24 oktober 2020

Gestage daling aantal leerlingen OMO-scholen

TILBURG | NIEUWS | Het aantal leerlingen op de scholen die behoren tot Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) daalt sinds vier jaar gestaag. In 2007 stonden er 64.824 leerlingen ingeschreven, vorig jaar waren dat er 62.230.
 
Dat blijkt uit het recent verschenen jaarverslag over 2010. De raad van bestuur gaat ervan uit dat die daling zich in ieder geval ook in 2011 doorzet, om die reden zal de rijksbijdrage afnemen. Bovendien verwacht OMO een negatief effect van bezuinigingen door de overheid. Er wordt rekening gehouden met een negatief exploitatieresultaat van ruim vier miljoen op een omzet van ongeveer 467 miljoen. OMO is in het voortgezet onderwijs de grootste scholenorganisatie in Nederland.  
 
Het aantal medewerkers bedroeg in personen 7.098 (circa 5.281 fte), een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Oudere personeelsleden zijn, net als in het hele onderwijs, oververtegenwoordigd. Ongeveer 45 procent van de medewerkers is 51 jaar of ouder. Financieel staat OMO er overigens gezond voor, zo blijkt uit het jaarverslag, de solvabiliteit bedroeg vorig jaar 40 procent. De organisatie voldoet aan de eisen die OCW stelt aan het financieel beleid.
 
Kosten
De raad van toezicht stelt in het jaarverslag ‘dat de kosten van alle scholen scherp in beeld zijn’. Uitgangspunt is dat elke school tenminste budgettair neutraal draait. ‘Met de verwachte vermindering van het leerlingenaantal is dat een uitdaging voor veel OMO-scholen’, schrijft de raad van toezicht. De daling is mede het gevolg van een krimpende bevolking.

Het Hervion College (vmbo) in Den Bosch is sinds 2010 aangesloten bij OMO.
 
Bij OMO zijn in totaal 34 (groepen van) scholen aangesloten, verspreid over heel Brabant, die gezamenlijk alle vormen van voortgezet onderwijs aanbieden. In het verslagjaar is het Hervion College in Den Bosch toegetreden tot OMO. Gesprekken met ROC Eindhoven over een bestuurlijke overdracht van het Montessoricollege liepen op niets uit.
 
Slagingspercentages
Wat de slagingspercentages betreft deden de leerlingen van OMO het in 2010 in alle schooltypen beter dan het landelijk gemiddelde. Echter, uit een bijlage in het jaarverslag blijkt dat een deel van de scholen (veel) lager scoorde dan het landelijk gemiddelde. Voor dertien opleidingen (afdelingen) was in 2010 een aangepast kwaliteitsarrangement van toepassing, dat betekent dat er sprake is van verscherpt toezicht door de Onderwijsinspectie. De scholen krijgen ondersteuning vanuit de OMO-organisatie om hun kwaliteit weer op orde te brengen. Het is overigens de ambitie van OMO om de aangesloten scholen op een hoger niveau te laten presteren dan het basisarrengement. In het strategisch beleidsplan Koers 2016  van OMO zijn daarvoor de lijnen uitgezet.
 
In het verslagjaar investeerde OMO vele miljoenen in aanpassing, verbouw of nieuwbouw van scholen. Met elf gemeenten werden overeenkomsten gesloten over doordecentralisatie van huisvestingsmiddelen (Bergen op Zoom, Dongen, Deurne, Etten-Leur, Helmond, Valkenswaard, Veghel, Vught, Waalwijk, Sint-Michielsgestel en Steenbergen). Besprekingen met de gemeente Eindhoven hadden (nog) geen resultaat.
 
Overhead
Uit een overzicht in het jaarverslag blijkt dat 95,6 procent van de lumpsum naar de scholen is gegaan. De rest is besteed aan verenigingstaken, raad van bestuur en raad van toezicht en kosten van het OMO-bureau in Tilburg. Sinds 1 maart 2006 is de Wet Openbaarmaking uit Publieke Middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT) van kracht. Dat houdt in dat bezoldiging van bestuurders aan de Balkenende-norm worden getoetst. De voorzitter van de raad van bestuur Eugène Bernard ontving € 179.798 en het andere lid van de raad van bestuur Pieter Hendrikse € 163.059. De Balkenende-norm was in 2010 € 193.000.
 

Deel dit artikel