11 december 2019

Helft van de havo’s voldoet niet aan onderwijstijd

UTRECHT | NIEUWS | In het voorgezet onderwijs voldoet de helft van de havo-afdelingen niet aan de wettelijke onderwijstijd*. Dat blijkt uit een representatieve steekproef van de Onderwijsinspectie.

De andere onderwijstypen scoren beter. Van de vwo-afdelingen haalt 64 procent de urennorm, bij het vmbo is dat 88 procent en het praktijkonderwijs haalt 100 procent. Over het geheel genomen voldeed 77 procent van het voortgezet onderwijs aan de norm. Dat is een lichte daling ten opzichte van de vorige steekproef, het percentage was toen 80 procent.

De inspectie stelt vast dat er de afgelopen drie jaar sprake was van een stijging van het aantal scholen dat aan de norm voldeed, die trend lijkt nu te stagneren. Wel positief is dat het aantal uren dat de falende scholen tekortkomen om aan de norm te voldoen verder is gedaald.

De steekproef had betrekking op in totaal 129 scholen, waarvan er honderd niet eerder zijn onderzocht. De overige 29 scholen staan onder verscherpt toezicht van de inspectie omdat daar in het verleden is vastgesteld dat ze niet aan de urennorm voldeden.

Het naleven van de urennorm staat sinds het schooljaar 2006/2007 nadrukkelijk op de agenda van politiek Den Haag en dus ook de inspectie. Onder meer na klachten van ouders werd de controle op de onderwijstijd verscherpt. Dat leidde tot protest van scholen die vonden dat de urennorm niet realistisch was en van leerlingen die protesteerden omdat ze te maken kregen met ‘ophokuren’.

Commissie Cornielje
Het rumoer leidde ertoe dat een commissie onder leiding van het voormalige VVD-Kamerlid Cornielje werd ingesteld die met een advies voor een aanpassing van de onderwijstijd moest komen. Het resultaat van de commissie werd algemeen goed ontvangen en zou in nieuwe wetgeving worden omgezet.

In de Tweede Kamer werd het voorstel eerder dit jaar, onder druk van de PVV, echter toch weer aangescherpt. Tot boosheid van het onderwijsveld. Het voorstel ligt nu ter goedkeuring bij de Eerste Kamer, maar door de politieke ontwikkelingen in Den Haag is het niet zeker dat het voorstel in de senaat de eindstreep haalt. De geplande invoeringsdatum is 1 augustus 2013.

Inspirerend en uitdagend
Kernpunt van het wetsvoorstel is dat het begrip onderwijstijd is opgerekt, het gaat niet alleen meer om lesuren in strikte zin. Het criterium voor deze onderwijsactiviteiten is dat ze een inspirerend en uitdagend karakter moeten hebben en dat er overleg is geweest met leraren, ouders en leerlingen. De inspectie heeft vastgesteld dat slechts een kleine minderheid (20 procent) van de onderzochte scholen daar inhoud aan geeft.

*) De wettelijke urennorm, de tussentijdse aanpassing en de recente politieke besluitvorming

De huidige wettelijke urennorm bedraagt:
• 1.040 uur voor de onderbouw (leerjaar 1 en 2 van het vmbo en het praktijkonderwijs, leerjaar 1, 2 en 3 van havo en vwo),
• 1.000 uur voor de bovenbouw (leerjaar 3 vmbo, leerjaar 3 en 4 van het praktijkonderwijs, leerjaar 4 havo en leerjaar 4 en 5 vwo)
• 700 uur voor het examenjaar (leerjaar 4 vmbo, leerjaar 5 havo en leerjaar 6 vwo)

Binnen deze urennorm kan in elk leerjaar 40 uur worden ingezet voor maatwerkactiviteiten.

Aansluitend bij het door de commissie Cornielje aanbevolen pakket van maatregelen, heeft de toenmalige staatssecretaris per brief van 3 september 2009 aan de scholen aangegeven dat zij voor de onderbouw een handhavingsnorm van 1.000 uur zou gaan hanteren. De scholen hebben zich vanaf 2009 op deze nieuwe handhavingsnorm gericht en de inspectie heeft, uitgaande van deze norm, het toezicht ingericht.

De recente politieke besluitvorming in de Tweede Kamer gaat uit van 1.040 uur voor de eerste twee leerjaren van het gehele voortgezet onderwijs, waarbinnen ruimte is voor 60 uur maatwerkactiviteiten. De norm in het derde leerjaar havo/vwo is wel verlaagd naar 1.000 uur, conform de bovenbouw vmbo (3,4) en havo/vwo (4,5).
Deze ontwikkelingen zijn in deze rapportage niet verwerkt. Wel is een vergelijking gemaakt met de oorspronkelijke 1.040/1.000/700-norm inclusief 40 uur maatwerk. De uitkomsten van deze vergelijking zijn indicatief. Scholen hebben immers niet op deze norm gestuurd en de recente besluitvorming wijkt af (in leerjaren en in aantal uren maatwerkactiviteit) van de ‘oude’ norm.
[Bron: Onderwijsinspectie]

Ouders en leerlingen krijgen zeggenschap over invulling onderwijstijd

Deel dit artikel