28 oktober 2020

Toenemende spanning tussen minister en primair onderwijs

ANALYSE | De relatie tussen het basisonderwijs en minister Van Bijsterveldt stond al onder druk sinds ze de bezuiniging op passend onderwijs aankondigde, maar het lijkt er steeds meer op dat beide partijen de hakken  in het zand zetten.
 
De minister ontkent in beantwoording op diverse Kamervragen krachtig dat het basisonderwijs fors moet inleveren. Ook donderdag 15 september verdedigde ze zich in de Kamer tegen de kritiek. Het gaat om in totaal 2 procent van de bekostiging, en die zijn nog het gevolg van de bezuiniging op de uitgaven voor Bestuur en Management en de Groeiregeling. Bovendien daalt de totale bekostiging licht omdat het aantal leerlingen iets is gedaald, zegt de minister.
 
Sterker nog, de minister kaatst in deze brief aan de Kamer de bal terug naar de scholen, ze hebben hun benarde financiële positie, voor zover daar sprake van is,  ook aan zichzelf te wijten. “Bij omrekening naar een bedrag per leerling is geen daling zichtbaar. Wel hebben scholen meer formatieplaatsen voor onderwijzend personeel dan op grond van het aantal leerlingen verwacht mag worden. Schoolbesturen hebben dan ook de ruimte om het aantal formatieplaatsen op het aantal leerlingen aan te passen.”
Verderop in de brief geeft de minister wel toe dat ook dit kabinet zich genoodzaakt ziet te bezuinigen (o.a. passend onderwijs, gewichtenregeling, vereenvoudiging bekostiging), maar daar staan investeringen tegenover in de kwaliteit van het onderwijs, bijvoorbeeld door onderwijspersoneel beter op te leiden.
 
Protest tegen bezuinigingen op passend onderwijs, februari 2011.

Onvoldoende deskundig
De minister zegt met zoveel woorden dat veel schoolbesturen in financieel opzicht onvoldoende deskundig zijn. En dat is de PO-raad, als belangenbehartiger van de schoolbesturen, in het verkeerde keelgat geschoten. Met deze uitspraak diskwalificeert de minister een groot deel van het onderwijsveld, zegt de PO-raad op vrijdag 16 september in een verklaring.
 
De PO-raad ziet als belangbehartiger van de besturen van basisscholen en hele andere werkelijkheid. Dat beeld is gebaseerd op de meest actuele jaarcijfers van 2010.  De PO-raad zegt dat uit een peiling onder de eigen achterban blijkt dat veel besturen moeite hebben om de begroting sluitend te krijgen, ‘zeker als ze dezelfde onderwijskwaliteit willen blijven leveren’. De scholen zijn de dupe van een opeenstapeling van bezuinigingen, niet alleen door het Rijk, maar ook door gemeenten.
 
Onheil van andere kanten
In dat laatste zit het venijn. De minister redeneert strikt vanuit haar eigen begroting en laat resultaten uit het verleden ((bijvoorbeeld als het gaat over de materiële bekostiging) voor wat ze zijn. En dat voor scholen het onheil ook uit andere hoeken komt, laat ze voor wat het is. 
 
Het kan echter niet ontkend worden dat de minister met haar kritiek op het personeelsbeleid een punt heeft. Want er zijn her en der besturen die (te) laat de tering naar de nering hebben gezet en nu harde maatregelen (schrappen van formatie) moeten nemen. Voorbeelden hebben we daarvan ook in Brabant, zoals bij de besturen Veldvest en Skozok.
 
Komt er een hete herfst aan in het onderwijs? Dat valt te betwijfelen, de algehele economische malaise maakt mensen voorzichtiger. En de minister kan weinig kanten op, want die 18 miljard aan bezuinigingen, daar valt ook voor OCW niet aan te ontkomen. Er is wel wisselgeld: de invoering van de prestatiebeloning. Maar het is de vraag of de minister– of een meerderheid van de Kamer – de moed heeft dit omstreden heilige huisje van de VVD af te breken.
 
 

Deel dit artikel