19 november 2019

Nederland is af

Beroep: Onderwijs | Aflevering 3.5

COLUMN | Arme politici. Eerst een verregende vakantie (juni! juli!), daarna een campagne die gedomineerd werd door peilingen die later nergens op bleken te trekken, dan één avondje feest (of niet, dat hangt er maar vanaf) en nu de formatie. En dan, ja, stel je voor: je hebt dat allemaal achter de rug en nu ga je voor de hoofdprijs: regeren! Minister! En alsof de duvel ermee speelt, dat lukt.

Dan staart de zinloosheid van het bestaan je pas echt aan, want dan moet je gaan regeren. Dingen doen. Maatregelen nemen. En dit en dat! En zus en zo! Er is haast bij! Het is belangrijk! Het is dringend! Potverdorie!

Maar de waarheid is natuurlijk dat Nederland af is. Klaar. Voltooid. Geen verleden tijd maar wel: klaar. Er valt hier menselijkerwijs niets belangrijks meer aan toe te voegen. Wat moet de regering doen? Op de winkel passen = zorgen dat de dijken goed onderhouden worden. Dat is het wel.

Er is in Nederland niet één belangrijk probleem meer over. Noem mij een Nederlands probleem en ik zeg u dat het niet belangrijk is en al helemaal niet urgent want er zijn minimaal twee geheel verschillende maar allebei goede oplossingen voor bedacht, dus wat we ook doen: het komt goed. We pakken het zus aan of we lossen het zo op: dat maakt niet veel uit.

Een tijdlang heb ik gedacht dat het slechte weer misschien wat meer politieke aandacht verdiende, maar dankzij het broeikas-effect gaat het daarmee nu ook de goede kant op. Zegt men. Beloven ze. Geloven we dat? Deze zomer zag het er anders uit, vond ik. Weet u het nog? Eerst vijf weken regen in  juni, toen de zondvloed van juli.  En toen, halverwege juli, miraculeus, we hadden de verwarming al aangezet, dreigde het op te klaren.

Wij gingen gauw weg uit dit helse moeras: met vakantie naar Griekenland, maar de berichten waren voorzichtig optimistisch: misschien ging de zon wel schijnen. Drie dagen na aankomst op Lesbos kocht ik de Volkskrant en bleken de voorspellingen uit te komen, want die meldde: ‘morgen zon’. En alsof het een bizar en niet helemaal ongevaarlijk natuurverschijnsel betrof, volgde een nadere precisering / waarschuwing / gebruiksaanwijzing: 

‘de zonnekracht zal ongeveer 7 bedragen en dat betekent dat mensen met een bleke huid al na 15 minuten kunnen verbranden’ (geruststellend volgde: ‘Het KNMI verwacht vrijdag onweersbuien en koeler weer.’)

Voor mij betekende dit krantenbericht maar één ding: Nederland is af. Er is werkelijk geen enkele zinvolle toevoeging meer te bedenken, zelfs niet als je daarvoor wordt betaald, zoals ministers. Alleen het weer moet beter, maar daar wordt aan gewerkt.
Arme politici.

PS. Let op: als je dit in de klas vertelt, krijg je ruzie.

> Ga hier naar vorige aflevering

Deel dit artikel