31 oktober 2020

Minister: Statusverhoging kan leegloop vmbo/mbo tegengaan

DEN BOSCH | NIEUWS | Het vmbo en het mbo moet dezelfde status krijgen als havo en vwo. Voor ouders en leerlingen moet een keuze voor het beroepsonderwijs of het algemeen vormend onderwijs gelijkwaardig zijn.

Dat was de boodschap van demissionair minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt maandag 20 augustus tijdens de opening van het studiejaar van het mbo in Den Bosch. Ze sprak op uitnodiging van het Koning Willem I College dat nu ook aan een nieuw studiejaar begint. Door in te zetten op statusverhoging kan de leegloop van het vmbo en het mbo worden gekeerd, aldus de minister. In haar beleidsnota Focus op Vakmanschap legt ze dan ook de nadruk op versterking van de route vmbo-mbo-hbo om te laten zien dat deze weg een goed alternatief is voor met name leerlingen dei voor havo kiezen.

Opwaartse druk
Er is een opwaartse druk in de samenleving om kinderen op een zo hoog mogelijk niveau in het onderwijs te krijgen. De minister vatte dat aldus samen: ‘Je mág naar de havo, je móét naar het vmbo’. Teveel leerlingen  komen in het algemeen vormend onderwijs terecht, die beter op hun plek zouden zijn in het beroepsonderwijs, met name op niveau bol 4. Om deze route aantrekkelijk te maken wordt onder meer de lengte ervan ingekort, zodat het mbo ook qua studieduur kan concurreren met het havo.

De minister hield het personeel van het Koning Willem I College voor dat Nederland (met Duitsland) het beste stelsel voor beroepsonderwijs heeft, ook al is de invoering van het competentiegericht onderwijs (cgo) niet bij alle roc’s van een leien dakje gegaan. En dat beroepsonderwijs wordt alleen maar steviger door aanpassingen die in het kader van Focus op Vakmanschap worden doorgevoerd. Zoals meer lesuren in het eerste jaar van het mbo en scherpere eisen aan de beheersing van rekenen en taal.

De minister in gesprek met presentatrice Chazia Mourali

Taal en rekenen

Dat laatste is overigens voor veel docenten in het mbo een serieus punt van zorg. Ze vrezen dat leerlingen die niet goed zijn in rekenen en/of taal, maar wel praktijkvaardig zijn, zullen struikelen door deze eisen. Docenten die hun zorg aan de minister voorlegden kregen tot twee keer toe een luid applaus van hun collega’s in de zaal. Volgens Van Bijsterveldt zal het echter niet zo’n vaart lopen. Haar stelling is dat je hoge verwachtingen moet stellen aan studenten en dan blijkt dat ze meer in hun mars hebben dan vaak wordt gedacht. Bovendien moeten studenten over een degelijke basis van reken- en taalvaardigheid beschikken om als burger goed te kunnen functioneren in de moderne samenleving. De minister had verder lovende woorden voor de prestaties van het Koning Willem I College , dat als brede mbo-school in de top-3 staat van de Studiekeuzegids. Volgens Van Bijsterveldt is de aanpak in Den Bosch een voorbeeld voor andere mbo-instellingen.

 

Deel dit artikel