28 oktober 2020

Yvonne Moerman: ‘Maak van mbo geen slap aftreksel van de havo’

DEN BOSCH | NIEUWS | Update | De plannen om de kwaliteit van het mbo te versterken mogen er niet toe leiden dat het beroepsonderwijs een slap aftreksel wordt van de havo.
 
Die hartenkreet uitte Yvonne Moerman, plaatsvervangend voorzitter van het college van bestuur van het Koning Willem I College, tijdens een werkbezoek op maandag 11 april van minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt . De bewindsvrouw heeft het Actieplan mbo ’Focus op vakmanschap’ gelanceerd, waarin veel aandacht is voor  de vaardigheden rekenen/wiskunde en taal (Nederlands, Engels).
 
Minister Van Bijsterveldt deelt complimentjes uit aan twee studenten van de horeca-opleiding van het Koning Willem I College.

In een gesprek dat de minister had met een gemêleerd gezelschap van docenten, studenten, ouders, lokale politiek en bedrijfsleven kwam de zorg naar voren dat die extra focus op taal en rekenen ten koste zal kunnen gaan van het ontwikkelen van beroepsvaardigheden. En ook is er bij sommigen de vrees dat de eisen die aan taal en rekenen worden gesteld, en die in een centraal examen getoetst worden, voor een deel van de studenten in het mbo (met name bbl’ers en 30 plussers) een onoverkomelijke drempel blijkt te zijn.
 
De minister toonde begrip voor de vraagtekens die op dat punt gesteld worden, en ze beloofde nog eens goed naar de uitwerking te kijken, ‘we moeten het kind natuurlijk niet met het badwater weggooien’. Maar ze benadrukte tegelijkertijd dat ook voor afgestudeerden met een mbo-diploma een stevige ondergrond van taal en rekenen van belang is, gezien de eisen van de moderne samenleving. Het niveau is volgens de minister nu, ook in andere onderwijssectoren, vaak om te huilen.  
 
Verkorting
Een ander punt van zorg dat naar voren kwam is het voornemen van minister Van Bijsterveldt om de vierjarige mbo-opleiding (bol) terug te brengen naar drie jaar. Docenten zijn benauwd dat ze hun opleidingsprogramma, zoals bijvoorbeeld bij verpleegkunde, zo moeten indikken dat het ten koste gaat van de diepgang. De minister antwoordde dat opleidingen misschien teveel zijn opgetuigd in de loop der jaren. Ze haalde als voorbeeld de pabo aan, waar studenten nu breed worden opgeleid, terwijl er vroeger aparte richting waren voor kleuteronderwijs en lager onderwijs.
 
De minister luistert aandachtig naar de uitleg van een medewerker over het Studenten Succes Centrum.

Met de verkorting van het aantal jaren, maar met een uitbreiding van het de onderwijstijd, denkt de minister een intensiever en daardoor aantrekkelijker opleiding te kunnen bieden. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat studenten in het mbo vragen om pittiger en uitdagender opleidingen. Bovendien is het mbo daardoor een beter alternatief voor de groeiende groep leerlingen die nu na het behalen van het vmbo-theoretisch kiest voor een vervolg op de havo, in plaats van het mbo.
 
Intensief
De minister hield haar gehoor voor dat het voor een vmbo-t leerling nu interessanter is om te kiezen voor twee jaar havo, in plaats van vier jaar mbo. Met de verkorting van een jaar studietijd in het mbo, zou de keus meer in het voordeel van het mbo uit kunnen vallen. “Het mbo is dan beter in staat de competitie aan te gaan met de havo”.
 
Van Bijsterveldt kreeg ook een rondleiding door het Studenten Succes Centrum van het Koning Willem I College. Studenten kunnen daar terecht voor praktische vragen over opleidingen, roosters, maar ook voor begeleiding en advies. De medewerkers hebben een spilfunctie als het gaat om het voorkomen van studie-uitval en die aanpak blijkt effectief. De minister toonde zich onder de indruk van het Studenten Succes Centrum.

► Lees hier een brief van de MBO Raad over de plannen van de minister

► Lees hier artikel ‘Alle hens aan dek om forse taalachterstand weg te werken’

Deel dit artikel