20 oktober 2020

In primair onderwijs 3000 leerkrachten ‘teveel’

DEN HAAG | NIEUWS | In het primair onderwijs werken een kleine 3000 leerkrachten, zonder dat de structurele bekostiging van de scholen daar in voorziet. Deze leerkrachten zijn aangesteld op basis van incidentele inkomsten.
 
Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs) heeft dat op 5 oktober gezegd in de Tweede Kamer bij de bespeking van de financiële staat van het primair onderwijs. De bewindsvrouw heeft al eerder opgemerkt dat een aantal besturen de financiële zaken niet goed op orde heeft en meer personeel in dienst heeft dan op basis van de structurele bekostiging mogelijk zou zijn. Maar toen noemde ze geen aantallen. Het primair onderwijs telde in 2010 ongeveer 133.000 voltijdbanen.
 
Onderwijs geen vetpot
Tijdens het overleg met de Kamer erkende de minister dat het budget voor het primair onderwijs ‘absoluut vraagt om scherpe keuzes op schoolniveau’. Maar ze ziet anderzijds ook nog heel veel scholen ‘die ver boven de minimumreserve zitten’. Door goed te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen kunnen scholen problemen voorkomen. Het is geen vetpot in het onderwijs, zei de minister. “Dat geef ik toe. Dat geldt echter voor elke sector in Nederland. We moeten buitengewoon zorgvuldig omgaan met belastinggeld.”  
 
Dat lokte een kritische reactie uit van SP Kamerlid Smits die vindt dat op deze manier de schuld bij de scholen wordt neergelegd.
 

Deel dit artikel