12 november 2019

Verscherpte exameneisen, risico’s en kansen

GASTOPINIE | Door Dick te Boekhorst * | Deze bijdrage gaat over de invloed van de aangescherpte exameneisen op het gedrag van leerlingen, leraren en scholen in het voortgezet onderwijs. Gaan leerlingen hoger springen, zoals wordt beoogd, of gaan ze juist struikelen? En hoe reageren leraren en scholen op de aangescherpte exameneisen?

 

In 2008 verscheen het rapport Dijsselbloem. Dit rapport maakte gehakt van de onderwijspolitiek van de jaren ’90. Kort gezegd kwam het erop neer dat de overheid haar kerntaak, het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, ernstig had verwaarloosd. Ook had de politiek onderwijsvernieuwingen opgedrongen aan scholen en leraren, terwijl daar onvoldoende draagvlak voor was. De begrippen ‘basisvorming’, ‘tweede fase’ en ‘studiehuis’, die de kern vormden van de onderwijsvernieuwingen, zijn voor een belangrijk deel ten grave gedragen en worden zelden meer gehoord.

Voortaan moest het anders, aldus de commissie Dijsselbloem. De scholen behoren te gaan over het ‘hoe’, de didactiek, en de politiek over het ‘wat’, dat wil zeggen het kerncurriculum, de examens, de exameneisen en het toezicht op scholen. Met name op het terrein van de exameneisen heeft de politiek niet stil gezeten.

De lat omhoog
Den Haag heeft de examenregels op de volgende manieren aangescherpt.
•    Leerlingen moeten minimaal gemiddeld een voldoende halen voor het landelijk afgenomen centraal examen. In de praktijk wil deze regel voorkomen dat leerlingen kunnen slagen voor hun examen, omdat zij alleen goed hebben gescoord op de, door de overheid nauwelijks gecontroleerde, schoolexamens. Deze regel is vorig schooljaar ingegaan, en hoewel er werd verwacht dat er veel meer leerlingen zouden zakken dan in het verleden, is de voorspelde ‘slachting’ uitgebleven.

•    Dit schooljaar gaat de zogenaamde kernvakkenregel in. Deze regel houdt in dat havo- en vwo-leerlingen voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde maximaal één vijf op hun eindlijst mogen hebben. Dit maakt duidelijk dat de politiek van mening is dat het ene vak belangrijker is dan het andere. Een vier voor geschiedenis kan worden gecompenseerd, een vier voor wiskunde betekent geen diploma. Hoewel nauwelijks is te voorspellen of deze regel zal leiden tot een daling van het aantal geslaagden, staat voor mij wel vast dat het voor leerlingen en scholen deze keer moeilijker is door gedragsverandering te anticiperen op de aanscherping.

•    Volgend schooljaar komt er een verplicht landelijk af te nemen examen voor het nieuwe vak rekenen bij. In de nabije toekomst gaat ook rekenen onder de kernvakkenregel vallen.

Voor buitenstaanders liggen deze aanscherpingen erg voor de hand. Men vindt het meestal goed dat de lat hoger wordt gelegd en dat er maatregelen worden getroffen tegen de ‘zesjescultuur’. Maar zullen de maatregelen het beoogde resultaat (verbetering van onderwijsprestaties) hebben? Daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. 

 

 

 

 

 

  • Het Koning Willem II College in Tilburg.

 

 

Struikelen?
Het grootste risico is dat de leerlingen niet hoger gaan springen, maar juist voortijdig zullen struikelen door scherpere selectie, of zelfs aan springen niet toekomen. Verscherpte regels voor de examens leiden bij scholen namelijk tot een aanscherping van overgangsnormen. In gewoon Nederlands betekent dit dat er meer leerlingen zullen blijven zitten of zullen ‘afstromen’ naar een lager niveau.
Ook lijkt het aannemelijk dat scholen selectiever gaan worden bij het aannemen van nieuwe leerlingen. Het gevolg van dit alles kan zijn dat het aandeel havo- en vwo-leerlingen in Nederland, na jaren van stijging, gaat dalen. Of dat erg is, daarover verschillen de meningen, maar het was geen doel van de aanscherping van de exameneisen.

Een tweede reëel gevaar is risicomijdend keuzegedrag. Het ligt voor de hand dat, in de angst om bij de finish afgestraft te worden, steeds meer leerlingen bijvoorbeeld niet kiezen voor het als moeilijk bekend staande vak wiskunde B, maar voor wiskunde A of C. En in het verlengde hiervan gaan scholen steeds dwingender adviseren bij die keuze. Als steeds meer leerlingen kiezen voor wiskunde A of C in plaats B, wordt dan het beoogde doel -beter presterende leerlingen – bereikt?
Een ander voorbeeld van risicomijdend kiezen maakte ik dit jaar voor het eerst mee: bevorderde vwo-leerlingen die zelf aangeven verder te willen gaan op het havo.

Verschraling?
De aanscherping van exameneisen draagt mogelijk ook bij aan verschraling van het onderwijs. Zo kan de aandacht voor kernvakken ertoe leiden dat leerlingen minder energie gaan besteden aan de overige vakken en dat er vakken gaan sneuvelen. Dat laatste is niet denkbeeldig, want er is al een wetsvoorstel ingediend om onder meer het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) te schrappen, zodat tijd kan worden vrijgespeeld voor de kernvakken. Ik vind dit een slecht idee, omdat het een aantasting van het algemeen vormende karakter van het onderwijs inhoudt.

Ook op andere terreinen ligt verschraling op de loer. Door de focus op examenresultaten kunnen de schoolexamens qua stof steeds meer overlap gaan vertonen met het centraal examen. De leerlingen worden hierdoor wellicht beter voorbereid op het centraal examen, maar leren ze ook meer?
Tot slot bestaat het gevaar dat het laatste schooljaar helemaal in het teken gaat staan van oefenexamens en dat de leerlingen ‘gedresseerde toetsapen’ worden, die nauwelijks meer iets bijleren.

Of toch springen?
Toch is het niet alleen kommer en kwel. Door de aanscherping van de eisen zie ik ook dat het gedrag van leerlingen verandert. Op het moment dat er een rekenexamen komt, wordt rekenen in de beleving van leerlingen belangrijk en zijn zij bereid en in staat om daar energie in te steken. En als dat niet meteen het geval is, helpt de school ze daarbij een extra handje.

De exameneisen hebben ook invloed op het gedrag van scholen en leraren. Veel vaker dan in het verleden worden achterblijvende resultaten van leerlingen vroegtijdig gesignaleerd en wordt getracht om via maatwerk de leerlingen te helpen de prestaties te verbeteren. Resultaten van leerlingen zijn meer dan ooit een issue onder leraren en schoolleiders. Een issue dat aanzet tot kritisch kijken naar de effectiviteit van het onderwijs en dat leidt tot bereidheid te veranderen en verbeteren.

Want ja, scholen willen ook dat leerlingen het onderste uit de kan halen, zich uitgedaagd voelen én… zich breed blijven ontwikkelen.

*) Dick te Boekhorst is rector van het Koning Willem ll College in Tilburg (vwo,havo vmbo-t/l). Hij is lid van het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Tilburg


Lees ook:

> Joop Smits: ‘Strengere exameneisen blijken cosmetisch’

> Prof. Jaap Dronkers: ‘Centraal examen enige garantie voor kwaliteit’ [2010]

> Inspectie ziet dalende trend examencijfers in kernvakken voortgezet onderwijs [2011]

> Schoolleiders over examens: ‘Leerlingen kunnen meer aan’ [2010]

Deel dit artikel