22 oktober 2020

Altijd weer die vernieuwingen’ – het onderwijs dertig jaar geleden

ACHTERGROND | Leerlingen zijn ongemotiveerd en brutaal, ouders veeleisend, de manager denkt alleen aan zichzelf, het niveau van het onderwijs daalt en de politiek stort de ene na de andere vernieuwing over het onderwijs uit. Berichten van 2011? Nee, 1983, genoteerd door Vrij Nederland. Denkstof voor de vakantie.

 
In 1983 besteedde het weekblad Vrij Nederland een geruchtmakende bijlage aan het verschijnsel van de overspannen leraar. Dat was mede naar aanleiding van het proefschrift van Leo Prick: Het beroep van leraar.  Daarin beschreef hij de (on)tevredenheid van de docenten, tegen de achtergrond van hun midlevencrisis. Opmerkelijk in die reportage is dat de geïnterviewde leraren een kwart eeuw geleden veelal dezelfde klachten uitten als hun collega’s en publicisten anno 2011. Is er dan in al die jaren niets veranderd? Een selectie aan citaten. 
 
‘Een aantal jonge mensen komt bij jou in de klas om onderwijs te krijgen. Eerste vraag: willen ze dat eigenlijk wel? Nee, dat willen ze niet. Maar ze weten heel goed dat de maatschappij diploma’s eist. Ook hun ouders willen dat ze hun best doen. Maar belangstelling voor enig vak hebben ze zelden. En per definitie nooit voor alle vakken. Je hebt op school dus geen natuurlijke leersituatie. […] Leerlingen moeten. Maar ze willen niet. […] Sommige leraren zeggen dan: ze zijn lui. Maar dat is het niet. Of ze zeggen: ze zijn dom. Nou dat zijn ze zelden. Het is eenvoudig een gebrek aan wil.  […] Nou vergeet ik nog een belangrijke oorzaak van frustratie. Er is in Nederland vergeleken met andere West-Europese landen duidelijk sprake van minachting, minder respect voor het onderwijzersvak’. (Docent dr. J. Pop, 58 jaar)
 
Leerlingen werken aan een van de eerste generaties computers (archieffoto jaren tachtig)

Overspannen leraren
Vraag van de interviewer aan een docent scheikunde die tegen de veertig loopt: Waardoor raken leraren overspannen? ‘In de klas heb je altijd een soort tegenstelling van belangen. De leerlingen willen dat het allemaal zo gemakkelijk mogelijk gaat. Ik wil mijn vak zo goed mogelijk geven. Dat geeft natuurlijk wel eens moeilijkheden, met een paar mensen of met een hele groep. Vooral als je ze het achtste uur hebt kan dat hoog oplopen. […] Op een dag fietste ik naar school en ik dacht: nou moet het afgelopen zijn. […] Ik heb toen twee jongens de klas uitgeschopt. Letterlijk.’
 
Een leraar uit Nijmegen: ‘Je krijgt nu een ander type leerling op school dan pakweg twintig jaar geleden. Vroeger kwamen alleen de elitekinderen op het gymnasium. Nu zitten ook de arbeiderskinderen op het vwo. Dat komt door de externe democratisering. Een goede zaak, maar het heeft invloed op het lesgeven.’
 
Begin jaren tachtig krijgen scholen te maken met teruglopende leerlingenaantallen. Scholen gaan hun normen voor nieuwe leerlingen verlagen, om te kunnen overleven. Een Haagse leraar: ‘Twee leerlingen erbij en er kan nog een brugklas gevormd worden. En dan hoeven die drie leraren niet weg. […] En zo gaat het overal: op de havo komen kinderen die eigenlijk naar de mavo hadden gemoeten. Op de mavo komen kinderen die op de lts beter op hun plaats waren geweest.’ Een Amsterdamse leraar: ‘Het gebeurt. Er komen kinderen die hier tien jaar geleden nooit waren geaccepteerd. Maar het is een ramp. Het is niet in het belang van het onderwijs. Het niveau daalt. En ik moet zeggen dat ik het zeer frustrerend vind.’
 
Gemakzuchtige leerlingen
Een hardwerkende leraar Nederlands ergert zich dood aan de gemakzucht van zijn leerlingen. ‘Maar dan zit je bijvoorbeeld opstellen na te kijken. Krijg je van die vodjes papier, volgekliederd aan de ontbijttafel […] Je ziet nooit resultaat. Zelfs als ze uiteindelijk hun eindexamen halen, is het nog maar de vraag of dat door mijn inspanningen komt’.

Leerlingen zijn rechts, ongemotiveerd en brutaal

Leraren stellen vast dat leerlingen vergeleken met twintig, dertig jaar geleden niet wezenlijk zijn veranderd, noteert journaliste Jannetje Koelewijn van Vrij Nederland. Toch staan scholieren begin jaren tachtig bekend als ‘rechts, ongemotiveerd en brutaal’. Te wijten aan de fors opgelopen werkloosheid, menen  docenten in de reportage. Omdat er geen werk is, blijven ze langer op school. Mavo-leerlingen die daarom naar de havo gaan, parkeerders worden ze genoemd.
 
Geen respect voor de leraar
Leerlingen hebben weinig respect voor de docent. ‘Er is geen façade meer’, haalt de journaliste een docent aan. Een ander: ‘Als ze vinden dat je idioot doet, zul je dat horen ook’.
In de regio gaan de wildste verhalen over scholen in de Randstad, over jongens die met messen in de klas zitten. Een Amsterdamse leraar bevestigt dat, maar haalt zijn schouders op. ‘Je hebt van die jongens die eeuwig met fietskettingen en stiletto’s rondlopen. Maar wat zegt dat nou? In wezen zijn het lieve kinderen. Ze moeten alleen niet kwaad worden’.
 
Klas middelbare school jaren tachtig (archieffoto).
 
De bedrijfsarts voor het openbaar onderwijs in Amsterdam, J.R. Mellema, over de toegenomen zwaarte van het werken in het onderwijs. ‘Leerlingen waren vroeger gehoorzamer. Je kon ze veel meer klassikaal aanpakken. Ze zijn nu kritischer, onrustiger, moeilijker. […] Dan zijn er kinderen die tegen een leraar zeggen: ik wacht je straks buiten op. […] Ook sommige ouders zijn agressief. De hele maatschappij is duidelijk agressiever geworden. […] In de stad heb je ook meer te maken met …eh… allochtonen. Buitenlandse kinderen met hun cultuurproblemen.  […] En verder is het huiselijk milieu van de kinderen veranderd. Er zijn vaak moeilijkheden. Maar in ieder geval zeggen veel leraren: luister eens, ik ben opgeleid om les te geven en niet om sociaal werk te doen. Ik wil mijn kennis overdragen, maar ik krijg de kans niet. […] Je kunt van mensen die wat ouder worden ook niet meer verlangen dat ze zich aan alle veranderingen aanpassen. Het gaat allemaal zo snel. Voor de oorlog veranderde er in tien jaar minder dan nu in twee jaar’.
 
Onderwijsvernieuwingen
Een leraar Duits, 42 jaar: ‘Kijk, iedereen wil een goede leraar zijn. Het tijdperk van een boekie in een hoekie is allang voorbij. Alles is constant in beweging. De stencilcultuur heeft een gigantische omvang aangenomen. Je moet steeds iets nieuws op touw zetten om het leuk en aantrekkelijk te maken voor de leerlingen. Dat legt een zware druk op je’.

Het niveau van het onderwijs daalt

J. van den Maagdenberg en F. Brekelmans zijn respectievelijk voorzitter en adjunct-directeur van het Nederlands Genootschap van Leraren. Ze zetten uiteen waarom zoveel docenten boven de vijftig ziek afhaken. ‘Een belangrijke oorzaak van de problemen is, hoe je het ook wendt of keert, de hoeveelheid vernieuwingen in het onderwijs. […] Eerst zegt de school: we stappen af van het klassensysteem, we gaan projectonderwijs doen. Een paar jaar later is er weer wat anders. Begrijp me goed, ik ben niet tegen vernieuwingen, maar de leraren moeten zich steeds aanpassen. En dan hebben we het niet eens over de veranderingen die de minister oplegt’.  En: ‘Ik heb meegemaakt dat ouders zeiden: wij vinden dat ons kind van die leraar geen les hoeft te hebben. Die man is te streng, ons kind heeft klachten. […] Schoolleidingen zijn tegenwoordig geneigd om toe te geven’. ‘Ze zijn als de dood voor de naam van de school’.
 
Afgekeurd
Een docent (54, volledig afgekeurd), teleurgesteld over het uitblijven van echte vernieuwingen, maakt zich boos over het management. ‘Mensen die overdag baasje spelen en zich ‘s avonds uitstrekken voor de televisie. Minstens tachtig of negentig procent van de rectoren of conrectoren is zo’. Over de school waar hij als docent werkte: ‘Ik moet zeggen: die school was prima georganiseerd. Alles liep geolied. Maar er was geen kind dat zich daar als mens erkend voelde. Het was een grote school, sommige leerlingen raakten er in complete paniek’.
 
En dat in 1983. De HOS-operatie, de basisvorming, de schaalvergroting, de tweede fase, het competentiegericht leren, het nieuwe leren en het vmbo – het moest allemaal nog komen.
 
 

Deel dit artikel