de TU/e die activiteiten ontwikkelt voor hoogbegaafde studenten én middelbare scholieren. “We hebben bijvoorbeeld het digitaal proefstuderen geïntroduceerd. En scholieren kunnen hier reguliere vakken volgen en er tentamen in doen. Ze krijgen vrijstelling in deze vakken als ze hier komen studeren. We bieden ook colleges die afgestemd zijn op middelbare scholieren.”
 
Leerlingen aan het woord
Er zijn wel vaker conferenties over hoogbegaafdheid, maar de betrokkenen zelf komen zelden aan bod. De conferentie op de TU/e was exclusief gericht op de leerlingen zelf.  En die bleken daar wel oren naar te hebben, het aantal plaatsen was in no time volgeboekt.  
“Het leek ons een goed idee om hen nu zelf eens aan het woord te laten.  We hebben ze gevraagd om ons te vertellen hoe wij hen kunnen helpen. Op de middelbare school of hier op de universiteit”, aldus prof. Van Herk. Ook kregen ze presentaties van volwassen hoogbegaafden die de jongeren bij wijze van rolmodel een steun in de rug konden geven. 


 

Deel dit artikel