21 oktober 2019

Doe-dag met rattenstaart

Beroep: Onderwijs | Aflevering 3.15

COLUMN | Kinderen in groep 8 hebben een heel eigen beeld van het voortgezet onderwijs, blijkt als ik Naoufal vraag of hij al weet naar welke school hij wil.

‘Ik wil graag naar De Rooi Pannen of naar De Vakschool of ook wel naar Cobbenhagen’, zegt ie in één adem. ‘Dat is makkelijk, daar woon ik vlakbij.’
Zijn buurman, Danny: ‘Ja, de Rooi Pannen of de Vakschool, daar wil ik ook wel naartoe. Misschien.’
Weet je al wat je wilt gaan leren dan?
Naoufal: ‘Ja, in de winkel werken, bij Albert Heyn of zo. Of in de keuken. Pizza-kok. Of als koerier.’
Danny: ‘Ik wil in de horeca werken, in de keuken, eten klaarmaken.’

We zijn op De Vakschool, in de Reitse Hoevenstraat, en het is Doe-dag vandaag. Ik zit als een soort Methusalem tussen schoolkinderen van groep 8. De meesten zijn elf of twaalf, maar Naoufal ziet er ouder uit. Dat blijkt te kloppen: ‘Ik ben dertien. Ik heb lang gekleuterd.’
Collega Jan Smolders leidt de sessie. ‘Dag, ik ben meneer Smolders. Jullie gebruiken op school de voornaam hè? Dat doen wij hier niet. Als ik hier op school jullie meneer zou zijn, dan zouden jullie mij meneer Smolders noemen, niet meneer Jan. Weten jullie waarom?’
Ze hebben geen idee, in elk geval: het blijft stil.
‘Jullie moeten dat leren, dat je netjes en beleefd praat met oudere mensen. Als je straks gaat werken, dan moet dat ook.’

Er gaat een vinger omhoog. Ja? De vraag gaat heel ergens anders over:
‘Ik hoorde van een meisje dat als je van De Vakschool afkomt, je meteen naar het ROC moet.’
‘Nou, je moet niet, maar het kan wel, dat klopt. Als je hier klaar bent, dan kun je verder op het ROC.’
De kinderen komen van de basisscholen Cleijnhasselt, de Jan Ligthartschool en de Westerwel en nu gaan we iets doen, want het is doe-dag en die gaat over de praktische kanten van het vmbo. In het handvaardigheidslokaal voert collega Ton Schoonen het woord:
‘Jullie hebben toch allemaal handvaardigheid?’
‘Jaaaa’, klinkt het aarzelend uit de groep.
‘Wat leer je daar?’
Knutselen, tekenen, met hout werken, komt van diverse kanten.
Ton vindt van niet: ‘Je leert kijken! Je ogen de kost geven! Kijk naar die tafel (dat doen ze allemaal, alsof het een heel bijzondere tafel is): als je er goed naar kijkt, dan kun je hem zo namaken. Maar we gaan geen tafel maken hoor. We gaan iets anders maken. Wat is dit?’
Ton houdt een aluminiumplaatje omhoog en jawel, dat komt er uit: ‘Aluminium.’

‘Heel goed. Hoe weet je dat?’
‘Het glanst.’
‘Ja, precies. Nou, aluminium is best zacht, dus je kunt het makkelijk bewerken. En dat gaan we doen, we gaan een naamplaatje maken voor aan je sleutels. En zo’n naamplaatje, dat moet niet van die scherpe hoeken hebben he. Waarom niet?’
Dit weet niemand.
‘Dan gaat je broekzak stuk! En dat wil je niet he?’

Daar moeten ze om lachen. Waar schoolkinderen om lachen, dat verrast me ook: de grappen kunnen niet flauw genoeg zijn, als timing en intonatie maar duidelijk maken: dit is een grap (no offense, collega’s).
‘Nou is aluminium wel zacht, maar je kunt het natuurlijk niet met je handen bewerken. Dus wat heb je nodig, tegen die scherpe hoeken?’
Stilte.
‘Een vijl! Je weet toch wel wat een vijl is? Ja? Nou, als je naar de winkel gaat en om een vijl vraagt, dan krijg je die niet zomaar hoor. Dan vragen ze: wat voor een vijl? En dan zeg je: een rattenstaart.’
Gelach.
Ton: ‘Dat is geen grap. Kijk, dit is een ronde vijl. En die heet een rattenstaart. En nu gaan we aan het werk, al dat gepraat. Vooruit: vijlen. En denk er om dat je niet allemaal hetzelfde maakt. Waarom niet?’
Stilte.
‘Als ze allemaal hetzelfde worden kan ik beter een machine kopen.’
Gelach. (?)

Ps elk jaar zijn er in november in Tilburg drie doe-dagen, op De Vakschool en op MBC Economie en Groen. Voor veel leuke foto’s van  knutselende schoolkinderen zie:  www.de-vakschool.info

Deel dit artikel