22 oktober 2020

Inspectie: Zeer zwakke school boekt na twee jaar vooruitgang

DEN HAAG | NIEUWS | Basisscholen die van de Onderwijsinspectie het predicaat zeer zwak hebben gekregen slagen er meestal in om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Daarmee zijn ze echter nog niet uit de gevarenzone want ze voldoen dan nog niet aan de eisen van de basiskwaliteit, de scholen zijn dan nog wel zwak. De vooruitgang heeft wel een duurzaam karakter.

Dat is een van de conclusies van de Onderwijsinspectie in het rapport ‘Zeer zwakke scholen in het basisonderwijs 2006 – 2010’. Het onderzoek is een vervolg op het rapport van de inspectie uit 2006 waarin voor het eerst een uitgebreide analyse werd gegeven van de problematiek van de zeer zwakke basisscholen en de onderliggende oorzaken.

In de onderzoeksperiode is van 243 basisscholen vastgesteld dat de kwaliteit zeer onder de maat was. De inspectie verstaat onder een zeer zwakke school een school die drie jaren achtereen onvoldoende opbrengsten heeft én die op ten minste twee normindicatoren van het onderwijsleerproces onvoldoende kwaliteit laat zien. Van de genoemde scholen hadden er 96 op 1 januari 2010 nog het predicaat zeer zwak, 147 scholen hadden hun onderwijskwaliteit verbeterd.

Dat betekent dat begin dit jaar 1,3 procent van alle 7324 basisscholen zeer zwak was en 5,9 procent zwak. Omgerekend hebben deze (zeer) zwakke scholen ongeveer 86.000 leerlingen. Ten opzichte van 2006 is dat een verdubbeling van het aantal zeer zwakke scholen. Demissionair minister van Onderwijs schrijft in een toelichting op het rapport dat dit aantal te hoog is, al constateert hij tegelijkertijd dat er vooruitgang is geboekt omdat veel scholen zich verbeterd hebben.

In de analyse van de oorzaken zegt de inspectie dat er in de loop der jaren een consistent beeld is ontstaan van de factoren die aan de problematiek ten grondslag liggen. Een school wordt niet van de ene op de andere dag zwak, maar presteert al langere tijd minder. Met name waar het gaat in de mate waarin het team opbrengstgericht werkt. De signalen zijn er vaak ook, maar er wordt meestal niets mee gedaan. In het opbrengstgericht werken ligt doorgaans de sleutel voor verbetering en een belangrijke rol is weggelegd voor bestuur en directie.

Kwaliteitszorg

Zeer zwakke scholen doen het slechter als het gaat om leerlingenzorg, didactiek en kwaliteitszorg. Bovendien zijn zeer zwakke scholen bovengemiddeld vertegenwoordigd in de volgende categorieën: klein van omvang, buiten de vier grote steden, in de noordelijke provincies, bij openbare en islamitische scholen en scholen met een vernieuwend pedagogisch-didactisch concept.

De afgelopen jaren is al een reeks maatregelen genomen om de achterblijvende basisscholen aan te kunnen pakken, twee jaar geleden samengevat in een ‘aanvalsplan’.Inmiddels is het toezicht op de zwakke scholen geïntensiveerd om te voorkomen dat ze verder wegglijden en maakt de inspectie harde afspraken over verbeteringen die moeten worden gerealiseerd. En zeer zwakke scholen krijgen sinds kort al na één jaar te maken met een tussentijds kwaliteitsonderzoek om vast te stellen hoe de school er voorstaat. De helft van deze scholen blijkt na dat jaar het oordeel zeer zwak kwijt te zijn geraakt. Rouvoet noemt dat bemoedigend.

Omdat het effect van alle maatregelen nog niet eenduidig is vast te stellen is het volgens Rouvoet aan het nieuwe kabinet om te besluiten of er nog nieuwe maatregelen moeten volgen.

Deel dit artikel