27 oktober 2020

Over dyslexie en dyscalculie


INFORMATIEF | Hieronder een korte omschrijving van de begrippen dyslexie en dyscalculie. Bron: Balans, dat is de landelijke vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelingsstoornissen bij leren en/of gedrag, waaronder ADHD, dyslexie en PDD-NOS.

♦ Dyslexie betekent letterlijk: niet kunnen lezen. Bij dyslexie kunnen zowel lees- als spellingsproblemen voorkomen, maar deze komen ook los van elkaar voor. Officieel wordt dyslexie in Nederland aangeduid als: “Een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau.” Hardnekkigheid is een belangrijk kenmerk van dyslexie, niet alleen bij het leren lezen en spellen, maar ook bij het snel en vlot kunnen lezen.

Het Protocol Leesproblemen en dyslexie geeft adviezen over hoe de school kinderen met leesproblemen kan begeleiden en ondersteunen. Ruim de helft van de kinderen gaat met deze hulp snel en goed vooruit. Is er ondanks extra hulp toch geen vooruitgang aan het eind van groep 3 dan kan er sprake zijn van dyslexie en is het raadzaam een dyslexie onderzoek te laten verrichten door school (als dat mogelijk is) of een extern deskundige te raadplegen. Lees verder bij vergoeding van dyslexiezorg om te zien of uw kind in aanmerking komt voor vergoeding vanuit de basiszorgverzekering. Uitgebreide informatie vindt u bij de subportalen Dyslexie Op school, In de zorg en Thuis.

♦ Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Het is net als bij dyslexie in feite een andere term voor ernstige en hardnekkige problemen bij het aanleren van bepaalde schoolse vaardigheden, die niet worden veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of te weinig onderwijs. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken).

Deze definitie van dyscalculie geeft net als bij dyslexie een beschrijving van de problemen en noemt geen oorzaken of verklaringen.

In de eerste jaren van het basisonderwijs worden de basisvaardigheden van het rekenen intensief geoefend met het doel ze te automatiseren. Een leerling weet dan dat 5 plus 4 negen is en stapt moeiteloos over naar 15 plus 4 of 15 plus 14. Hetzelfde geldt voor eenvoudige aftrek-, vermenigvuldig- en deelsommen. Deze vaardigheden zitten dan opgeslagen in het langetermijngeheugen en worden daar zo nodig zonder enige moeite (automatisch) uit naar boven gehaald. Er hoeft dan geen energie besteed te worden om eenvoudige sommen en onderdelen van bewerkingen uit te rekenen. Dat is handig, want een kind kan van opgeslagen kennis gebruik maken als de rekenopgaven ingewikkelder worden.

Kinderen met dyscalculie slagen er niet in zich deze rekenvaardigheden vlot eigen te maken. Er is bij hen sprake van een beperkte ‘rekengeschiktheid’ in vergelijking met wat ze kunnen begrijpen van rekenen/wiskunde.

Meer weten over Balans? Ga naar de website van Balans

Deel dit artikel