19 oktober 2019

Een broertje dood aan literatuur

COLUMN | Veertig jaar geleden alweer was er een buurman die besloot om in de avonduren bij de Katholieke Leergangen een studie Nederlands te gaan volgen. Er was één probleem, hij had een broertje dood aan literatuur.

De avondstudent toog naar Boekhandel Gianotten, bestelde daar de veertig boeken van de verplichte lijst, worstelde er zich met lange tanden doorheen, leverde zijn boekbesprekingen in en nam zich heilig voor nooit een roman meer in te kijken. De veertig boeken – hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur – mochten we voor een prikkie overnemen.

Een bizar verhaal? Het is waar gebeurd, en het kan nog gekker. Want behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond is er geen wonderlijker man dan Wil Sterenborg te Tilburg. Hij is neerlandicus en geniet enige bekendheid als de man die jarenlang de Troonrede op taalfouten nakeek. Hij was ook actief voor Onze Taal. Zijn appartement staat bomvol met boeken over taal, maar literatuur ontbreekt. Sterenborg vindt fictie maar flauwekul zei hij ooit in een interview met Vrij Nederland.

Het zijn slechts twee voorbeelden, maar het kost weinig moeite om die aan te vullen met andere mensen die vonden dat literatuur hen op school door de strot werd geduwd. Ik heb wetenschappers gesproken die in hun vakgebied een uitmuntende reputatie hebben, maar die niets met cultuur hebben. Voor mensen die de literatuur hartstochtelijk zijn toegedaan is dat een ondraaglijke gedachte.

Met de regelmaat van de klok verschijnen er publicaties van literatuuradepten die somberen over de (veronderstelde) afnemende interesse voor literatuur. Met een beschuldigende vinger wordt dan naar het literatuuronderwijs op de middelbare scholen gewezen. Onlangs was het Aleid Truijens die in de Volkskrant haar gal spuwde.
De mooiste reactie kwam in diezelfde Volkskrant uit onverdachte hoek, namelijk van schrijver Arnold Grunberg. Hij bestempelde in zijn dagelijkse rubriek Voetnoot (17 augustus 2012) het klaagschrift van Truijens als een staaltje cultuurpessimisme. Waarom moet zo nodig iedereen literatuur lezen? Laat het toch een exclusieve aangelegenheid zijn, is zijn stelling.

Het lijdt geen twijfel dat de geschreven literatuur het moeilijk heeft in een samenleving waarin het beeld steeds dominanter wordt. Maar is het daarom kommer en kwel? Nee dus. Twee voorbeelden: de drukbezochte jaarlijkse Dag van de Literatuur voor scholieren en de aanpak van literatuuronderwijs op het Theresialyceum.

► Meer lezen? Twee uiteenlopende visies op literatuuronderwijs, een artikel uit Trouw uit 2003. 

Deel dit artikel