17 november 2019

Strengere exameneisen blijken cosmetisch

GASTOPINIE | door Joop Smits | Jarenlang slaagde gemiddeld 90 % van de examenkandidaten in het voortgezet onderwijs. De VO-raad heeft berekend dat met de strengere exameneisen in 2011 ruim 20 % van de leerlingen zou zijn gezakt. Dit voor veel schoolleiders angstige vooruitzicht lijkt echter in 2012 niet bewaarheid te worden. Hoe kan dat nou?

Twintig jaar geleden ging 65 % van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs naar het vmbo (de vroegere mavo en lager beroepsonderwijs); nu nog maar 50 %. In diezelfde periode is het percentage leerlingen dat naar havo-vwo gaat met ongeveer 10 % toegenomen. Deze verschuiving heeft waarschijnlijk vooral plaatsgevonden onder druk van ouders. De keuze tussen havo of vmbo-t maakt voor ouders een groot verschil. De vroegere mavo (vmbo-t) maakt nu vaak deel uit van het lager beroepsonderwijs. Innovatief doen deze scholen het meestal veel beter dan havo-vwo-scholen, maar het imago is toch veel slechter.

Natuurlijk zijn de leerlingen in Nederland de afgelopen twintig jaar niet intelligenter geworden. Er is slechts één conclusie mogelijk: het niveau van het havo-vwo is gedaald. Scholen proberen met een zwakkere groep leerlingen toch goede examenresultaten te bereiken. Met de eigen schoolonderzoeken konden de scholen de resultaten op het centraal schriftelijk aanzienlijk compenseren. Bij veel scholen waren de cijfers voor het schoolonderzoek veel hoger dan voor het centraal schriftelijk. Bovendien kan elke vakdocent vertellen dat het niveau en de reikwijdte van de leerstofinhouden veel minder zijn dan jaren geleden. En dan laat ik verschijnselen als minder lesuren, ophokuren, lesuitval en kwaliteit van docenten nog buiten beschouwing.

Niet minder gezakten

Voor de minister was er dus alle aanleiding om de exameneisen aan te scherpen. Terecht. Dat gebeurt in twee stappen. Het onderzoek van de VO-raad over de resultaten achteraf in 2011 laat zien dat exameneisen in de eerste exercitie inderdaad veel strenger zijn. En toch blijft het percentage gezakten in 2012 gelijk. Hoe kan dat? Is het succes te danken aan al die begeleidingsinstituten met examentrainingen? Ik geloof er niets van.

Het antwoord is simpel. Pas als alle examenresultaten binnen zijn worden de normen bepaald. Het centraal schriftelijk wordt achteraf genormeerd. De exameneisen zijn dus relatief vanwege de achteraf bepaalde relatieve normering. De wet van Postumus (niet meer dan 10 % van de examenkandidaten zakt doorgaans) is nog steeds de bepalende factor in het voortgezet onderwijs. Zolang er geen absolute niveau-eisen aan de vakinhouden worden gesteld, blijven de kabinetsmaatregelen in de praktijk slechts cosmetisch.

• Joop Smits is oud- Inspecteur van het Onderwijs; hij doet nu onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs.
Contactgegevens: joopenels@hetnet.nl

> Lees meer over het onderzoek van Smits:

Leerlingen excellente kleurrijke scholen denken positiever over rechtstaat


Deel dit artikel