20 oktober 2020

Schoolleiding moet optreden tegen geweld en de doofpot past daar niet bij

GASTOPINIE | door Ine Spee | Scholen moeten pal staan voor een veilige werk- en leeromgeving. Dat begint bij het stellen van duidelijke regels, die uitdragen en handhaven.

In de media duiken in toenemende frequentie verhalen op over geweld in en rond de klas. Leraren zijn professionals die een cruciale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jongeren, ons kapitaal van de toekomst. Die functie kan alleen maar goed uitgeoefend worden in een veilige werk- en leeromgeving, een onmisbare randvoorwaarde voor goed onderwijs.

In de mini-samenleving die een schoolgemeenschap vormt, is veiligheid een groot goed. Talloze onderzoeken tonen aan dat kinderen die in veiligheid leren, hogere leeropbrengsten realiseren. Die veiligheid begint met het stellen van een duidelijke norm: hoe gaan we in onze schoolgemeenschap met elkaar om en hoe gaan we om met grensoverschrijding? En dat in een ‘biotoop’ met kinderen en jongeren die zich in verschillende ontwikkelingsfasen bevinden, bij wie het brein nog volop in ontwikkeling is en bij wie de verkenning en aftasting van sociale en morele grenzen inherent is aan hun groeiproces.

Grensoverschrijdend
Grensoverschrijdend gedrag is daarom nog niet per definitie crimineel gedrag. Als geen andere
plaats in onze samenleving is de school het speelveld waar jongeren aan hun persoonlijke ontwikkeling kunnen werken. En ze varen er wel bij als de grenzen duidelijk zijn en er consequent met overschrijding daarvan wordt omgegaan. Scholen hebben baat bij een een expliciete opvatting over wat gewenst gedrag is en het uitdragen daarvan. Al het personeel, met het management voorop, speelt daarin een voorbeeldrol. Zowel in het uitdragen als het handhaven.

Het geeft onderwijspersoneel vertrouwen als duidelijk is waar de school voor staat en biedt rugdekking in het geval van het overschrijden van grenzen. En niet in de laatste plaats: het maakt het mogelijk om als school naar ouders met één mond te spreken en consistent te verwoorden waar de schoolgemeenschap voor staat en op welke wijze de samenwerking met ouders en hun betrokkenheid bij de school vorm wordt gegeven.

Voorbeeldgedrag
Bij het werken aan een veilige school kunnen schoolleiders het verschil maken. Door het voorbeeldgedrag van schoolleiders, hun expliciete visie op een veilig schoolklimaat, het vertrouwen dat zij uitstralen in hun personeel én hun leerlingen, creëren zij de voorwaarden voor een schoolcultuur waarin duidelijk is wat er van ieder wordt verwacht, waar de grenzen liggen en wat er
gebeurt bij het passeren van de grens.

Immers, leerlingen die niet aangesproken worden op agressief gedrag, en medeleerlingen die ervaren dat personeel en management dat gedrag tolereren, krijgen impliciet de boodschap mee dat het gedrag dat ze vertonen normaal gedrag is. Ook ouders die verhaal komen halen op school, of aan het gezag van de leraar morrelen, moeten telkens opnieuw dezelfde boodschap krijgen: ‘Dit accepteren we niet, zó zijn onze manieren!’ Onderwijsmedewerkers moeten te allen tijde
kunnen ervaren dat die ‘backing’ er is en dat ze er niet alleen voor staan. En dat op moeilijke momenten de schoolleiding er stáát.

Partnerschap
Hoe hard er ook aan gewerkt wordt, incidenten zijn nooit uit te sluiten. Naast partnerschap met ouders is het soms ook nodig om met politie en justitie samen te werken. Daarbij geldt: investeer in deze relatie voordat je hem nodig hebt.
Uit mijn praktijkervaring blijkt dat scholen die korte lijntjes hebben met wijkagenten of schoolagenten, de winst van deze samenwerking ervaren in de preventie van conflicten en in de curatieve afhandeling van geweldsincidenten. Door samenwerking aan te gaan en te kijken vanuit verschillende perspectieven naar kinderen en jongeren ontstaat wederzijds begrip en krijgen
veiligheidsconvenanten echt betekenis in de praktijk.

Steeds meer scholen beseffen dat het juist hun imago ten goede komt als ze werken aan een veilige school. Die scholen begrijpen dat in deze tijd van transparantie incidenten in de doofpot stoppen geen optie is en een wissel trekt op de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de school. Echte
imagoschade van een school ontstaat als ouders ‘s avonds aan tafel van hun kinderen in geuren en kleuren horen wat er op school is gebeurd en de school verstoppertje speelt. Dat spel kent alleen maar verliezers.

                                       ♦ Ine Spee is projectleider van het calamiteitenteam van onderwijsadviesbureau KPC Groep in Den  Bosch.

Deel dit artikel