23 oktober 2020

Oud-inspecteur Rijkers: Regeling ouderbijdrage kost scholen handenvol geld

OSS | ACHTERGROND | Jan Rijkers (60) is bijna een jaar voorziter van de centrale directie van Het Hooghuis in Oss, school voor voortgezet onderwijs (vmbo,havo,vwo) op acht locaties. Daarvoor werkte hij twintig jaar bij de Onderwijsinspectie. Onder meer in de functie coördinerend inspecteur voortgezet onderwijs. In die functie had hij onder meer te maken met de uitvoering van de regeling ouderbijdrage. Een regeling die wat hem betreft flink op de schop mag. Een interview over deze regeling die, vanwege de bureaucratische rompslomp, veel weerstand oproept bij scholen. Ook gaat Rijkers in op zijn visie op de rol van de inspectie.

Vorig jaar verruilde u uw functie als leidinggevende van alle inspecteurs in het voortgezet onderwijs voor die van voorzitter van de centrale directie van Het Hooghuis. Terug naar uw wortels dus, want vóór uw loopbaan bij de Inspectie was u onder meer leerkracht en directeur van een basisschool. Waarom die terugkeer? Miste u de hectiek?

“Ik wilde nog eenmaal een switch in mijn carrière maken en de dingen die ik geleerd heb bij de Inspectie, gebruiken voor concretere onderwijssituaties. Na twintig jaar bij de Inspectie te hebben gewerkt, dacht ik een goed beeld te hebben van het onderwijsveld. Maar het heeft mij verrast hoe intensief het werken in het onderwijs is. Het vergt heel wat van leraren en ondersteunend personeel om dagelijks met zo’n diverse groep leerlingen bezig te zijn. Veel meer dan ik altijd heb gedacht. Wat directeuren bijvoorbeeld allemaal niet aan activiteiten en taken op hun bordje hebben liggen…”
 
Bij de Inspectie was u onder meer projectverantwoordelijk voor de ouderbijdrage, een politiek gevoelig onderwerp. De Kamer wil dat de wet op dat punt strak wordt gehandhaafd, de Inspectie moet daarop toezien. Hoe kijkt u daar nu als schoolleider tegenaan?

Ik wist als inspecteur al dat het de scholen veel tijd kostte, maar ik zie in de praktijk dat het nog veel erger is dan ik dacht. Bij een bestuur als Carmel kost het tienduizenden euro’s om alleen al de schriftelijke correspondentie met de ouders over de modelovereenkomst geregeld te krijgen.” Inspectie en VO-raad zijn een versoepeling in de uitvoering van de regeling overeengekomen, maar dat is geen oplossing voor het echte probleem; de wet is overdreven precies, zegt Rijkers.
“De school moet een modelovereenkomst naar de ouders sturen en hen vragen of ze al die activiteiten die uit de ouderbijdragen worden betaald, willen accorderen. Je moet als school bijhouden welke ouder voor welke activiteit heeft betaald, doet een kind wel of niet mee en krijgt een kind alternatieve activiteiten aangeboden? De idee dat ouders niet kunnen worden verplicht om te betalen voor extra dingen die de school zelf toevoegt aan het basale curriculum, is prima. Maar het vraagt heel veel van scholen om dat goed georganiseerd te krijgen.”

De praktijk van de ouderbijdrage is nog erger dan ik dacht

De Inspectie kan toch ook gewoon wat minder nauwgezet kijken?

“Als de Inspectie iets namens de overheid moet gaan controleren, dan is dat niet zomaar een onderzoekje. Dat betekent: voortdurend op basis van een steekproef onder scholen blijven kijken of het daar wel deugt.” De Inspectie heeft de ouderbijdrage ook niet zonder reden als controleonderwerp opgedragen gekregen: er kwamen te veel signalen van ouders en ouderverenigingen dat er scholen waren die dat niet goed aanpakten. “Er zijn er nog steeds die forse bijdragen vragen aan ouders voor zaken die helemaal niet tot de vrijwillige ouderbijdrage zouden mogen worden gerekend, omdat de ouders niet eens de keuze hebben om daar wel of niet voor te betalen.” Sommige scholen blijken ook na een tweede controle hun zaakjes niet op orde te hebben.`

“Die scholen mogen worden aangepakt. Daarnaast kun je besluiten om de komende jaren te blijven controleren of alle scholen zich aan de wet houden. Maar zouden we niet ook eens naar die wet moeten kijken? Want dat is een grote handicap. Ook scholen die het met de ouders goed hadden geregeld, maar niet geheel volgens die wettelijke bepalingen, moeten alles nu weer gaan aanpassen. Dat kost veel geld en energie. Als het netjes wordt geregeld, in goed overleg tussen ouders en school, dan zou ik zeggen: politiek, bemoei je er verder niet zo indringend mee. Ik ben er erg vóór dat het onderwijsveld in intensief contact met het ministerie nog eens goed kijkt of het rondom de minutieuze regelgeving niet anders kan.” 

Talentencampus Hooghuis Oss.

Zou de overheid incidenten op de koop toe moeten nemen?

“Ja. Maar dan zou de positie van ouders en ouderverenigingen op dit punt wel moeten worden versterkt. Ik vind het helemaal geen probleem als je scholen de opdracht geeft om zich naar ouders op een goede manier te verantwoorden. Dat doen we ook al, met Vensters voor Verantwoording.
Ik geloof niet in wat sommigen in het onderwijs zeggen: geef ons de ruimte en dan komt het vanzelf wel goed. Het is andersom: je verantwoordt je als school en dan krijg je vanzelf vertrouwen en daarmee ruimte. ‘Vertrouwen kun je verdienen’ – zoals soms het uitgangspunt van de Inspectie wordt getypeerd – vind ik bij nader inzien ook niet zo gelukkig gekozen, omdat wantrouwen het uitgangspunt lijkt te zijn.”

Overheid moet incidenten op de koop toenemen

De Inspectie heeft een nieuwe manier van werken: risicogericht toezicht. Vanuit een bureau-analyse wordt op basis van onder meer door de school aangeleverde gegevens een inschatting gemaakt van de risico’s voor de kwaliteit van het onderwijs op een school. Bij twijfel start de inspecteur een nader onderzoek. Werkt dat beter? En zou de inspecteur de school ook kunnen adviseren?

Rijkers ziet de waarde van het risicogericht toezicht, maar wijst op het gevaar van een te technocratische benadering. “De inspecteur moet er ten minste ook met gesublimeerd gezond boerenverstand naar kunnen kijken. De Inspectie moet de mogelijkheid hebben om die eerste risicoanalyse met kennis van zaken te vervolgen met een onderzoek op de school zelf. Ik weet uit ervaring dat er scholen zijn waar het resultaat op het oog goed genoeg is, maar het onderwijs niet deugt. Omgekeerd kan ook. Het hele verhaal is van belang.”

Hij vervolgt: “Dat adviseren is een interessante kwestie. De Inspectie staat nu op het standpunt: wij geven geen adviezen, want anders evalueren we later de kwaliteit van onze eigen advisering. Daar heb ik zeker begrip voor. Er is wat mij betreft echter niet zo veel op tegen dat inspecteurs op een terughoudende manier adviseren. Het gaat erom dat degene die je het advies geeft, dat op de goede manier weet te gebruiken. Je moet noch een technocratisch systeem krijgen, noch een systeem met de inspecteur als een soort schoolbegeleider.”
[Dit artikel is ook gepubliceerd in VO-magazine, juni 2011]

Deel dit artikel