20 oktober 2020

Klein incident op schoolplein met grote gevolgen

JURIDISCHE KWESTIE | Kinderen die op een schoolplein enthousiast achter een bal aanhollen, een alledaags beeld. Maar in de hitte van de strijd blijkt die bal een gevaarlijk projectiel te kunnen zijn. Dat ondervond een leerkracht van een basisschool die tijdens de middagpauze toezicht moest houden op de spelende kinderen. Een afgedwaalde voetbal trof haar vol op het hoofd.

De huisarts constateerde later dat de leerkracht een hersenschudding had opgelopen. De vrouw in kwestie raakte arbeidsongeschikt en er volgde een lange periode van herstel, maar ze werd nooit meer helemaal de oude.Daarmee was de kous niet af, want de leerkracht stelde het schoolbestuur aansprakelijk voor de schade als gevolg van het ongelukkige voorval. Het bestuur was in de ogen van de leerkracht tekortgeschoten in zijn zorgplicht als werkgever jegens de werknemer, zoals vastgelegd in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek.

Maar het bestuur vond dat hem niets te verwijten viel en kaatste de bal terug naar de leerkracht. Zij zou zich niet aan de afspraken hebben gehouden die de school hanteert voor het toezicht op het schoolplein. Partijen kwamen er onderling niet uit en dus moest de kantonrechter eraan te pas komen om een oordeel te vellen. En die stelde de onfortuinlijke werknemer in het gelijk.

Voor de beoordeling van de kwestie waren een aantal feiten relevant. De kinderen voetbalden op een deel van het terrein waar dat vanwege mogelijk gevaar voor andere kinderen en voor schade aan de schoolruiten niet was toegestaan. Conform de interne regels had de leerkracht de kinderen gemaand daar mee op te houden. Normaal gesproken zou de juf het spel beëindigd hebben door de bal in beslag te nemen. Maar haar aandacht werd tegelijkertijd getrokken door een ander incident op het plein. Op dat moment dat ze daar ingreep kreeg ze een bal tegen haar hoofd.

Gezondheidsklachten

Het schoolbestuur meende dat de leerkracht het ongeval aan zichzelf had te wijten omdat ze niet adequaat, overeenkomstig de regels, was opgetreden. De kritiek van de leerkracht dat ze als pleinwacht in haar eentje toezicht moest houden op minimaal honderd spelende kinderen en dat er sprake was van een onoverzichtelijke situatie, wees het bestuur van de hand. “Niet valt in te zien welke nadere redelijkerwijs te vergen maatregelen genomen hadden moeten worden om het ongeval te voorkomen”, aldus het bestuur. Dat sprak bovendien de twijfel uit dat de gezondheidsklachten van de juf het gevolg van het balincident waren.

De kantonrechter dacht daar anders over. De werknemer kon niet het verwijt worden gemaakt dat zij inadequaat was opgetreden ‘nu zij als enige met het toezicht op het schoolplein was belast’. Het bestuur had in dit verband ook niet duidelijk gemaakt waarom het onmogelijk was om meer leerkrachten tijdens de pauze te belasten met het toezicht op het schoolplein. En dat de hersenschudding veroorzaakt was door de bal stond voor de rechter vast, verwijzend naar een verklaring van de huisarts.

Aldus bepaalde de rechter dat het bestuur als werkgever zijn zorgplicht had geschonden omdat het niet de maatregelen had getroffen en de aanwijzingen had verstrekt die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer bij de uitoefening van zijn functie schade ondervindt. De hoogte van de schade is later vastgesteld in een aansluitende schadestaatprocedure.

Vermeldenswaard in deze kwestie is verder dat het bestuur geen beroep kon doen op de verzekeraar omdat die zich op het standpunt stelde dat het bestuur niet aansprakelijk was. Maar dat was voor de rechterlijke uitspraak.   

Deel dit artikel