21 oktober 2020

Probleem van kleine school niet groter maken dan het is

OPINIE | Er waren al langer aanwijzingen dat kleine basisscholen (minder dan honderd leerlingen) tot de risicogroep behoren als het gaat om het leveren van onderwijskwaliteit. Nieuw onderzoek van de Onderwijsinspectie bevestigt dat beeld.
 
Op haar site schrijft de inspectie: ‘Basisscholen met minder dan 100 leerlingen zijn vaker zwak of zeer zwak dan basisscholen met meer leerlingen. De veilige omgeving die een heel kleine school in de ogen van velen biedt, kan uiteindelijk dus minder positief uitpakken voor de ontwikkeling van een leerling.’
De inspectie laat er geen misverstand over bestaan, ze is niet gecharmeerd van het adagium uit de jaren zeventig ‘small is beautiful’.
 
Nu komen hele kleine scholen (minder dan 50 leerlingen) in Brabant nauwelijks voor, de Clemensschool in Hulsel is met 37 leerlingen de enige (?) uitzondering.  De Zonnewijzer in Westerbeek telt 66 kinderen en er zijn scholen met rond de 100 leerlingen, zoals bijvoorbeeld in Biest-Houtakker, ’s Gravenmoer, Moerdijk, Haren, Elsendorp, De Rips, Ommel, Someren en Stampersgat. In de krimpgebieden die we ook in Brabant kennen, dient het vraagstuk van de (te) kleine school zich dus vroeg of laat aan.
 

Toch is enige relativering van de problematiek, uit oogpunt van kwaliteit, op zijn plaats. Want uit onderzoek van de inspectie blijkt dat van de scholen met minder dan 50 leerlingen ruim 15 procent zwak of zeer zwak is. Anders gezegd, 85 procent slaagt er wel in om aan de normen te voldoen. Bij scholen in de categorie 50 – 100 ligt het percentage (zeer) zwak op bijna 11 procent, of anders gezegd, 89 procent voldoet wel aan de normen.
 
Natuurlijk, deze percentages zijn hoog als je het vergelijkt met grote scholen (> 100) waarvan ‘slechts’ bijna 6 procent (zeer) zwak scoort. Maar is dat reden om dan maar de stekker uit die kleine scholen te trekken? De overgrote meerderheid van die ‘Calimero’s’ slaagt er immers in om wél voldoende te presteren. We moeten het probleem niet groter maken dan het is.
 
De inspectie schrijft bijvoorbeeld over die hele kleine Clemensschool in Hulsel: De school heeft het vertrouwen van de Inspectie van het Onderwijs. Er vindt in principe voor de periode van één jaar geen verder toezicht plaats. De inspectie heeft geen aanwijzingen dat er belangrijke tekortkomingen zijn in de kwaliteit van het onderwijs.
Het is dus een school waar je als ouder je kind met  vertrouwen naar toe kunt sturen.
 
En wat te denken van de Wygertschool in Friesland (90 leerlingen) die eerder dit jaar de Dr. Mommersprijs in de wacht sleepte voor het beste leesonderwijs in Nederland. Ook een kleine school kan excelleren.
 
Zeker, het onderzoek van de inspectie laat zien dat het goed is om de vinger aan de pols te houden,  maar de cijfers geven geen grond voor de stelling dat een kind per definitie beter af is op een grote school.
Dit is overigens geen pleidooi om scholen zoals we die kennen uit Être et Avoir in stand te houden, want deze gelauwerde Franse film was juist – onbedoeld – een bevestiging dat small niet altijd beautiful is.
 
► Lees hier het bericht van de Inspectie
 

Deel dit artikel