11 december 2019

Prof. Vingerhoets ook bijna slachtoffer van zijn collega Stapel

ACHTERGROND | Prof. dr. Ad Vingerhoets was bijna slachtoffer geworden van de malversaties van zijn collega prof. Diederik Stapel. Zijn intuïtie behoedde hem voor een wetenschappelijke ramp. Als eerste wetenschapper op Tilburg University doorbreekt hij nu de stilte.

Prof. Ad Vingerhoets (58) had eigenlijk niet zo veel van doen met zijn collega Diederik Stapel, die deze week door de Commissie Levelt ontmaskerd is als een wetenschappelijk fraudeur. Stapel is sociaal psycholoog en Vingerhoets is klinisch psycholoog en ze werkten op verschillende afdelingen.

Vingerhoets geniet bij het grote publiek bekendheid vanwege zijn onderzoeken naar emoties, in het bijzonder naar de betekenis van huilen. Eerder dit jaar verscheen het boek ‘Tranen’, dat volgend jaar door Oxford University in een Engelse vertaling wordt uitgegeven. Een onderstreping van Vingerhoets’ wetenschappelijke reputatie.

Maar het had niet veel gescheeld of Vingerhoets was meegezogen in de keiharde val van collega Diederik Stapel. “Ik was ook bijna slachtoffer van Stapels fraude”, vertelt de hoogleraar in zijn werkkamer op de faculteit Sociale Wetenschappen. Omdat hij zijn tranenonderzoek wilde uitbreiden naar het terrein van de sociaal psychologie (Met als  vraag: Welke effecten hebben tranen op het gedrag van anderen?), zocht Vingerhoets in de loop van 2009 contact met Stapel. Hij had van collega’s gehoord dat die zulke mooie onderzoeksopzetten kon bedenken.

Tranen en snoep
Vingerhoets: “We zouden kinderen een soort Nijntje-figuren (met en zonder tranen) laten kleuren, ze belonen met snoepjes, en vragen of ze die snoepjes met andere kinderen wilden delen. De verwachting was dat tranen ons socialer maken en dat de kinderen die de kleurplaten met de tranen hadden gekleurd meer bereid zouden zijn om hun verkregen snoep te delen. En voor middelbare scholieren had Stapel een variant met woordzoekpuzzels bedacht.”
Stapel stemde in en zei dat hij goede had contacten met scholen waar zo’n onderzoek uitgevoerd kon worden.  Hun inspanningen zouden kunnen resulteren in een gezamenlijk artikel in een wetenschappelijk toptijdschrift.

Vingerhoets en een student bereidden het onderzoek vervolgens voor. Over de uitvoering hoefden ze zich geen zorgen te maken, dat zou Stapel regelen op die scholen. Een paar maanden later lag er inderdaad een setje met onderzoeksgegevens, met duiding en al. “Het bevestigde de theorie die wij vooraf bedacht hadden, niet een beetje, maar helemáál. Het was te mooi om waar te zijn.” Eerst was er verbazing bij Vingerhoets, later kwam de twijfel. Hij vroeg om een digitaal bestand van de onderzoeksgegevens en kreeg aanvankelijk te horen dat die nog niet waren ingevoerd. Stapel kwam daarna toch met de gegevens op de proppen en Vingerhoets kon zo de uitkomsten alsnog controleren; ze bleken te kloppen. Er leek niets aan de hand.

Twijfels steken de kop op
Maar toen Vingerhoets volgens afspraak alvast begon met het artikel stak toch weer de twijfel op toen hij moest beschrijven hoe het onderzoek precies was uitgevoerd. Hoe had Stapel bijvoorbeeld in zijn eentje dat tijdrovende onderzoek met die kinderen kunnen doen, vroeg hij zich af. Het hele project kwam Vingerhoets zwaar op de maag te liggen. “Ik heb er nachten van wakker gelegen. Als een student dit ‘materiaal had ingeleverd dan had ik het onmiddellijk in de prullenbak gegooid. Maar Stapel was een autoriteit, stond op een voetstuk. Mijn twijfel uitspreken zou neerkomen op een motie van wantrouwen.” Vingerhoets schoof de uitwerking van het onderzoek met de smoes ‘te druk’ op de lange baan.
“Gek genoeg heb ik geen moment gedacht dat Stapel zoiets wel eens vaker zou kunnen doen. Ik betrok het helemaal op mezelf. Haalt hij een streek met me uit? Daar was ik meer mee bezig dan met de conclusie: Dit is fraude.”

    “Stapel stond in hoog aanzien. Zo iemand valselijk beschuldigen doe je liever niet”

Vingerhoets verkeerde in dubio, moest hij dit melden? Toen hij de klokkenluidersregeling raadpleegde en zag dat hij bij de rector te biecht moest, wilde Vingerhoets toch eerst zijn mening toetsen bij iemand anders. “Ik durfde het niet bij de rector aan te kaarten. Nogmaals, Stapel stond zeer hoog in aanzien. Hij was bovendien decaan van de faculteit. Ik had alleen sterke vermoedens. Zo iemand vals beschuldigen doe je liever niet.” Vingerhoets nam vervolgens een emeritus-hoogleraar in vertrouwen en die raadde hem aan de zaak, het was inmiddels maart 2011,  te laten rusten. “Ik was er niet gelukkig mee, maar blijkbaar vond hij mijn verhaal niet overtuigend genoeg.”

Ongeloof
Toen rector Philip Eijlander op 7 september onthulde dat Stapel betrapt was op frauduleuze handelingen, sloeg het nieuws op de faculteit in als een bom. Er heerste aanvankelijk ongeloof, het kòn niet waar zijn. Die bewierookte, aardige en meelevende Diederik een notoire oplichter?
Vingerhoets was minder verrast, maar hij besefte aanvankelijk ook niet hoe immens de zaak was. Wel drong tot hem door dat hij langs de afgrond was gegaan. “Als dat onderzoek met de gegevens van Stapel wel was gepubliceerd, dan had dat mogelijk zijn weerslag gehad op al mijn eerdere werk. Het zou mijn reputatie ernstig beschadigd kunnen hebben.”

De buitenwereld vraagt zich af hoe Stapel zoveel jaren ongehinderd zijn gang heeft kunnen gaan, maar Vingerhoets vindt dat niet zo gek. “Je gaat uit van het vertrouwen in je collega’s. Je kunt je toch niet voorstellen dat iemand met een status als Stapel zelf gegevens gaat verzinnen?”. Ook in de wandelgangen ging het ‘onder professoren’ nooit over Stapels bijzondere onderzoeksmethoden, wel dat hij zulke mooie publicaties in toptijdschriften had. En dat is nu het grote manco gebleken.

‘Grote onzin’
In de media komt het beeld naar voren dat het aanzien van de wetenschap en de Tilburgse universiteit ernstig beschadigd is. Vingerhoets doet dat af als ‘grote onzin’. “Overal in de maatschappij heb je mensen die de zaak bedonderen, waarom dan niet in de wetenschap? Dat zijn ook maar gewoon mensen. Het is een ernstige zaak, maar wel een incident. En we zijn weer wakker geschud. Vorige week hadden we hier een fantastisch internationaal congres. Niemand heeft zich afgemeld en ik geloof er niks van dat we in de toekomst minder studenten trekken.”
[Dit artikel is ook gepubliceerd in het Brabants Dagblad]

Deel dit artikel