27 oktober 2020

Leerrijk! en Bravoo: ‘Fusietoets maakt fuseren erg ingewikkeld’

WAALWIJK | NIEUWS | De besturen van het katholieke Leerrijk! en het openbare Bravoo onderzoeken of een besturenfusie haalbaar is. De nieuwe fusietoets die sinds 1 oktober 2011 van kracht is, blijkt echter een flinke hobbel.

De fusie is nodig omdat beide besturen geconfronteerd worden met een teruglopend leerlingenaantal en met de gevolgen van bezuinigingen door de overheid, zoals bv. de recente bezuiniging op de uitgaven voor Bestuur en Management en de achterblijvende inkomsten inzake de materiële vergoeding.  Maatregelen die ingrijpende gevolgen hebben voor de financiële draagkracht van beide organisaties.

De voorgenomen fusie is ook een ingewikkelde operatie omdat er sprake is van een samensmelting van twee denominaties, openbaar en rooms-katholiek. De Stichting Bravoo telt dertien openbare basisscholen (2200 leerlingen) en Leerrijk!  zestien basis- en twee sbo-scholen (3589 leerlingen). De besturen hebben een personeelsomvang van respectievelijk 136 fte en 260 fte.

Maar het fusieproces gaat waarschijnlijk nog wel een tijd duren, schat Jac Leijtens, bestuurder van Leerrijk! in. “Het is een heel ingewikkeld verhaal, fuseren is er bepaald niet eenvoudiger op geworden. Tegelijkertijd met de fusietoets is in de WPO namelijk een artikel aangepast (artikel 64) dat  de vorming van samenwerkingbesturen bemoeilijkt. In grote lijnen komt het op het volgende neer. Een samenwerkingsbestuur mag gevormd worden, als zonder fusie vestigingen van de afzonderlijke besturen door opheffing bedreigd zouden worden. Er moet dus een onderbouwing worden gemaakt waaruit blijkt dat dat het geval zal zijn. Die regel is echter zo nieuw dat onze jurist slechts met veel moeite van het ministerie te horen heeft gekregen aan welke voorwaarden die aanvraag moet voldoen.”

Het blijkt dat een eigen model gebruikt mag worden mits dat voldoet aan de ‘ VNG-eisen’ . Praktisch betekent dit dat bestaande leerlingaantallenprognoses gebruikt kunnen worden maar dat daar een correctie op toegepast moet worden. Leijtens: “Het blijkt namelijk dat de aantallen in de prognoses behoorlijk afwijken van de werkelijke aantallen…ze zijn te positief!”  Gezien het aantal gemeentes waar de scholen gehuisvest zijn moet ook nog eens gerekend worden met vijf verschillende opheffingsnormen.
De ingewikkeldheid van de procedure heeft als risico dat veel (reken-)werk moet worden verzet, zonder dat vaststaat of het verzoek om te mogen fuseren kans van slagen heeft, zegt Leijtens.

Identiteit

De nieuwe fusiewet ontmoedigt dat er samenwerkingsbesturen ontstaan. Maar volgens Leijtens passen de besturen van Bravoo en Leerrijk goed bij elkaar, ook wat identiteit betreft. “Uit onze gesprekken bleek dat de beelden die we van elkaar hebben deels wel zijn gedateerd”. De (brede) identiteit in de gemiddelde katholieke school wijkt niet zoveel af van die van een openbare school. Dat is de realiteit en je kunt ons inziens heel goede afspraken maken over hoe je daar mee omgaat.”  

Volgens Leijtens is de fusie een mooie mogelijkheid om (toekomstige) problemen het hoofd te bieden. “We zitten met zijn allen in een krimpgebied.” Bij beide besturen zijn er scholen die onder de opheffingsnorm (dreigen te) komen. In een bepaalde situatie staan een katholieke en openbare school bij elkaar in een wijk, maar is er voor een zelfstandig voortbestaan geen perspectief. Wat ligt er dan meer voor de hand om er één school van te maken, aldus Leijtens. Daar is ook de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs mee gediend.

Maar het openbaar onderwijs dient algemeen toegankelijk te zijn. Hoe is dat na een eventuele fusie?
“De fusietoets heeft als doel om toegankelijk, kwalitatief goed onderwijs te realiseren. Identiteit is iets dat daarna komt, ook in het keuzegedrag van ouders zoals uit onderzoek blijkt. Spreiding van onderwijsvoorzieningen is daarbij noodzakelijk en je moet op basis van identiteit niet zeggen: ‘ Jullie hebben daar een school en nu willen wij er dus ook een!’ Dan ben je overheidsgeld aan het verknoeien. Wij waren overigens al in die richting aan het denken, nog voor dat wij wisten dat er een fusietoets zat aan te komen.”

“Er zijn situaties te bedenken waarbij we in elke wijk een school kunnen realiseren van een behoorlijke omvang, op korte afstand voor de kinderen, zodat je ook een betere kwaliteit kunt bereiken. Hoewel kwaliteit niet alleen afhangt van de grootte van een school. De gemeente heeft de plicht om openbaar onderwijs ‘aan te bieden’ , dat zullen we in de gaten moeten houden en dat zal soms kunnen betekenen dat scholen ‘van kleur verschieten’. Uiteraard zal dat in overleg met de belanghebbenden gebeuren.”

Deel dit artikel