30 oktober 2020

‘Als je het onderwijs wilt verbeteren ga je niet terug naar vroeger’

INTERVIEW | Onlangs verscheen het rapport ‘Vreemde ogen dwingen’ waarin voorstellen worden gedaan om de kwaliteit van examineren in het hbo te verbeteren. Frans van Kalmthout, vicevoorzitter van het college van bestuur van Avans Hogeschool, was lid van de commissie Bruijn die onderzoek deed. Hij geeft een toelichting.

Twee jaar geleden kwam naar buiten dat bij een aantal opleidingen van Hogeschool Inholland de hand werd gelicht met examenregels en dat diploma’s werden afgegeven hoewel studenten niet aan alle eisen hadden voldaan. De kwestie kreeg ruim de aandacht in de media en de indruk werd gewekt dat het in het hele hbo mis is. Politiek Den Haag eiste dat de sector onverwijld orde op zaken zou stellen met tentamineren en examineren.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra kondigde maatregelen aan, zoals de invoering van centrale examens vergelijkbaar met die in het voortgezet onderwijs. De HBO-raad stelde een commissie in onder leiding van prof. Jan Anthonie Bruijn om met eigen voorstellen te komen. Frans van Kalmthout maakte deel uit van die commissie. Kern van het advies: hogescholen/docenten moeten samenwerken bij het ontwerpen van toetsen, maar centrale toetsing zoals Den Haag wil is een slecht idee. “Dat is erg kostbaar, stopt het onderwijs in een keurslijf en is logistiek heel ingewikkeld.”

De aanleiding voor het rapport was de maatschappelijke onrust over de waarde van hbo-diploma’s, maar de commissie laat er zich niet over uit of die onrust terecht was. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“Het was niet terecht. In zoverre dat het om een beperkt aantal incidenten ging. Dat heeft ook de Onderwijsinspectie vastgesteld. Maar als je er wat nader naar kijkt dan kun je je wel afvragen: ‘Is de kwaliteit van toetsing in het hoger onderwijs nog wel aan de maat?’ Wij zijn als Avans Hogeschool zelf al een paar jaar geleden, nog voor de kwestie begon te spelen, er al scherper naar gaan kijken. Waarom? Omdat er in het kwaliteitssysteem van het Nederlands hoger onderwijs (om de zes jaar accreditatie door de NVAO, EN) sinds 2011 veel meer gekeken wordt naar de kwaliteit van de toetsing. We hebben ons daar op voorbereid en zijn met deskundigen gaan bekijken hoe we de kwaliteit van toetsing kunnen verbeteren.”

Wat is de betekenis van toetsing?

“Toetsen is veel belangrijker dan we altijd dachten. Het is niet het sluitstuk van het onderwijs maar juist het begin. Je moet als docent immers eerst nadenken wat wil ik dat mijn studenten na afloop kennen en kunnen. Dat leg je vast en vervolgens richt je jouw onderwijs daarop in. Zo staat het in alle onderwijskundige handboeken maar zo gebeurt het in de praktijk lang niet altijd.”

Wat moet er dan anders?

“In ons advies staat dat docenten van verschillende hogescholen de toetsen gezamenlijk moeten maken. Nu doen ze dat vaak in hun eentje. We zien zelfs dat binnen Avans Hogeschool docenten van hetzelfde vak maar op verschillende locaties niet of nauwelijks informatie met elkaar uitwisselen. Geen onderwijsinhoud, geen lessen, geen dictaten, geen colleges. Dus ook geen toetsvragen. Het is een eng systeem dat heel erg in zichzelf zit opgesloten. En dat is de achtergrond van ons advies: laat vreemden toe bij het maken van toetsen. Dat kunnen collega’s van andere hogescholen zijn of collega’s uit het werkveld.”

Hoe zien toetsen er nu doorgaans uit?

“Als je in algemene zin naar toetsing kijkt dan zie je dat er veel kennisvragen zijn en te weinig toepassingsvragen en dat ze van een te laag niveau zijn. Waarbij je kunt afvragen: is dat wel een hbo-niveau. De toetsvraag moet op een hoger niveau en breder zijn. Daar moeten we echt aan werken, we moeten docenten daarin scholen.”
Door gezamenlijk toetsen samen te stellen kan ook het verschijnsel van het ‘genadezesje’ worden tegengegaan, denkt Van Kalmthout. “Het moet niet zo zijn dat de ene docent een zes geeft en zijn collega een vijf voor een antwoord op dezelfde vraag. Daarom gaan we meer met elkaar vragen maken en leggen we van tevoren vast welk antwoord je nog wel acceptabel vindt en welk niet. Daarmee voorkom je dat een docent op een gegeven moment dat genadezesje geeft.”

Onderwijsinspectie
Al in 2002 rapporteerde de Onderwijsinspectie dat er een en ander mankeerde aan het functioneren van examencommissies in het hoger onderwijs. Volgens Van Kalmthout heeft dat geleid tot wettelijke maatregelen en een verscherpte accreditatie. Nu gaat het vooral over de kwaliteit van toetsing en de deskundigheid van de docent als toetser. “Wij hebben vastgesteld dat toetsing voor veel docenten een lastig onderwerp is. Docenten zijn daarom geneigd om vooral kennisvragen te bedenken. Een student reproduceert dan wat de docent verteld heeft. Maar het hoger onderwijs gaat natuurlijk vooral om analyse en toepassen. Je wilt dat studenten juist in een nieuwe situatie hun kennis kunnen toepassen.”

Er is ook nog een praktische reden om toetsen samen te ontwerpen. Voor het bedenken en uitwerken van een goede toetsvraag ben je als docent al gauw enkele uren kwijt. Overal wordt het wiel telkens opnieuw uitgevonden. Van Kalmthout: “Ik constateer dat er erg weinig aan kennisdeling wordt gedaan. Dat is toch heel raar. Er zit ontzettend veel onderwijskundig talent onder docenten, maar het is jammer dat ze onderling zo weinig contact hebben met elkaar. Docenten moeten meer gebruik maken van elkaars expertise, bij elkaar in de keuken kijken. En dat is overigens met de huidige sociale media ook gewoon mogelijk.”

Botst dat niet met het streven om de docent meer professionele ruimte te geven? De beweging Beter Onderwijs Nederland wil terug naar de situatie waarbij de zeggenschap over het leerproces weer bij de individuele docent ligt.

“Met onze voorstellen gaan we juist uit van de professionele ruimte van de docent maar willen we de docent stimuleren in contact te komen met zijn collega die vermoedelijk bijna even goed is als hijzelf, en door die interactie tot een hoger niveau komen. Een aantal jaren terug bestond er een soortgelijke situatie bij artsen die volkomen geïsoleerd van elkaar functioneerden. Langzamerhand is het systeem van intercollegiale toetsing ingevoerd en dat is nu volstrekt normaal geworden. Juist de interactie van professionals onderling levert uiteindelijk een beter resultaat op. Gekscherend zeg Ik zeg wel eens: ‘Het zou zo maar kunnen dat er elders mensen zijn die bijna zo intelligent zijn als wij’.  Als je het onderwijs wilt verbeteren dan ga je niet terug naar vroeger. Dan richt je het onderwijs in naar de situatie van 2012 waarin jongeren op alle mogelijke manieren met elkaar communiceren en er tal van bronnen zijn waar ze hun informatie halen. En waarom zouden docenten niet op soortgelijke wijze elkaar gaan opzoeken?”

Op de foto: Frans van Kalmthout (links) feliciteert de winnaar van de Avans scriptieprijs. Foto Wilfried Scholtes.

Deel dit artikel